Branden in bossen zijn een goudmijn

Bosbranden in Portugal zijn moeilijk te bestrijden. Oorzaken: brandstichting, wanbeheer van de bossen en een falende overheid.

Coimbra brandt. Rondom de monumentale Portugese universiteitsstad, op de steile bergen en in de diepe rivierdalen, laait het vuur onverwacht op tussen de bomen.

De vlammenzee bereikte eerder al de rand van de stad en de terreinen van de universiteit. Met man en macht strijden brandweerlieden – grotendeels vrijwilligers – leger, blushelikopters en blusvliegtuigen de oorlog tegen de brand. Maar het is vooral de verandering van het weer sinds gisteren waardoor het vuur in omvang afneemt.

In de stad en in de bossen hangt een onwerkelijke dreiging. De zon kleurt overdag oranjerood achter de dikke rooknevel die de hemel verduistert. Uit de lucht dwarrelt hartje zomer een sneeuw van asvlokken. Overal hangt de scherpe geur van brand. Het zijn de tekenen van de Apocalyps, somberen sommigen bewoners hier in de streek.

Dat de grote omvang van de branden in Portugal meer dan toeval is – daarover is iedereen het eens. ,,Aangestoken door pyromanen, gekken'', meent Vitor Silva, die op zijn brommertje is komen kijken naar de brand op de bosheuvel.

Brand is handel, zo zeggen ze in de dorpen rond Coimbra. Een brand levert hout op, of is de snelste manier om grond beschikbaar te krijgen voor de bouw van huizen of om koeien op te laten grazen. Ook de brandbestrijding zelf is een goudmijn geworden: het inhuren van helikopters en blusvliegtuigen kost vele duizenden euro's per uur, en daar komt nog heel veel ander materieel bij.

Inmiddels zijn ruim honderd arrestaties verricht onder brandstichters, maar grootschalige economische opzet is nog niet aangetoond. Brandweercommandant Jaime Soares (62) zoekt de oorzaken meer in de oude vijanden van Portugal: wanbeheer en een falende overheid. Soares is al acht dagen onafgebroken in de weer in Vila Nova de Poiares, een stadje op twintig kilometer van Coimbra. Met loeiende sirenes scheurt zijn jeep de bossen in, gevolgd door een bluswagen uit de jaren zeventig. Daar vreet het vuur zich met onverwachte felheid een weg door het slordig onderhouden eucalyptuswoud, waar de afgevallen takken en braamstruiken razendsnel ontvlammen.

De eigenaren van de bossen in Portugal, waarvan meer dan negentig procent in particuliere handen is, verwaarlozen hun eigendom. En als ze er wel snoeien, dan worden de takken simpelweg achtergelaten tussen de bomen.

,,Het is een vorm van terrorisme'', zegt Soares, terwijl hij de mannen van de vrijwillige brandweer aanwijzingen geeft hoe zij het vuur moeten blussen. Soares, burgemeester van Vila Nova de Poiares, kan er niks tegen ondernemen. De wetten zijn ontoereikend. Daarom wordt Portugal volgens hem steeds getroffen door de branden. [Vervolg PORTUGAL: pagina 4]

PORTUGAL

Dit is een peulenschil voor beroepsblussers'

[Vervolg van pagina 1] De regering in Lissabon heeft gezegd dat 180.000 hectare bos in vlammen is opgegaan. Nog niet zoveel als het rampjaar 2003 toen 420.000 hectare in de as werd gelegd, maar beduidend meer dan het afgelopen jaar. Ter vergelijking: de Nederlandse Flevopolder heeft een oppervlakte van 97.000 hectare. Deze zomer werden tot dusver 27.000 branden geteld. Het gemiddelde ligt nu op 400 per dag.

Soares, al 43 jaar vrijwillig brandweerman, geldt als een autoriteit op het gebied van bosbranden. Binnen de nationale raad voor gemeenten beheert hij de post bescherming burgerbevolking. Een strengere straf voor brandstichters zou volgens hem helpen. Nu geldt een brand nog als een simpele manier om familievetes te beslechten of om de bestemming van een terrein te veranderen.

Fundamenteler is dat de Portugese overheid nauwelijks enige stappen onderneemt om de bossen brandveiliger te maken. ,,Er zijn geen brandgangen, er is geen aanplant van boomsoorten die meer weerstand bieden tegen vuur'', zegt Soares. En een begin van bosbeheer is alleen mogelijk na drastische herverkaveling. ,,Portugal kent 600.000 eigenaren van bosgrond. Dit stukje bos waar we nu blussen is in handen van 200 families. Grondeigendom is iets heiligs in Portugal, dat moet veranderen. Maar geen regering die tot nu de verantwoordelijkheid hiervoor heeft willen nemen.''

En dus brandt Portugal door. De beroepsbrandweer, ruim drieduizend man en gesteund door zeshonderd militairen, heeft de beschikking over bijna duizend brandweerwagens en 25 vliegtuigen en helikopters. Portugal heeft materiële steun gekregen van Spanje, Frankrijk, Italië, Duitsland. Maar de grootste inzet komt van de vrijwillige brandweer met 45.000 leden. Terwijl we op weg waren naar de ene brand bij Vila Nova de Poiares moest de brandweer weer snel rechtsomkeert maken naar een andere plek waar de vlammen plots hoog oplaaien. Veel mannen lopen chaotisch door elkaar, trekken aan slangen of proberen het vuur uit te slaan met takkenbossen. De meeste van hen hebben geen enkele notie van brandbestrijding. Jaime Soares: ,,Kijk, dit vuur waar we nu al een uur mee bezig zijn is een peulenschil voor geschoolde brandbestrijders. Ik heb vijftien wagens, maar twaalf daarvan zijn museumstukken.'' Veel dorpen hebben geen enkele brandweerwagen.

Gevreesd wordt dat de bosbranden weer snel vergeten zijn als het herfst is. Brandweerburgemeester Soares vindt dat er maatregelen moeten worden genomen. Er is geen alternatief, zegt hij. ,,Bosbranden bestrijd je niet, je moet ze voorkomen.''

    • Steven Adolf