Frankrijk moet eindelijk eens ontdooien

Als je ziet wat Frankrijk in tientallen jaren van schimmige verstarring allemaal tot stand heeft gebracht, kan er wat gebeuren wanneer het zijn vleugels uitslaat, voorspelt Roger Cohen.

In geen enkel ander groot land in Europa is de politiek sinds het einde van de Koude Oorlog zo weinig ontdooid als in Frankrijk, waar het grootste deel van de oude garde nooit heeft doorgekregen dat de wereld is veranderd.

In Groot-Brittannië kreeg je New Labour en Tony Blair, met hun gelikte, marktgerichte make-over van een vermoeid socialisme. In Spanje heeft Felipe González met zijn elegante herschepping van links bijgedragen tot de vestiging van de democratie na Franco. In Italië kon de politiek na de val van de Berlijnse Muur onmogelijk blijven zoals ze was, want het hele bestel was er altijd op ingesteld geweest om de communisten van de macht weg te houden. De christen-democraten – het middel om dat doel te bereiken – zijn verdwenen. En Duitsland heeft het ten onder gegane Oost-Duitsland ingelijfd, en zal mogelijk binnenkort een vrouw kiezen die daar is opgegroeid.

Terwijl dit alles zich voltrok – om nog maar te zwijgen van Midden-Europa, dat van de grond af opnieuw is uitgevonden – heeft Frankrijk de macht weten over te dragen van een man die zijn eerste regeringspost kreeg in 1944, aan een die in 1967 is begonnen. Zelfs voor een land dat gehecht is aan zijn tradities, is dat wel een buitengewone triomf van de onveranderlijkheid. De overdracht van het presidentschap van François Mitterrand aan Jacques Chirac werd voorgesteld als een overgang van links naar rechts, maar aangezien Chirac over het geheel genomen heeft geregeerd als een sociaal-democraat, is het verschil niet al te schokkend gebleken.

Mitterrand gebruikte de retoriek van links om zijn Socialistische Partij te mobiliseren, en opereerde vervolgens hoofdzakelijk vanuit het centrum. Het gaullisme van Chirac heeft op vergelijkbare wijze achterdocht ten aanzien van de markt en de Verenigde Staten tot de kern van zijn optreden gemaakt, met als gevolg dat hij regeert vanuit een vagelijk centristische positie.

Het resultaat is een paradox: een land dat meer dan enig ander Europees land gehecht is aan een ideologisch debat, opereert in een milieu waar de etiketten `links' en `rechts' vaak vrijwel niets betekenen en waar regeren er doorgaans op neerkomt dat je het ene zegt – van de staat moet je het hebben – en het andere – privatiseren – doet. Frankrijk besturen is in de eerste plaats een goocheltoer. Die kunst heeft sinds 1945 de kern van de Franse politiek gevormd – te beginnen met de manier waarop de gebeurtenissen tijdens de oorlog en onder het Vichy-regime zijn voorgesteld – en misschien is het daarom zo gemakkelijk geweest om de illusies te handhaven die de merkwaardige status quo van dit land in stand hebben gehouden.

Maar nu na het zomerreces het politieke seizoen in Frankrijk weer op gang komt, zijn er tekenen dat de spanning stijgt. Links en rechts wordt steeds meer aangedrongen op een duidelijker politieke opstelling, waardoor de Fransen althans iets van een echte keuze tussen verschillende denkbeelden zouden kunnen krijgen.

,,Onze politiek is archaïsch'', zei de socialist Jean-Marie Bockel, die burgemeester is van Mulhouse en een bewonderaar van Blair. ,,De Socialistische Partij vraagt zich nog altijd af of ze sociaal-democratisch is of toch wat radicaler. Men blijft debatteren over de marxistische ideologie. Elders heeft links dat achter zich gelaten.''

Er staat de Socialistische Partij in de aanloop naar haar congres in november een roerig seizoen te wachten. De verdeeldheid tussen de aanhangers van wat hier `sociaal liberalisme' wordt genoemd – dat neerkomt op blairisme – en die van een meer links georiënteerd beleid, is zo scherp geworden dat er alom sprake is van een mogelijke scheuring.

