Er is te weinig liefde voor de kust

Onze correspondenten gaan deze zomer op de nostalgische tour. Behoort de Belgische kustplaats Oostende nog tot `elegantste badsteden'?

Aan het begin van de vorige eeuw wist de Bottin Mondain, de exclusieve gids voor welgestelde Parijzenaars, het al. De Belgische kustplaats Oostende moest tot ,,de elegantste badsteden van Europa'' worden gerekend, ,,waar de koning der Belgen elk jaar het seizoen komt openen, en het Casino dat over een orkest van honderdenvijftig musici beschikt enkele concerten per dag geeft. Er is een strand met fijn zand er zijn prachtige parken en feesten om de badgasten te behagen''.

Het leven was er goed, in Oostende. De internationale Beau Monde verpoosde er: flanerend over de boulevard of onderlangs de Venetiaanse Gaanderijen, sportend op de tennis-, golf- en polovelden of mijmerend bij de haven als er weer een cruiseschip afmeerde. Tot zijn teleurstelling kon koning Leopold II in 1905 vanwege de festiviteiten in het kader van zijn 40-jarig ambtsjubileum en het 75-jarig bestaan van België dat jaar maar acht dagen in zijn zomerresidentie in Oostende verblijven. Het was ook het jaar dat de nieuwe schouwburg werd geopend met de opera Lakmé van Léo Délibes. Onder de bezoekers: de sjah van Perzië.

Van dat mondaine is anno 2005 weinig meer te merken. Als er sprake is van een biotoop voor de happy few moet deze verstopt zitten achter de immense flatgebouwen die tegenwoordig als een soort tweede dijk de kustlijn markeren. Oostende is vandaag de dag wat het gezien zijn geografische ligging aan zee moet zijn: een gewone badplaats. Maar wel een Belgische; dus ingetogen en bescheiden.

Op één van de schaarse echt warme dagen die deze zomer tot nu toe gekend heeft, valt vooral de rust van Oostende op vergeleken bij strandplaatsen aan de Nederlandse, Franse, Italiaanse of Spaanse kust. Hier geen combinatie van frituur- en zonnebrandolie die wandelaars op de boulevard tegemoet walmt. Hier geen dreunende beat die een atonale muzikale verbindingslijn vormt tussen aaneengeregen terrassen. En hier evenmin uitstallingen met de bekende toeristenprullaria in de vorm van T-shirts, opblaasbeesten, badhanddoeken en ansichtkaarten. In Oostende ziet de bezoeker strand, zee en badgasten.

,,Het Oostendse leefklimaat wordt gekenmerkt door een steeds weerkerend `het was'. Oostende was ooit de stad waar Europese schrijvers elkaar ongedwongen op terrasjes ontmoetten. Van Zweig tot Couperus, van Roth tot Joyce. Het kosmopolitisme van Oostende was in de eerste jaren van de twintigste eeuw een begrip.'' Aldus de Belgische schrijver Eric de Kuyper in zijn vorig jaar verschenen verhalenbundel Villa Zeelucht, waar net als in een aantal eerdere boeken van hem het inmiddels tot 70.000 inwoners uitgegroeide Oostende een prominente plaats inneemt. Wie meer over de ontwikkeling van Oostende wil praten, moet kortom bij hem zijn.

Het voorstel om dat te doen tijdens een rit in de al sinds het einde van de negentiende eeuw bestaande kusttram wees hij vriendelijk doch resoluut af. ,,Die tram is ook niet meer wat hij was. Je ziet overigens zo goed als niets vanwege de drukte'', aldus De Kuyper in een e-mail. Praten best, maar dan in zijn huidige Duitse woonplaats Niel, vlak over de Nederlandse grens onder de rook van Nijmegen.

De 62-jarige schrijver en filmmaker Eric de Kuyper heeft wat met Oostende. Zijn grootouders en ouders woonden er. Zelf werd hij geboren nadat zijn ouders naar Brussel waren verhuisd. Maar als klein kind verbleef hij elk jaar lange tijd bij zijn familie in Oostende om met behulp van de frisse zeelucht aan te sterken. De herinneringen aan die periode leidden in 1988 tot zijn debuutroman Aan Zee.

