Koningin Carmen

De monniksgier Carmen was naar de Oostvaardersplassen komen zweven. Na vijf maanden dode dieren eten kreeg ze een treinongeluk. In Naturalis werd ze gisteren publiekelijk gevild.

Twee meter vijfenzestig, aldus de man met het gele meetlint. Terwijl Carmen op de grond ligt uitgespreid, vinden haar kenmerken een plek op het sectieformulier. Na de indrukwekkende spanwijdte volgen onder andere de afstand van pols tot pols en de maat van de langste slagpen – de veer meet 81 centimeter, om precies te zijn. Dan tillen twee onderzoekers de donkerbruine vogel behoedzaam op en leggen haar op een met blauw zeil beklede tafel. Aan haar poten wordt ze aan een unster gehangen: 7,62 kilo.

Een vogelpreparateur, een ecoloog, museumbezoekers en journalisten bogen zich gisteren in het Leidse natuurmuseum Naturalis over monniksgier Carmen, die zich vorige week maandag dood vloog tegen een trein tussen Almere en Lelystad. De gier werd publiekelijk `ontvild en ontleed' om haar te prepareren voor de komende eeuwen, in de wetenschappelijke collectie van het museum.

De uiterst zeldzame Spaanse roofvogel kreeg een sterstatus onder vogelaars op het moment dat ze vijf maanden geleden in Nederland neerstreek. De monniksgier hoort tot de grootste vliegende vogels ter wereld en was sinds halverwege de negentiende eeuw maar drie keer eerder in deze contreien gezien. Vele biologenogen volgden de dwaalgast vanachter verrekijkers, terwijl ze in de Oostvaardersplassen op zoek was naar dode reeën en runderen. ,,Het majestueuze vliegbeeld is onvergetelijk'', schreef Kester Freriks in de vogelrubriek van deze krant.

Anoniem was Carmen toen al twee jaar niet meer. In de lente van 2003 werd ze vergiftigd gevonden in de Spaanse regio Extremadura. In Spanje leven ruim duizend broedparen van de monniksgier, de grootste populatie van Europa. Een volwassen vrouwtje was ze: misschien pas drie jaar oud, misschien al bijna dertig.

Ze knapte op in een vogelopvang, verhuisde naar een gierencentrum op Mallorca. Natuurbeschermers selecteerden haar voor een uitzettingsproject in de Drôme in Zuidoost-Frankrijk. Carmen kreeg een naam, een metalen ring om haar linkerpoot, een zender aan de staart. Sommige slagpennen aan haar vleugels werden witgebleekt zodat ze tijdens de vlucht identificeerbaar was. Op 2 februari kreeg ze in het natuurreservaat Baronnies de vrijheid, maar vier dagen later was ze alweer verdwenen.

Vijf weken later dook ze op – in Nederland. ,,Ze was zeker niet mager. Ze heeft het in de Oostvaardersplassen goed naar haar zin gehad.'' Volgens Naturalis' vogelpreparateur Hein van Grouw, in witte laboratoriumjas, was de treinbotsing een kwestie van pech. ,,Ze was behoorlijk in de rui, maar dat betekent niet dat ze moeizamer zou vliegen. Gieren wisselen hun slagpennen het hele jaar door.''

Dankzij preparateur Van Grouw neemt wijlen Carmen nog toe in educatieve en wetenschappelijke waarde. In vijf uur zal hij de huid van het vlees van de vogel scheiden. ,,Het is een kwestie van langzaam afpellen. Vannacht gaat ze de vriezer in, en daarna wordt ze verder gewassen. Met de hand, want ze past niet in de centrifuge.'' Als de gier na twee weken helemaal schoon en droog is, gaat ze bij -23 graden Celsius in de ontsmettingsvriezer. ,,Daarna is ze zeker ongediertevrij.''

Als Van Grouw uiteindelijk zijn scalpel in de borst van de gier zet, staan er al een paar rijen belangstellenden in de bovenzaal van het museum – ook veel kinderen.

De meesten houden zich flink bij de aanblik van een halfnaakte gier. Het bloed van het kadaver is gestold, en de grootste bloedvaten bindt Van Grouw voor de zekerheid met garen af terwijl Carmen op de ontleedtafel ligt. Pas als het beest met slap afhangende hals aan een vleeshaak hangt, de afgesneden halsslagaders bovenuit de borstkas stekend, klinkt gejengel en drukken sommige hoofdjes zich even tegen een moederbuik.

De drie zoons van de familie Pröpper – Mike (7), Robin (11) en Davy (13) – staan met een mengeling van nieuwsgierigheid en afkeer te kijken. ,,Ik vind het mishandeling!'' begint de jongste. Hij wil wel kijken, maar vindt het ook ,,een beetje eng'', geeft hij toe. Zijn oudere broer Robin maakt zich minder zorgen om de gier. ,,Hij is toch al dood, en dan is het leuk dat-ie in een museum komt.'' Robin is verklaard dierenliefhebber. ,,Vooral van dolfijnen en schildpadden.''

Als het vlees verwijderd is, ligt Carmen er nog altijd bij als een gier – al is het nu een heel magere. Preparateur Hein van Grouw doet zijn latex handschoenen uit om een boterham te gaan eten. Het was geen moeilijke klus, zegt hij nonchalant. ,,Het is een beetje als een zwaan.'' Om er meteen achteraan te mompelen: ,,Maar als-ie zo ligt, denk je wel: `Mooie vogel, toch zonde.'''

    • Hester van Santen