Soja, geldmachine en sloophamer

De grootschalige teelt van soja is een ramp voor het Zuid-Amerikaanse oerwoud, zeggen critici. Maar de opbrengsten ervan zijn hard nodig.

Wild, dik gras is de letterlijke vertaling van de naam van Mato Grosso do Sul. Maar van deze oorspronkelijke vegetatie is in deze zuidelijke deelstaat van Brazilië niet veel meer te ontwaren. Honderden kilometers aan een stuk zie je niets anders dan vlak land vol tarwe, rijst of bonen. De zon is oranje, de grond rood en de 25 miljoen koeien grijs. De enkele boom die nog rest lijkt vooralsnog vergeten door de man met de zaag.

In de lente – over een week of zes – wordt begonnen met het inzaaien van soja. Dat is inmiddels de meest geteelde groente hier. Het afgelopen seizoen produceerde Brazilië 51 miljoen ton, en buurland Argentinië 39 miljoen ton. Samen oogsten ze inmiddels meer soja dan VS, met negentig miljoen ton soja wereldwijd koploper.

In Zuid-Amerika heerst soja-goudkoorts. Europa en vooral China nemen er steeds meer van af, vooral voor de voeding van vee. In acht jaar tijd steeg de Chinese import van vrijwel niets naar 20 miljoen ton.

Op het gouvernementsgebouw van Mato Grosso do Sul overhandigen ze glimmend drukwerk waaruit onomstotelijk blijkt dat dit ,,het geostrategische centrum'' van Zuid-Amerika is. De kranten verhalen over het werk aan de spoorlijn die straks via deze staat het continent doorsnijdt en vervoer garandeert naar havens aan de Atlantische of Stille Oceaan. En op zijn kantoor zwaait de hoogste gezagsdrager van de provincie die negen keer zo groot is als Nederland, de dynamische gouverneur José Miranda dos Santos, net een groep Koreaanse zakenlieden uit. Ze willen 30 miljoen dollar investeren in een fabriek om soja te verwerken tot bijvoorbeeld boter of energietabletten. ,,We hebben in de eerste zeven maanden van dit jaar al meer geëxporteerd dan in heel vorig jaar'', constateert hij handenwrijvend.

Soja is de geldmachine van dit continent, zegt de grootgrondbezitter. Het is de sloophamer van het oerwoud, klaagt de milieubeweging. Sinds boeren halverwege de jaren zeventig in dit gebied begonnen met de verbouw van soja wordt steeds meer bos gekapt. Dit gewas, zeggen enkele critici, verandert het oerwoud in één immense tuin vol genetisch gemodificeerde soja.

Op het centrale kantoor van het landbouwinstituut van de Braziliaanse overheid Embrapa in hoofdstad Brasília wimpelen ze klachten over grootschalige sojateelt minzaam af. ,,De wereld zou beter af zijn zonder landbouw. Ach, wat zou het fijn zijn als we konden overleven door vruchten van de boom te plukken'', zegt coördinator internationale samenwerking Sebastiao Barbosa.

Maar zoiets is knap lastig in een land met een snel groeiende populatie, waar nu al 184 miljoen monden moeten worden gevoed.

,,Het is niet zo dat ik zeg: in Amerika hebben ze alle indianen vermoord, dus nu mogen wij dat eveneens doen. Maar Brazilië heeft ook recht op ontwikkeling en kan leren van jullie fouten'', zegt Barbosa. ,,En neem van mij aan dat Brazilië zonder de opbrengsten van soja een stuk slechter af zou zijn.''

Bij Embrapa werken achtduizend mensen, verdeeld over 37 in het land verspreide instituten. Ze zijn vooral trots op de wijze waarop ze de sojaboon hebben veranderd.

Door traditionele veredelingstechnieken is de kwaliteit van het zaad aanmerkelijk verbeterd. ,,In 1960 leverde een hectare zo'n 1.000 kilo soja op. Nu kan op zo'n zelfde gebied ongeveer 2.700 kilo soja worden geoogst'', vertelt Plinio Itamar de Mello de Souza. Hij is sojaboononderzoeker .

Zijn grootste succes noemt hij ,,de tropicalisering van de sojaboon''. In 1960 werd alleen in het uiterste zuidoosten van Brazilië soja verbouwd. ,,De uit China afkomstige soja groeide traditioneel alleen in subtropische gebieden'', zegt Plinio. Maar Embrapa maakte de zaadjes ook geschikt voor de tropen. ,,Door de technologische verbeteringen en verhoging van de opbrengst is er juist minder druk ontstaan om nieuwe gebieden te ontginnen voor soja.''

Toch is de milieubeweging somberder gestemd. Greenpeace is bezig met een actie tegen de door de regering afgekondigde asfaltering van de weg BR-163. Die nu in regentijd vaak maandenlang niet berijdbare weg verbindt de zuidelijke oerwoudstad Cuiabá met het 1.765 kilometer noordelijk geleden Santarém. Greenpeace is bang dat de asfaltweg meer boeren aantrekt die overal aan het kappen gaan om nog meer soja te kunnen planten.

De boeren die reeds soja verbouwen zijn zeer te spreken over dit gewas. ,,Ik ben met niks gekomen maar nu zijn we rijk. Aanvankelijk pachtte ik 300 hectare en nu bezit ik 2.000 hectare land'', zegt Gijsbertus Beukhof. Net zoals zijn eveneens vanuit Nederland naar Brazilië geëmigreerde vrouw Engelien woont hij al ruim 45 jaar in Zuid-Amerika. In 1978 zijn ze in Maracaju, in de staat Mato Grosso do Sul, op Fazenda Cristalina met sojaverbouw begonnen.

De sojaprijs is nog steeds goed. Toch is nu een probleem dat de dollar in Brazilië op een lage koers staat. Beukhof weet al dat hij straks na het oogsten begin maart waarschijnlijk te weinig zal verdienen om de gedane investeringen te kunnen terugbetalen. Toch kan hij niet zo maar iets anders gaan verbouwen. ,,De machines die we hebben aangeschaft zijn voor sojateelt'', zegt hij. En volgend jaar gaat het vast weer beter.

De onstuitbare opmars van de sojaboon lijkt nog niet voorbij. Ook in landen als Bolivia of Argentinië wordt nog land ontgonnen om plaats te maken voor soja. Actievoerders van Greenpeace houden sinds gisteren een bulldozer bezet die in Noord-Argentinië op het punt staat oerwoud te veranderen in landbouwgrond.

    • Marcel Haenen