`Geen aanwijzing Iraans kernwapen'

Er is geen enkele harde aanwijzing meer dat Iran werkt aan een kernwapen. De sporen hoog verrijkt uranium die in 2003 in enkele Iraanse installaties zijn aangetroffen zaten daar al toen die installaties uit Pakistan werden geïmporteerd.

Dat schrijft de Washington Post die een groep anonieme Amerikaanse overheidsexperts en internationale deskundigen citeert. Het team, waaronder ook onderzoekers uit Frankrijk, Japan, Groot-Brittannië en Rusland, heeft de afgelopen negen maanden de monsters geanalyseerd die IAEA-experts in de zomer van 2003 verzamelden. Het internationale atoomenergie agentschap IAEA is de VN-organisatie die toeziet op misbruik van kernenergie. Na onthullingen in 2002 had het IAEA in februari 2003 bevestigd dat Iran in het geheim werkte aan verrijking van uranium. In de maanden erna kregen IAEA-inspecteurs geleidelijk toegang tot de verschillende betrokken installaties, onder meer in Natanz waar een proeffabriek met gascentrifuges voor uraniumverrijking werd ingericht. Later bezochten ze ook de Kalaye Electric Company waar de centrifuges werden geassembleerd.

Iran houdt vol dat de verrijking in dienst staat van een civiel kernprogramma. Daarvoor volstaat een uraniumverrijking tot 4 procent. Maar in vervuiling op en bij de verschillende apparaten werden sporen uraniumverrijkingen tot 70 procent aangetroffen. Iran suggereerde dat die op de apparatuur aanwezig moesten zijn geweest toen die werd geïmporteerd `uit het buitenland'. Dat buitenland bleek Pakistan. Eind 2003 werd duidelijk dat Pakistan jarenlang veel nucleaire kennis en materialen heeft geëxporteerd naar Iran, Libië en Noord-Korea.

Het IAEA heeft de Iraanse verklaring ,,niet onaannemelijk'' genoemd en wist Pakistan zover te krijgen delen van betrokken gascentrifuges voor onderzoek af te staan. Kennelijk is nu op de Pakistaanse centrifuges dezelfde verrijkingsgraad (en begeleidende vervuiling) aangetroffen. De sporen hoogverrijkt uranium op Iraanse centrifuges zijn door de Amerikaanse regering (in het bijzonder door de toenmalige onderminister van Buitenlandse Zaken, nu VN-ambassadeur John Bolton) geregeld aangevoerd als aanwijzing voor de kwade trouw van Iran.

Over twee weken brengt het IAEA weer een nieuw rapport uit over zijn bevindingen in Iran. In principe kan dat aanleiding zijn voor de IAEA-bestuursraad de kwestie door te verwijzen naar de Veiligheidsraad (zoals de VS graag zien). De kans daarop is minimaal.