De voormalige socialistische premier Michel Rocard heeft onlangs in een interview met de Nouvel Observateur ronduit gezegd dat het tijd is om ,,het marxistische dialect op de mestvaalt van de geschiedenis te dumpen''. Ook noemde hij een groeiende linksgezinde factor in het land, de anti-globaliseringsbeweging Attac, ,,een monument van economische en politieke stompzinnigheid''. Daar leek wel wat in te zitten, maar een feit is dat Attac in de zeven jaar dat het bestaat 30.000 leden heeft getrokken. Zijn boodschap dat het door Amerika gestuurde kapitalisme, dat hier 'neoliberalisme' heet, de wereld ongelijker en onrechtvaardiger maakt, is stevig aangekomen.

Dat bij het referendum over de Europese Grondwet de `nee'-campagne heeft gezegevierd, kwam ten dele doordat Attac en geestverwante krachten van links dat document wisten af te schilderen als een lofzang op het neoliberalisme.

De `nee'-coalitie heeft nog altijd veel in te brengen, en daarom is het niet gezegd dat de naderende veldslag om de afbakening van het Franse socialisme zal uitlopen op dezelfde marktgerichte weg die andere linkse partijen in Europa zijn ingeslagen. ,,Honderden miljoenen mensen hebben het failliet ervaren van de globalisering en het Angelsaksische kapitalisme, dat de ongelijkheid heeft verscherpt, sociale beschermingsconstructies heeft ontmanteld en de werkloosheid heeft doen toenemen'', zei Jacques Nikonoff, de voorzitter van Attac. ,,Deze processen zijn omkeerbaar.''

Een logische reactie zou zijn: ,,Droom maar lekker verder, Jacques.'' Maar als het om politiek gaat zíjn de Fransen dromers, en het succes van Attacs ideeën – waaronder de ontmanteling van de NAVO – duidt erop dat bij Frans links de bekoring van het quasi-utopische haar tijd nog niet heeft gehad. Met als gevolg dat de in het nauw gebrachte socialistische leider François Hollande en andere gematigden, zoals voormalig minister van Financiën Dominique Strauss-Kahn, de partij niet gemakkelijk rond één duidelijke boodschap zullen kunnen verenigen.

Ten slotte hebben de gematigden niet méér te bieden dan de echte wereld – de Europese Unie, de transatlantische alliantie en de markt, zo goed mogelijk getemperd om te zorgen dat de vrijheid in evenwicht is met de noodzakelijke steun aan behoeftigen. Welk Frans hart gaat van zo'n boodschap sneller kloppen?

Gezien deze moeilijkheden zullen de socialisten ten slotte misschien weer iets in elkaar flansen, en een schijn van eenheid oproepen met behulp van een stuk of wat galmende linkse leuzen, die moeten dienen om een pragmatisch economisch programma te maskeren. Ik heb het idee dat de Franse kiezers dit soort goocheltrucs zat zijn en politici willen die de moed hebben om te zeggen waar zij staan. Het succes van Nicolas Sarkozy aan de rechterzijde vormt een aanwijzing dat de Fransen smaak beginnen te krijgen in duidelijke, stellige verklaringen van welhaast Angelsaksische allure.

Minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy probeert iets te doen wat Chirac altijd heeft vermeden: duidelijk zeggen wat rechts wil. Om tactische redenen manoeuvreert hij behoedzaam, maar zijn invloed lijkt erop te wijzen dat een tijd van politieke openhartigheid ophanden is. Als dat gebeurt, bij links en bij rechts, zal Frankrijk uit zijn politieke winterslaap ontwaken. Laten andere landen dan maar uitkijken: als je ziet wat Frankrijk in tientallen jaren van schimmige verstarring allemaal tot stand heeft gebracht, kan er wat gebeuren wanneer het zijn vleugels uitslaat.

Roger Cohen is columnist. NYT Syndicate

    • Roger Cohen