Mondriaan en de periode van de Haagse School

De aankoop door het Rijksmuseum van het schilderij `Oostzijdse molen bij maanlicht' van Mondriaan heeft tot veel reacties geleid. De leiding van het Haagse Gemeentemuseum vond de aankoop een raadsel. Het Rijksmuseum ontkracht de vrees dat het een modern instituut wil worden.

Volgens Wim van Krimpen en Hans Janssen was het beter geweest indien het Rijksmuseum een (langdurige) bruikleen van hen zou aanvaarden van een kwalitatief beter (en volgens mij ook interessanter) werk uit het Haagse depot: Landschap Met Molen, ca. 1907. Dit werk zou beter in Amsterdam passen, omdat het de Haagse Schoolperiode, met name in de geest van de schilder Paul Gabriel (overleden in 1903), min of meer afsluit en niet als het aangekochte werk een bevestiging en herhaling van deze periode geeft.

Niet alleen kopieerde een 23-jarige Mondriaan in het Amsterdamse Rijksmuseum in 1895 als een der eerste studiewerken `In de maand Juli' van Gabriel, óók Gabriels `koele' schildertrant, diens geometrische opzet en strenge composities hebben op Mondriaan invloed uitgeoefend.

In het door Den Haag aangeboden werk zien we, anders dan in het door het Rijksmuseum verworven werk, het omslagpunt van Haagse School naar `modernisme'. Enerzijds zien we nog een `gecomponeerde' molen waarbij de as der wieken min of meer gevormd wordt door de diagonalen van het doek, hetgeen ook het geval is bij Gabriels dominante molen in het schilderij `In de maand Juli'. Anderzijds zien wij, zoals de Haagse conservator opmerkt, dat een nieuw kleurpalet van Mondriaan ontstaat: raar geel en mauve, ziekig blauw. Hiermee staat Mondriaan aan de vooravond van zijn definitieve afscheid van de Haagse Schoolperiode, nl. de periode 1906-07, waarin hij langdurig bij zijn schildersvriend Hulshoff Pol in Hengelo logeert en daar zijn vernieuwende `Bos bij Oele' en zijn bijna fauvistische `Rode Wolk' schildert.

Het Haagse aanbod zou een prachtige laatste ode aan de Haagse School door Mondriaan zijn geweest; een periode die door het `Rijks' niet te zeer overschreden moet worden, omdat het anders te veel in het kielzog van het Haags museum komt.

www.nrc.nl/opinie : Artikel Janssen en Van Krimpen en reactie Buunk.

    • Dr. Gerard Mensink