Politiek per pijpleiding

Olie blijft geopolitiek. Een maand nadat de Chinese oliemaatschappij CNOOC een bod van 18,5 miljard dollar op het Amerikaanse Unocal zag mislukken, koopt een andere Chinese staatsmaatschappij, CNPC, voor 4,2 miljard dollar PetroKazachstan. Dit in Canada gevestigde en vanuit Londen bestuurde bedrijf bezit omvangrijke olievelden in Kazachstan. De Chinese aankoop legt een wirwar van politieke, economische en financiële verbanden bloot. China is, evenals India, een van de opkomende grote spelers in de wereldeconomie. De energiebehoefte is enorm. Het land nam vorig jaar een derde van de groei van de wereldwijde vraag naar olie voor zijn rekening, en importeert nu al veertig procent van zijn oliebehoefte. India is al voor 70 procent van zijn olie afhankelijk van het buitenland. Het is geen toeval dat CNPC het bij de overname van PetroKazachstan moest opnemen tegen een rivaliserend bod uit India.

In beide gevallen gaat het daarbij om biedingen van staatsbedrijven. CNPC is een gigant met honderdduizenden werknemers, het Indiase ONGC Videsh is de internationale tak van de nationale Oil and Natural Gas Corporation (ONGC), aangevuld met een investeringsmaatschappij van staalmagnaat Lakshmi Mittal, bekend van Mittal Steel. ONGC Videsh zint overigens op een tegenbod, dat nog hoger is dan het al forse bedrag dat de Chinezen bieden.

Dat de strijd zich concentreert op Kazachstan is veelzeggend. De grootste oliereserves ter wereld liggen onder het zand van het Arabisch schiereiland, maar een van de meest veelbelovende regio's is die in het zuiden van de voormalige Sovjet-Unie. China heeft al oliebelangen in zijn buurland Kazachstan, en binnenkort zal een door CNPC gebouwde pijpleiding tussen de twee landen zijn voltooid. Andersom staan de Kazachstaanse autoriteiten welwillend tegenover de Chinese interesse. De nieuwe pijpleiding verlost het land van zijn afhankelijkheid van Rusland, en de houding tegenover de Verenigde Staten is op zijn best ambivalent. Achter de recente revoluties in Oekraïne, Kirgizië en Georgië wordt in het autoritaire Kazachstan Amerikaanse invloed vermoed. Het terugdringen van de invloed van westerse oliemaatschappijen ten gunste van die uit China is vanuit het perspectief van de sinds 1990 alleenheersende Kazachstaanse president Nazarbajev een logische optie.

China en ook India haken intussen aan bij een oude, westerse traditie. Het veiligstellen van de oliestromen is voor de westerse landen sinds jaar en dag van eminent strategisch belang. Zij zullen eraan moeten wennen dat de nieuwkomers in de wereldeconomie eenzelfde gedrag vertonen. Dat wordt evident nu de internationale vrije oliemarkt krapper wordt en de prijzen stijgen. Vanmorgen noteerde een vat Brent-olie een torenhoge prijs van ruim 65 dollar. De strijd om het beheersen en veiligstellen van de mondiale oliereserves is zo oud als de verbrandingsmotor. Met de combinatie van hoge prijzen en de nieuwe spelers op het wereldtoneel gaat de internationale oliepolitiek een nieuwe en onzekere fase in. Vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is hier voor de lange termijn het beste antwoord op.