`Hoe langer deze crisis duurt, hoe meer het kost'

Nederlandse mode-importeurs slepen de staat voor de rechter. De druk wordt opgevoerd om snel een politieke oplossing voor de Chinese textielcrisis te bereiken.

De tijd dringt voor textielimporteurs in de Europese Unie. Nog één, hooguit twee weken en dan moeten de modewinkels zijn voorzien van de wintercollecties. Truien, broeken, blouses. Maar voor zover die uit China afkomstig zijn, is de kans groot dat de bestelde kleding de schappen dreigt mis te lopen. Miljoenen stuks Chinese kleding mogen de EU niet in. De quota zijn overschreden. Gisteren liepen ook de quota vol voor T-shirts, beha's en linnen garens uit China.

,,Elke dag dat het langer duurt, kost het ons meer geld'', zegt voorzitter David van Huiden van de Vivo, de 85 leden tellende club van importeurs uit het Verre Oosten.

Toch komt er geen kort geding – de haastprocedure bij uitstek. Op een bijeenkomst van de belangenorganisaties in deze branche – naast Vivo ook Modint (mode, interieur, tapijt en textiel met 825 leden) en de verladersorganisatie EVO – gistermiddag in Amsterdam werd op advies van juristen besloten tot een beter haalbaar geachte, zogenoemde versnelde procedure tegen de Nederlandse staat. Die moet dienen voor de rechtbank in Haarlem, die een douanekamer heeft. Inzet is de vrijgave van de kleding die vóór de importstop was besteld.

,,We zijn er niet gerust op dat er snel een politieke oplossing komt'', verklaarde Modint-directeur Han Bekke gisteren na afloop van de strategiebijeenkomst de opmerkelijke stap. Tien dagen geleden immers hadden de importeurs gezegd nog twee weken te zullen wachten met een rechtszaak om zowel politiek als ambtenaren de gelegenheid te geven een oplossing te verzinnen. Een voor donderdag geplande spoedbijeenkomst in Brussel van ambtenaren uit de lidstaten is zelfs een dag naar voren gehaald. Op donderdag al gaan functionarissen van het directoraat-generaal Handel van de Europese Commissie naar Peking voor nader overleg, zo maakte een woordvoerster van de Commissie gisteren bekend.

De ondernemers houden echter druk op de ketel. In Duitsland is vorige week al een mode-importeur naar de rechter gestapt. Gelco, een bedrijf uit Gelsenkirchen dat een deel van zijn collectie in China laat produceren, dacht met het snel laten invliegen – in plaats van het gebruikelijke verschepen – van 38.000 truien nog op tijd te zijn voor het vollopen van het Europese quotum. Dat trad op 12 juli in werking met terugwerkende kracht tot 11 juni (een dag na een Chinees-Europees akkoord hierover) en was voor truien met 69 miljoen stuks op 20 juli al vol. Directeur Jürgen Richter zei vorige week zelfs twee zaken te zijn begonnen: een bij een financiële rechtbank om zijn eigen truien los te krijgen van de douane en een meer principiële zaak ,,namens de hele branche'' bij het Bundesverfassungsgericht, het Duitse grondwettelijke hof.

Ook in Nederland zal het een bedrijf moeten zijn dat de beoogde versnelde procedure tegen de staat begint. De brancheorganisaties lijden geen schade en zijn dus geen partij. Modint-directeur Bekke wil vandaag zijn leden oproepen zich te voegen in deze zaak. De Nederlandse importeurs willen voorts tijdens spoedoverleg met organisaties uit de andere EU-landen vandaag in Brussel bekijken of ook de Europese Commissie kan worden gedaagd. ,,Het gaat erom of we via het Europese Hof een schadevergoeding kunnen krijgen.''

Hoewel de staat in de persoon van staatssecretaris Van Gennip (Buitenlandse Handel) de importeurs een warm hart toedraagt, wordt zij gedaagd als ,,medeverantwoordelijke voor het Brusselse beleid'', zoals Bekke het uitdrukt. De organisaties stellen in een verklaring dit ,,te betreuren, maar geen andere uitweg te zien''. Van Gennip maakt zich namelijk sterk voor het principe van vrije handel. Vorige week onderstreepte zij dat nog eens in een ingezonden brief aan de Britse zakenkrant Financial Times, die ze samen met drie Scandinavische collega's schreef.

In deze zaak loopt er een scheidslijn noord-zuid door Europa. Vooral Zuid-Europese fabrikanten bepleiten beperkingen op de Chinese invoer, die overigens per 1 januari van dit jaar na een overgangsperiode van tien jaar was geliberaliseerd. Maar de importeurs zijn het oneens met Europees Commissaris Mandelson (Handel) dat de quota noodzakelijk zijn omdat de Europese markt voor textiel verstoord dreigt te raken. In de eerste maanden van 2005 steeg de Europese invoer uit China met slechts 3 procent, stellen zij. Bekke wijst erop dat de Nederlandse invoer van kleding uit Azië dit jaar met 6 procent is gedaald, hoewel het aandeel van China daarin met 25 procent is gestegen. ,,De markt wordt niet overspoeld met Chinees textiel.'' Bekke spreekt verder van een ,,ondeugdelijke'' Europese regeling.

De importeurs verwijten de Commissie bij het probleem van de `Chinese textielstapels' er blijk van te geven niet op de hoogte te zijn van de gang van zaken bij de invoer van kleding uit productielanden. De tijdelijke oplossing bleek ook ontoereikend. Zo steekt het oprekken door de EU van het truienquotum met 9 procent – `flexibiliteit', zoals het in handelsjargon wordt genoemd – schril af bij de stand van zaken vanmorgen: meer dan 95 procent overschrijding, oftewel bijna 60 miljoen truien die niet mogen worden geïmporteerd.

Mandelson beschuldigde de importeurs er eerder deze maand van te hebben geprobeerd de quota op het laatste moment te omzeilen met inderhaast geplaatste orders. Volgens Modint was 90 procent van de Nederlandse bestellingen voor dit najaar al gedaan vóór 29 april, de dag waarop de Commissie een onderzoek begon naar vermoedelijke marktverstoring in de EU.

Het voorlopig hoogtepunt in deze kwestie is donderdag, wanneer blijkt wat de uitkomst van de Chinees-Europese besprekingen is, zegt een woordvoerder van Economische Zaken. Een dag eerder moeten de sterk verdeelde lidstaten proberen de Europese ambtenaren met een eensgezind onderhandelingsadvies richting Peking te sturen.

    • Reinoud Roscam Abbing