Gewoon feesten met de paus

Maak van de Wereldjongerendagen niet meer dan ze zijn,vindt Leo van der Tuin.

Grote woorden werden niet geschuwd tijdens en na afloop van de Wereldjongerendagen in Keulen: de kerk heeft weer vat op de jongeren van tegenwoordig, er is wel degelijk sprake van hoop voor de toekomst van de kerk.

Honderdduizenden jongeren uit alle mogelijke windstreken waren bijeen in Keulen, ze maakten plezier, ze zongen en dansten en gingen uit hun dak bij het zien van de paus.

Ondanks hun verschillende achtergrond hadden al die jongeren één ding gemeen: zij wilden in Keulen bij elkaar komen om elkaar te zien, om de paus te zien, om `iets' met hun vragen en verlangen naar zin, noem het geloof, te doen. En hoe kun je dan anders worden dan erg enthousiast als je met zovelen bent. Zelfs de meest cynische aanwezige ontkomt hier niet aan.

En dan de paus: hij prijst je omdat je daar bent. Je neemt op de koop toe dat rond het prodium oude mannen zitten met hun mijter op en andere kerkelijke ambtsdragers. Je vergeet zelfs dat die paus bijna alles verbiedt wat jij fijn vindt, dat hij representant is van een systeem dat vrouwen nog steeds niet gelijk behandelt en dat de kerk het probleem van aids nog steeds naïef benadert.

Zijn dat bijzondere jongeren, die de toekomst van de kerk uitmaken? Die weer nieuw elan aan het geloof en de kerk geven, die de nieuwe toekomst van de kerk vormen? Of zijn het de jongeren die dat alles maar voor even zijn, en als zij thuiskomen het allemaal na een tijdje weer vergeten zijn? Het zijn toch gewone jongeren, op zoek naar een beetje zin, een beetje plezier en vooral op zoek naar elkaar.

Ik heb moeite met die commentatoren en misschien wel vooral die van de kant van de kerk, die van het gebeuren meer maken dan het is. Het is geen terugkeer naar de oude kerk. Natuurlijk, er zijn ook jongeren die recht in de leer zijn. In Keulen werd geen nieuwe toekomst geschreven. Natuurlijk, er zijn jongeren die nieuwe vormen van kerkzijn zoeken en willen maken.

Ik wil wel eens weten hoeveel jongeren de preek van de paus begrepen hebben over de eucharistie, hoeveel jongeren de catechesebijeenkomsten begrepen hebben, hoeveel jongeren condooms en de pil bij zich hadden, hoeveel jongeren het gezag van de kerk weer willen aanvaarden?

Ik heb geen idee.

Ook ben ik benieuwd naar wat die kerkelijke leiders en wat de paus van die jongeren weten. Dat zij de pil en de condooms op zak hebben, dat zij er ook voor het feesten en de kick komen?

Wie gebruikt wie eigenlijk? De kerk om aan de wereld te laten zien dat zij nog lang niet dood is – met dank aan al die enthousiaste jongeren? Of de jongeren die de kerk gebruiken om een paar dagen meer dan gezellige dagen hebben?

Het zou goed zijn indien van de Wereldjongerendagen niet meer gemaakt wordt dan wat ze zijn: een feest van jonge mensen, en daarmee een krachtig teken dat het kan, dat zoveel mensen bij elkaar komen om elkaar vanuit heel verschillende kanten te ontmoeten. Dat is wellicht een teken van hoop voor de toekomst in een wereld waar tekenen van wanhoop de overhand lijken te hebben.

Leo van der Tuin is universitair docent godsdienstpedagogiek aan de Theologische Faculteit van de Universiteit van Tilburg.