Aankoop moet leiden tot fundamentele vragen

De aankoop door het Rijksmuseum van het schilderij `Oostzijdse molen bij maanlicht' van Mondriaan heeft tot veel reacties geleid. De leiding van het Haagse Gemeentemuseum vond de aankoop een raadsel. Het Rijksmuseum ontkracht de vrees dat het een modern instituut wil worden.

Kunsthandelaar Frank Buunk kwalificeert de reactie van Hans Janssen en Wim van Krimpen op de aankoop van een Mondriaan door het Rijksmuseum als ,,een wel heel wonderlijke stelling'' (Opiniepagina, 19 augustus). Duidelijk is dat Buunk het niet eens is met de auteurs, maar wat precies wonderlijk is aan hun opvattingen wordt niet duidelijk.

Wat pas echt wonderlijk is, is dat een kunsthandelaar die zelf in de meest directe zin belanghebbende is, op de opiniepagina reageert onder de kop `Rijks deed met Mondriaan een puike aankoop'. Toen ik enkele jaren geleden nog kunstsociologie doceerde aan de Universiteit van Amsterdam, probeerde ik mijn studenten duidelijk te maken dat er in het Nederlandse kunstbestel een onmiskenbare vervlechting bestaat tussen kunstenaars, musea, media, handel en nog het een en ander. Een krasser staaltje daarvan heb ik nog zelden gezien.

Ik heb geen oordeel over de vraag of deze specifieke aankoop te rechtvaardigen is, maar ik vind wel dat ze aanleiding geeft, of zou moeten geven, tot het stellen van fundamentele vragen die het gehele museumbestel betreffen en die raken aan de drijfveren van musea. Ik ben van mening dat de statushiërarchie tussen musea veel te veel berust op wat ze bezitten, net zoals de pikorde binnen musea ook nog te veel is terug te voeren op wie wat – en voor hoeveel – mag aankopen. Deze manier van denken en doen is achterhaald en moet veranderen. Het is niet interessant wat je allemaal bezit. Veel belangwekkender is wat je met je bezittingen doet.

    • Algemeen Directeur Nederlands Openluchtmuseum
    • Dr. Jan Vaessen