Bouwen met bloemen

Zelfs architecten zijn modegevoelig. Wie goed kijkt, ziet allerlei trends. Bijvoorbeeld de hang naar gevels van beprint glas, vaak met bloemmotieven.

Glazen gebouwen zijn meestal een ramp. Wat architecten ook beloven over de heilzame werking van nieuwe ventilatiesystemen of Nordisch primatisch glas, glazen gebouwen zijn zelden anders dan broeikassen. Bij zonneschijn wordt het al heel gauw te heet, zodat de leden van raden van bestuur vaak met grote zweetplekken onder hun oksels in hun glaspaleizen moeten vergaderen. En op bewolkte winterse dagen is verwarming een probleem.

Toch blijven architecten verzot op glas. Nu al bijna een eeuw zijn ze gefascineerd door het gladde, breekbare materiaal dat doorzichtig én spiegelend tegelijk is. Wel is in de loop van de tijd de precieze hoedanigheid van hun favoriete bouwmateriaal veranderd. Terwijl oude Nieuwe Bouwers als Walter Gropius, de architect van de glazen Bauhaus-doos in Dessau uit 1927, hielden van gewoon doorzichtig glas, werden een jaar of twintig geleden overal op de wereld gebouwen van spiegelglas neergezet.

Spiegelglas is bijna het tegendeel van gewoon glas: overdag is het juist niet doorzichtig. Alleen in de duisternis, als er licht brandt in de ruimtes achter de gevels, laat spiegelglas iets zien van het leven binnen. Dan is ook zichtbaar dat spiegelglas vaak alleen dienst doet als gevelbekleding: de meeste spiegelglazen gebouwen, zoals het door Abe Bonnema ontworpen gebouw van Nationale Nederlanden in Rotterdam, hebben betonnen muren met niet al te grote ramen, zodat het niet al te heet wordt, als de zon schijnt.

Tien jaar geleden waren lichtgroene glasplaten in de mode als gevelbekleding. Ben van Berkel hulde het door hem ontworpen Nijmeegse museum Het Valkhof zelfs van onder tot boven in een lichtgroen, glanzend gewaad. Maar nu, in het eerste decennium van de 21ste eeuw, maken de groene glasplaten steeds vaker plaats voor glasplaten met prints. Zo is het nieuwe stadhuis van Alphen aan den Rijn, ontworpen door Erick van Egeraat, vrijwel helemaal bekleed met glasplaten die zijn voorzien van prints van plantenbladeren en -bloemen. In hetzelfde jaar werd in Eindhoven het gerenoveerde Bouwkundegebouw van de Technische Universiteit opgeleverd met een nieuwe omhulling van glazen platen met fotoprints van de steigers van Gaudí's Sagrada Familia-kerk in Barcelona.

De mode van bedrukte glasplaten is een klassieke architectuurmode, die na de introductie door beroemde haute-couture-architecten nu steeds verder verbreid raakt. De eersten die beprinte glasplaten gebruikten waren de Zwitserse achitecten Herzog en De Meuron. Al in 1994 bekleedden zij een bedrijfsgebouw van de firma Ricola in Mulhouse van onder tot boven met zulke glasplaten.

In Nederland is de mode van de beprinte glasplaten nu in het stadium van het maatpak en heeft deze de confectie van de sociale woningbouw nog niet bereikt. Tot nu toe zijn glasplaten met prints in Nederland alleen gebruikt in bijzondere gebouwen, ontworpen door de architectuurelite van Nederland. Zo gaven Claus en Kaan hun uitbreiding van het stadskantoor in Breda twee jaar geleden een gevel van glasplaten met een abstract patroon. Frits van Dongen liet een deel van de door hem verbouwde Philharmonie in Haarlem bekleden met glasplaten die zijn bedrukt met een grafische weergave van een compositie van Louis Andriessen.

Wiel Arets gebruikte in zijn onlangs geopende zwarte bibliotheek van de Universiteit van Utrecht op de Uithof donkere glasplaten met fotoprints van bamboe. Plantenmotieven spelen van oudsher een belangrijke rol in de architectuur. De kapitelen van de zuilen van gotische en romaanse kerken zijn bijvoorbeeld vaak versierd met stenen planten, en een van de vier klassieke zuilenordes, de Corinthische, heeft acanthusbladeren. Branimir Medic en Pero Puljiz maakten hierop een toespeling toen ze het door hen ontworpen Acanthus-kantorencomplex in Amsterdam Zuidoost voorzagen van acanthusbladeren die niet alleen in reliëf op de gevelplaten zijn aangebracht, maar ook als prints op de grote glasplaten op de begane grond.

Doordat hetzelfde acanthusblad in dit gebouw honderden malen wordt herhaald, krijgen de prints iets neutraals. Natuurlijk zijn de acanthusbladeren niets anders dan versieringen, maar door hun abstractie zijn ze niet al te zware vergrijpen tegen de nog altijd geldende moderne-architectuurwet die ornamenten tot misdaden verklaart.

Een reeks artikelen over modes in de architectuur die Bernard Hulsman eerder op de Achterpagina publiceerde, is onlangs gebundeld: De krul, Prometheus, 96 blz. €15,95