Een diepe Genua-depressie

Extreme droogte in Portugal tegelijk met zware regenval in de Alpen kan toeval zijn. Meteorologen zien echter ook een relatie met klimaatverandering.

Extreme droogte in Zuidwest-Europa, extreme regenval in het Alpengebied en Oost-Europa. In Portugal zorgen verdroogde oogsten en bosbranden voor grote schadeposten, terwijl in Zwitserland, Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Bulgarije, Roemenië, Slovenië en Moldavië binnen enkele dagen grote gebieden onder water zijn komen te staan. Wat hebben deze uitersten met elkaar te maken?

,,De extremen zouden toevallig kunnen zijn'', zegt Rob van Dorland, klimaatonderzoeker bij het KNMI. De twee regio's zijn momenteel onderhevig aan verschillende weersystemen, die niets met elkaar van doen hebben. De plensbuien in de Alpen zijn het gevolg van een zogeheten Genua-depressie, een lagedrukgebied dat vanuit het noordwesten richting de Alpen is gedreven, tegen de bergen opklimt en door afkoeling in korte tijd veel neerslag loslaat. Zo is in Napf in Zwitserland 148 millimeter in 24 uur gemeten, 20 procent van de jaarlijkse neerslag in Nederland. De overstromingen in Oost-Europa ontstaan doordat de depressie langzaam opschuift.

De aanhoudende hitte in Spanje, Portugal en Frankrijk wordt veroorzaakt door een hogedrukgebied dat vanaf de Azoren noordwaarts is geschoven. Die versterkt de droogte die in de winter, het `natte seizoen', als gevolg van een regentekort is ontstaan. Toen viel er 40 procent minder dan in een gemiddeld jaar. Door de hitte is er meer verdamping. Bovendien komt de straling uit een uitgedroogde bodem bij gebrek aan vocht vrij als warmte, die weer de verdamping van beschikbaar bodemvocht versnelt. ,,Daar komt bij dat klimaatmodellen aantonen dat bij grotere uitdroging de oostenwinden toenemen'', zegt Van Dorland. Die zijn droger dan de van zee aangevoerde westenwinden. Dat verband is nog niet verklaard.

De opwarming van de aarde kan beide weersystemen beïnvloed hebben. Modellen constateren een stijging van de temperatuur, in Europa gemiddeld één graad sinds 1976. Voor de komende eeuw is de verwachting een stijging met 1,5 tot 6 graden. In een warmer klimaat is er meer waterdamp, en omdat warme lucht meer water kan vasthouden, intensiveert zo de waterkringloop. Het theoretische gevolg is minder neerslag in het ene gebied, meer in het andere.

De stijging in temperatuur is met modellen vastgesteld, maar of die stijging van invloed is op de totale hoeveelheid neerslag in een jaar is nog niet aangetoond. ,,De frequentie van zware buien in de statistieken van de laatste 55 jaar is zeer chaotisch'', zegt Van Dorland.

Los van weer en klimaat versterkt menselijk handelen droogte en overstromingen. Waterlopen raken bekneld door kanalisering en de groeiende oppervlakte die is bestraat of bebouwd, waardoor water niet in de bodem wordt opgenomen maar over de oppervlakte afvloeit. Daar tegenover staat de overconsumptie van watervoorraden. De Europese Unie probeert daar middels de Kaderrichtlijn Water, van kracht sinds 1999, iets aan te doen. In die richtlijn overheerst de duurzaamheidsgedachte: een lidstaat mag niet meer water van een bron onttrekken dan erin komt.

,,Iedereen kan zien dat de wateronttrekkingen in met name Spanje niet duurzaam zijn'', zegt Andrew Farmer van het Institute for European Environmental Policy in Londen. Hij doelt met name op de landbouw, waar in de mediterrane landen ongeveer 60 procent van het onttrokken water naartoe gaat. De EU pleit ervoor om gebruikers per eenheid water fors te laten betalen. ,,Maar het is voor een Spaanse tomatenboer slecht te verkroppen dat hij meer zou moeten betalen dan een Nederlandse'', zegt Farmer. Door tegenstand van waterschaarse landen is de richtlijn vooral een voornemen geworden. In 2009 moeten de lidstaten voor alle stroomgebieden beheersplannen hebben opgesteld en vanaf 2015 moeten ze die gaan naleven.

Landen die een rivier delen moeten samen afspraken maken over het waterbeheer. Om die reden heeft Portugal altijd ijverig meegewerkt aan de richtlijn. De drie grote Portugese rivieren, de Douro, Tejo en Guadiana, ontspringen in Spanje. ,,Het is afwachten of de Spanjaarden zich willen aanpassen aan de behoeften van de Portugezen'', aldus Farmer.

In extreme gevallen zoals deze zomer zullen de lidstaten worden ontzien. Maar op Europees niveau bestaat geen definitie van een extreem geval. Farmer: ,,Gaat het om een afwijking gedurende een week, een jaar, tien jaar?'' Nu moeten de lidstaten de stroomgebieden in ,,goede ecologische staat'' houden. ,,Maar elk stukje water is weer anders'', verzucht Farmer. ,,Hoe vergelijk je in hemelsnaam de Ebro met een meer in Finland?''

    • Hanneke Chin-A-Fo