Het cilinderslot gekraakt

Met de komst van een nieuw gereedschap voor inbrekers, de slagsleutel, leken alle cilindersloten waardeloos. In de praktijk valt dat mee. ,,De slagsleutel is niet iets voor een gelegenheidsdief.''

Terug van vakantie zullen de meeste Nederlanders opgelucht hebben vastgesteld dat hun dure spulletjes er nog waren. Voor de zomer werd Nederland nog opgeschrikt door televisie-uitzendingen over een nieuwe en effectieve manier van woninginbraak. Met een simpele sleutel, te vervaardigen bij iedere hakkenbar, en een hamertje zouden de meeste cilindersloten in een handomdraai te openen zijn. Met de slagsleutelmethode, ook wel klopsleutelmethode genoemd, zou het Politiekeurmerk voor de beveiliging van woningen in één keer waardeloos zijn geworden. De uitzendingen waren in Nova op 27 april, in Kassa op 14 mei en ook verscheen een sleutelspecialist bij Kopspijkers.

Het onderwerp kwam al op 26 januari in de actualiteit door de publicatie `Bumping locks' van Barry Wels en Rop Gonggrijp van de Nederlandse slotenkrakersvereniging TOOOL (The Open Organisation Of Lockpickers). TOOOL-leden beoefenen het slotenkraken als hobby. Meestal gebruiken zij een lockpick-setje, waarmee met geduld, inzicht en veel oefening een cilinderslot valt te openen. Met de publicatie `Bumping Locks' beschrijven de auteurs een nieuwe methode: de slagsleutelmethode.

Met de slagsleutelmethode zou een cilinderslot met een aangepaste sleutel van het juiste merk en met een passend profiel (zie `Gebruik slagsleutel vergt enig geluk en uiterste precisie') binnen enkele seconden geopend kunnen worden. In de televisie-uitzendingen werden enkele overtuigende demonstraties gegeven. Na het openen van het slot waren nagenoeg geen beschadigingen te zien. Verzekeraars zouden bij diefstal van dure spullen sporen van braak eisen – en deze zijn bij de slagsleutelmethode nauwelijks te vinden.

Ook dure cilindersloten van hoogwaardige materialen en nauwe toleranties, die gewoonlijk beter bestand zijn tegen forceren van het slot, bleken met een slagsleutel geopend te kunnen worden. Sterker nog: bij deze dure sloten ging dat zelfs het gemakkelijkst. Alleen enkele typen cilindersloten met speciale aanpassingen bleken niet te kraken.

Tijdens de vakantie is bij een enkeling wel ingebroken, maar dat was dan bijna altijd met klassieke middelen gebeurd: met een breekijzer, door te `flipperen' met een plastic kaart, door insluiping via een balkon, door het indrukken van een raampje of gewoon met grof geweld.

Frits van de Kant, directeur van het Centrum voor Beveiliging en Veiligheid (CB&V) in Wageningen, beaamt dat nog steeds veruit het grootste deel van de inbraken gepleegd wordt door gelegenheidsdieven. Het CB&V is verbonden aan het Politiekeurmerk. Het centrum certificeert woningen voor het Politiekeurmerk en adviseert de houtindustrie bij het inbraakwerend maken van ramen en deuren.

Van de Kant, voorheen werkzaam bij de Utrechtse politie, beschouwt de heisa van de slagsleutelmethode als een voorbijgaande zaak: ,,Twee jaar geleden verschenen vergelijkbare berichten in de Duitse media en wij hebben van onze Duitse collega's niet gehoord dat het aantal inbraken in Duitsland is toegenomen. De slagsleutelmethode is een methode voor inbraakspecialisten en die specialisten plegen maar een zeer kleine minderheid van alle inbraken.''

Van een toename van het aantal inbraken in Nederland is zeker geen sprake. Van de Kant: ,,Eerder het tegendeel. Jarenlang schommelde het aantal inbraken rond 20 per 1.000 woningen per jaar. Dat is jaarlijks 2 procent. In bepaalde stadswijken was dat soms 13 procent! Maar het aantal inbraken is afgenomen. Tegenwoordig is het nog maar 15 per 1.000: 1,5 procent. Dat komt volgens ons doordat de woningen beter beveiligd zijn. Sinds 1 januari 1999 is in het Bouwbesluit opgenomen dat gebouwd moet worden volgens de richtlijnen van het Politiekeurmerk. Daarin is Nederland uniek in de EU. Het blijkt nu dat in die nieuwbouw het aantal inbraken dramatisch is afgenomen. Nog slechts 0,03 per 1.000, nagenoeg nihil!''

Woningen die het Politiekeurmerk hebben zijn niet inbraakproof, maar inbraakwerend. Van de Kant: ,,Een specialist komt er altijd in – dat is buiten kijf. Maar je kunt het een gelegenheidsdief met een sterke schroevendraaier erg lastig maken. Bij het keurmerk gaat het erom de inbreker te ontmoedigen. In een niet beveiligde woning is hij in zo'n 15 seconden binnen. Schroevendraaier achter een raam en hop! Maar in een beveiligde woning klasse II duurt het zeker 3 minuten. Door goedgeplaatst hang- en sluitwerk. Daar heeft zo'n inbreker geen zin in. En zeker niet als de kans op betrappen ook vergroot is. Door gebruik te maken van sociale controle, bijvoorbeeld doordat de inbreker alleen naar binnen kan via een deur die door buren gezien kan worden. Door buitenverlichting met sensoren, zodat de inbreker plotseling opvallend in het licht staat.''

Maar waarom zou een inbreker het niet eens proberen met een slagsleutel? Van de Kant: ,,Daar zijn een heleboel redenen voor. In de eerste plaats zijn er een heleboel andere methoden voor de echte slotenkrakers. Je hebt lockpicking met de hand, zoals de leden van TOOOL als hobby beoefenen. Maar je hebt ook elektrolockpicking, met een elektrisch apparaatje zoals de politie gebruikt en sommige erkende slotenspecialisten. Je hebt de Bulgaarse methode waarbij de cilinder in zijn geheel uit het slot verwijderd wordt. En je hebt het `boren en trekken', waarmee de inbreker het slot passeert.''

Dus de slagsleutel is maar een van de vele methoden? Van de Kant: ,,En naar mijn mening een vrij omslachtige. In de eerste plaats moet de inbreker zo'n speciale sleutel maken. Ieder merk sleutel is weer anders en binnen ieder merk zijn weer verschillende profielen. Hij moet dus al een flinke hoeveelheid slagsleutels bij zich hebben, een paar honderd als het tegenzit. Het fabeltje gaat dat je die bij iedere hakkenbar kan laten maken. Maar dat is niet zo. Dat kan alleen met speciale machines. En zelf zo'n sleutel vijlen is geen gemakkelijk werkje. Niet iets voor een gelegenheidsdief. Maar stel dat je de juiste slagsleutel hebt, dan is het openen van een slot ook nog geen gemakkelijke zaak. Je moet geoefend zijn. Het is een kwestie van de juiste tik en de juiste timing om het slot te openen. Ten slotte blijkt het ene slot wel met een slagsleutel te openen en het andere niet, zelfs van hetzelfde merk. Daar begint een inbreker toch niet aan!''

Waar hij realistisch aan toevoegt: ,,Mocht de slagsleutelmethode om een of andere reden toch algemeen worden, dan zal het Politiekeurmerk zijn eisen aanpassen. Het zal slotfabrikanten niet veel moeite kosten, er zijn nu al veel sloten slagsleutelbestendig. Maar ik geloof niet dat een aanpassing van het keurmerk nodig is.''

    • Rob Biersma