Midden jaren negentig bezat De Kuyper zelf enige tijd een flat in Oostende. ,,Zo'n afschuwelijke flat. Maar als je er in zit met dat prachtige uitzicht op zee zie je die flat niet'', zegt hij. Veel van wat hij toen waarnam beschreef hij in zijn in 1997 verschenen boek Met zicht op zee.

De constante in het werk van De Kuyper als het gaat over Oostende is teleurstelling over hoe de stad zich heeft ontwikkeld. Maar dat moet volgens hem niet worden verward met nostalgie. De Kuyper: ,,Vroeger was het anders en nu zou het zoveel beter kunnen zijn.''

De Kuyper beschouwt Oostende vooral als een ,,prachtig kruispunt''. Zowel de positieve als de negatieve kanten van de kust zijn er te vinden. Een kruispunt, ook qua vervoer. ,,Je had rechtstreekse treinen naar Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Nederland en via de boot naar Dover met Engeland. Die functie als kosmopolitisch knooppunt is verdwenen. Nu is Oostende voornamelijk een Belgische aangelegenheid.''

Het was een mondaine badplaats, beaamt De Kuyper. ,,Maar niet zo lang hoor. Alleen tijdens de Belle Epoque. Na de Eerste Wereldoorlog begon de decadentie.'' In zijn laatste boek vraagt hij zich af wat het begrip mondaine stad vandaag de dag nog zou betekenen. ,,Het equivalent hiervan is de levensstijl van de jetset. Gelukkig laat de jetset de badstad links liggen''.

In de tot woning omgebouwde varkensschuur zegt De Kuyper dat de ,,grandeur'' voorbij is. ,,Daarvoor hoef ik niet naar de Belgische kust te gaan. Dat vind ik allemaal niet zo erg. Maar wat ik wel erg vind is dat er geen liefde en respect is voor de kwaliteit die er geweest is, het erfgoed. Ik ben blij dat ik de jaren vijftig heb kunnen meemaken. Daardoor heb ik nog het soort badplaats gekend à la les vacances de monsieur Hulot. De badplaats met de pensionnetjes. Daardoor kon ik me beter voorstellen hoe het voor de oorlog was.''

De Kuyper is er destijds eens met de minister van Toerisme over gaan praten. ,,Ik heb hem gevraagd waarom hij de kust toch zo kapot liet gaan en of hij daar niets aan kon doen.''

Want die hadden ze verziekt

,,Die zijn ze nog altijd aan het verzieken. Er is te weinig liefde voor die kust, te weinig trots, te veel opportunisme, niet genoeg elegantie, niet genoeg charme, niet genoeg kwaliteit. Je ziet het aan de flatgebouwen die neergezet zijn, maar ook in de service. Ik zou in Oostende geen hotel kunnen aanbevelen. Hooguit een klein pensionnetje dat met liefde en met stijl gerund wordt. Maar bij de meeste is het liefde noch stijl, alleen maar een prijskaartje.''

En Oostende heeft toch zo veel mogelijkheden, denkt De Kuyper. Het stoort hem dat de plaats niet de rol speelt die zij zou kunnen spelen. Bijvoorbeeld op het terrein van cultuur. ,,Op het culturele vlak is Oostende echt een woestijn. Het stedelijk museum is een ramp. Verder is er niks en moet je naar Brugge om een beetje cultuur te hebben. Vroeger was het omgekeerd. Toen kwamen de mensen van Brugge naar Oostende. De Kursaal had nog een eigen orkest van 125 man. Dat zou natuurlijk niet meer kunnen, maar je moet er creatief mee omgaan. Er is niemand die het belangrijk vindt om ideeën te ontwikkelen. En dat is wat anders dan een model overnemen. Beleidsmakers zijn gebiologeerd door succesformules. Nu zijn congrescentra zijn dat en moet elk dorp moet een congrescentrum hebben. Of dan wil iedereen een zeeaquarium zoals in Boulogne sur Mer. Maar we hebben mensen nodig die iets weten te maken van Oostende, ontworpen voor die specifieke plek.''

Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl/nostalgie

    • Mark Kranenburg