Overheid, laat de kabel met rust

Consumenten zijn niet gebaat bij prijscontrole in de kabelsector, betoogt Rutger van Bergem. De toekomst van de analoge kabel staat op het spel.

De Amsterdamse advocaat Jaap Doeleman pleit voor het behoud van een redelijk geprijsd analoog kabelpakket en voor goed toezicht op de prijs van het digitale kabelpakket (Opiniepagina, 9 augustus). De aangekondigde prijscontroles voor 2006, waar Doeleman een voorstander van is, hebben echter een averechts effect op het behoud van het analoge pakket. Zij dreigen de winstmarges van de bestaande kabelexploitanten dusdanig te verkleinen dat de toekomst van het analoge kabelnet onzeker wordt.

De logische reactie van de kabelexploitanten als Casema en Essent is dan ook om het analoge klantenbestel over te zetten op een digitaal pakket, waarvoor nog geen prijscontroles zijn aangekondigd. De prijscontroles die zijn gepland, zullen dus hoogstwaarschijnlijk leiden tot de stille dood van het analoge pakket.

Sinds 2003 hebben de grote kabelexploitanten zoals UPC, Casema en Essent het tarief verhoogd tot zo'n 15 euro per maand. Doeleman vindt dat deze stijging niet te rechtvaardigen is uit een stijging van de exploitatiekosten van de grote kabelexploitanten. Als argument hiervoor geeft hij aan dat de kleine kabelexploitanten nog steeds hun analoge pakket voor minder dan 10 euro per maand kunnen aanbieden.

De veronderstelling hierbij is dat kleine en grote kabelexploitanten dezelfde kostenstructuur hebben. Doeleman geeft zelf al aan dat die aanname niet terecht is. Hij wijst erop dat de grote kabelbedrijven in de dotcom-hausse honderden miljoenen euro's hebben geïnvesteerd in de upgrading van hun netwerken om digitale televisie, telefonie en breedband mogelijk te maken. Onder meer door deze investeringen hebben deze bedrijven dus een andere kostenstructuur dan de kleine kabelexploitant, die alleen een analoog pakket aanbiedt.

Om deze investeringskosten te verdisconteren, moest de prijs van het analoge pakket omhoog; het digitale pakket had in 2004 nog weinig abonnees. Met dit prijsgedrag van de kabelexploitanten is in principe niks mis als sprake is van een markt waar competitie mogelijk is.

Doeleman gaat er blijkbaar van uit dat in de kabelsector geen mogelijkheid bestaat voor competitie. Hij zegt daarbij dat nieuwe producten om televisie mogelijk te maken, zoals de satelliet, digitale tv via de ether of via internet, geen bedreiging vormen voor de kabel. De OPTA is het hier kennelijk meer eens en stelt dat het kabelmonopolie de komende twee tot drie jaar niet wordt bedreigd.

Maar de markt is juist helemaal niet afgesloten voor concurrenten. Dit blijkt al uit het feit dat er meerdere kabelexploitanten zijn en dat er nieuwe technologieën zijn die het tv-product op een andere wijze kunnen aanbieden. Dit betekent dat de huidige grote kabelexploitanten zich niet kunnen onttrekken aan de wet van vraag en aanbod. Zodra zij hoge prijzen rekenen voor de analoge pakketten, zal dat een prikkel zijn voor andere bedrijven om in deze markt te springen en te innoveren; kapitaal verzamelt zich in die sectoren van de economie waar te hoge prijzen worden gerekend en dus inefficiëntie aanwezig is. Dit is een zelfregulerend mechanisme waarbij geen overheidsingrijpen, zoals prijscontroles en dergelijke, nodig is.

Ditzelfde mechanisme geldt ook voor de digitale kabeltelevisie, die volgens Doeleman in de toekomst duurder zou kunnen uitvallen dan 15 euro.

Bij meer overheidsingrijpen is de tv-markt niet gebaat. Prijscontroles op de analoge en digitale tv-markt leiden ertoe dat bedrijven niet snel meer investeringen zullen doen om het tv-product goedkoper en beter te maken. De angst om te investeren komt voort uit arbitrair optreden van een overheid die het terugverdienen van gedane investeringen onmogelijk kan maken door het invoeren van prijscontroles.

Er wordt nu wel een toegankelijk en betaalbaar televisieproduct beloofd, maar in feite ontmoedigt de overheid innovatie in de sector en ontneemt ze daarmee de consument de vrijheid om zelf te bepalen wat hij of zij betaalbaar acht en kabelexploitanten de vrijheid om zelf te bepalen wat voor prijs zij rekenen.

Rutger van Bergem studeert technische bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft en psychologie aan de Universiteit Leiden.

www.nrc.nl/opinie

artikel Doeleman