Jaar van de onomkeerbare stappen

Een jaar geleden adviseerde de commissie-Jesurun over een nieuw staatkundig stelsel voor de Antillen. Politici van de eilanden maken zich nu op voor een conferentie over hun toekomst.

De financiën, de rechtshandhaving en het openbaar bestuur van de Nederlandse Antillen onder rechtstreeks toezicht van Den Haag. Dat was de strekking van het eindadvies vorig jaar van een zware adviescommissie over de toekomst van de staatkundige verhoudingen binnen het koninkrijk.

Bijna een jaar later maken Antilliaanse politici zich op voor een topontmoeting op Sint Maarten over de vraag wat er van die voorstellen overblijft. Die top, eind deze week, moet de opmaat vormen voor besprekingen dit najaar waarbij ook Nederland en Aruba aanschuiven, de zogeheten rondetafelconferentie. Hoe moet een mogelijke autonome status voor Curaçao en Sint Maarten eruitzien? En vooral: welke rol speelt Nederland in de toekomst nog op de Antillen?

Cruciaal noemde toenmalig minister De Graaf (Koninkrijksrelaties, D66) eind vorig jaar de voorstellen van de commissie-

Jesurun. Daarin zaten behalve prominente (oud)politici van Antilliaanse zijde ook burgemeester Dales van Leeuwarden en oud-fractievoorzitter van GroenLinks Rosenmöller. Het leek een doorbraak na de mislukte top in maart 1993, waar de toenmalige Antilliaanse minister van Justitie, Römer, voorstellen van toenmalig minister-president Lubbers (CDA) verscheurde waarmee de onderhandelingen waren beëindigd.

Met het instellen van de commissie-

Jesurun in 2004 blies De Graaf die onderhandelingen nieuw leven in. 2005 zou het jaar worden van ,,onomkeerbare stappen''. De Graaf trad dit voorjaar af over een andere kwestie, en zijn opvolger Pechtold (D66) is met de voorbereidende top op Sint Maarten in het vooruitzicht, terughoudender. Komend najaar is volgens hem het moment waarop ,,de Antillen en Nederland elkaar recht in de ogen moeten kijken'' en ,,problemen en oplossingen zichtbaar moeten worden''.

Dit weekeinde moeten de eilanden het eerst zelf eens worden over hun onderlinge verhoudingen na het voorziene uiteenvallen van de Nederlandse Antillen per 1 juli 2007. Curaçao en Sint Maarten willen, net zoals Aruba, autonome landen binnen het koninkrijk worden. Bonaire en Saba willen rechtstreekse banden met Nederland. Alleen Sint Eustatius opteert nog voor de Antilliaanse identiteit.

In april, tijdens eerdere staatkundige besprekingen van de eilanden, bleek dat de plannen om het toezicht vanuit Den Haag te verscherpen slecht zijn gevallen, met name op Curaçao. ,,Het koninkrijk valt in de praktijk samen met Nederland, zo groot is het democratisch deficit'', verwoordde de toenmalige Antilliaanse vice-premier, Errol Cova, destijds de onvrede. Inmiddels heeft ook Pechtold het uitgangspunt van de commissie-Jesurun inzake de koninkrijksverantwoordelijkheid losgelaten. ,,Zaken als financiën, rechtshandhaving en goed openbaar bestuur hoeven geen koninkrijkstaken te zijn. Als er maar afspraken gemaakt worden over hoe je daarmee omgaat.''

De Curaçaose eilandsraad, vergelijkbaar met een gemeenteraad in Nederland, besloot vorige week unaniem dat Curaçao als autonoom land straks een eigen munt, een eigen centrale bank en een eigen rechtbank moet krijgen. Ook Sint Maarten wil deze bevoegdheden. De kleinere eilanden, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kunnen hun eigen voorzieningsniveau niet op peil houden en willen eerst met Nederland overleggen. Heikel punt bij staatkundige vernieuwingen zijn de torenhoge schuldenlasten van de Nederlandse Antillen: 2,4 miljard euro. Maar de besprekingen op Sint Maarten deze week beginnen zonder dat in kaart is gebracht wie straks voor die schuld opdraait.

Pechtolds agenda staat onder grote tijdsdruk. In januari zijn er landelijke verkiezingen op de Antillen, de verwachting is dat de volgende Antilliaanse regering zich minder flexibel tegenover Nederland zal opstellen. ,,De Antillen staan op een negatieve agenda in Nederland'', zegt de inmiddels afgetreden Errol Cova, van de PLKP, een van de belangrijkste partijen in het Curaçaose eilandsbestuur. ,,Je kan Pechtold niet voor ons laten spreken, hij kent ons niet eens.'' Pechtold heeft de portefeuille nog niet in de vingers, luidt op de Antillen de kritiek.

Bovendien laat hij het oor te veel hangen naar de landsregering, die gedomineerd wordt door Curaçao, zeggen de andere eilanden.

Pechtold wuift die bezwaren weg. De andere eilanden moeten hun lobby richting hun eigen landsregering maar versterken. ,,Samen staan ze sterk. Natuurlijk heeft Curaçao daarin een zware stem, maar dat betekent niet dat de rest onmachtig is.'' Het is een optimisme waar die eilandsbesturen weinig mee ophebben. Zeker nu het Curaçaose eilandsbestuur vindt dat de kleinere eilanden na afschaffing van de landsregering diensten mogen inkopen bij Curaçao. Daarin schuilt een belangrijk pijnpunt voor de conferentie op Sint Maarten. Zolang de kleinere eilanden niet met Nederland om de tafel kunnen, weten ze ook niet in welke mate ze diensten kunnen of willen inkopen bij Curaçao.

Saba stapte twee weken geleden naar de dekolonisatiecommissie van de Verenigde Naties. De politici van het kleinste Antilliaanse eiland, met een bevolking van 1.500 inwoners, zijn ontevreden over de voortgang van het proces en beschuldigen Pechtold van inconsistent beleid. De minister zegt dat hij met de kleinere eilanden apart om de tafel wil zitten, maar verwijst ze uiteindelijk toch altijd weer terug naar de regering in Willemstad.

Ook Sint Maarten wantrouwt de gang van zaken. Zeventig procent van de bevolking van Sint Maarten zei onlangs in een enquête, er niet meer op te vertrouwen dat die status aparte er wel komt. ,,Politici moeten zich afvragen wanneer men de bevolking moet vertellen dat de door hen gewenste politieke status wellicht niet meer gerealiseerd kan worden'', was de reactie van politiek leider Sarah Wescott-Williams. De komende top zou dat moment kunnen zijn.

Het vorige maand aangetreden Curaçaose bestuurscollege waarschuwde bij zijn aantreden dat niemand – Pechtold, de Antilliaanse regering noch de andere eilanden – Curaçao mag belemmeren op zijn weg naar autonomie, en al helemaal geen eisen mag stellen. Pechtold is vooralsnog ook helemaal niet van plan om eisen te stellen. ,,De Antillianen zijn de vragende partij en ze willen allemaal wat anders.'' De minister is voorlopig afhankelijk van stappen van anderen. Alleen aan ontmanteling van de landsregering hoeft hij naar eigen zeggen niet veel te doen. ,,Dat is een kwestie van tijd. Alleen moeten wij er nog even voor zorgen dat het op de goede manier gaat en dat de zaken dan ook geregeld zijn.''