Jansons en KCO zijn één in Mahler

De drie fenomenale Zomerconcerten, waarmee Mariss Jansons en het Koninklijk Concertgebouworkest de afgelopen dagen hun tweede seizoen openden, bevestigden de exceptionele muzikale verstandhouding tussen orkest en de nieuwe chef-dirigent. Gisteravond, na een overweldigende uitvoering van Mahlers Zesde symfonie, was er onder de orkestleden enorme bijval voor hun chef. En Jansons applaudisseerde niet alleen voor het orkest, maar pakte ook de handen van concertmeester Alexander Kerr en solocellist Godfried Hoogeveen en stak ze in de lucht. Het was een gebaar dat duidelijk maakte dat Jansons zich in het orkest opgenomen voelt en het orkest zich om Jansons schaart.

De publieke bijval in een overvol Concertgebouw was groot, ovationeel en langdurig, maar kon uiteraard niet op tegen de anderhalf uur lange, veelal verpletterend luide `Tragische' symfonie van Mahler. In februari klonk het stuk bij de eerste uitvoering al extreem indringend, gisteravond was het nóg overdonderender, in het schrikwekkende slotdeel zelfs gekmakend. Het was een van de heftigste concerten die ik ooit heb meegemaakt. Salzburg, Londen en Berlijn zullen de komende dagen opschrikken van deze Mahler, die op 7 en 8 september nog in Amsterdam wordt herhaald.

Ook de andere concerten waren voorbereidingen voor buitenlandse optredens, deels al eerder in Amsterdam uitgevoerd. Ze zijn geprogrammeerd op de typische Jansonsmanier: voor de pauze een relatief rustig stuk, daarna grootse muziek in een super-uitvoering, waarbij de volle, donkere klank van het Concertgebouworkest veelvuldig wordt ingezet. Zo klonken fraaie vertolkingen van Lutoslawski's Concert voor orkest en Debussy's Images voor zeer memorabele uitvoeringen van Brahms' Eerste symfonie en Sibelius' Tweede symfonie. Brahms bewoog zich tussen majestueus en imposant, Sibelius kreeg met diepgravend aangezette dramatische dimensies een ongehoorde monumentaliteit.

Concerten: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons. Gehoord: 18, 20, 22/8 Concertgebouw Amsterdam. Herh. Mahler IV: 7, 8/9.