Salman Rushdie: ik kies geen partij

Salman Rushdie is er trots op dat hij geen partij kiest en haalt in zijn nieuwste boek juist niet uit naar moslimterrorisme. Dat zegt de schrijver in een vraaggesprek in deze krant. Veel media, waaronder deze krant, schreven bij de publicatie van zijn nieuwe roman eerder deze maand dat Rushdie zich fel verzet tegen de radicale islam. ,,Als ik een didactische roman had willen schrijven, had ik hem anders geschreven. Partij kiezen kunnen we allemaal, dat doen we in het stemhokje. Als romancier wilde ik dat nu juist vermijden. Ik wilde een situatie laten ontstaan die niet helder is.''

Rushdies Shalimar de clown verscheen vorige week in het Nederlands, enkele weken voor de originele Engelstalige uitgave. Er zijn dus nog geen Engelse commentaren beschikbaar. In het interview vandaag wil Rushdie het beeld rechtzetten dat nu van zijn boek is ontstaan. Na het verschijnen van zijn boek De Duivelsverzen in 1988 moest Rushdie onderduiken toen de Iraanse ayatollah Khomeiny een fatwa tegen hem uitsprak.

,,Natuurlijk heb ik een duidelijke mening over moslimterrorisme. Zoals vrijwel iedereen tegenwoordig. Maar deze roman gaat niet, gaat niet alleen, over moslimterrorisme. Deze roman gaat in de eerste plaats over wat er in een bepaald deel van de wereld gebeurt, namelijk in de vallei van Kashmir. Waar een van de hoofdpersonen vanwege van alles wat er misgaat in zijn leven op het pad van de radicale islam terechtkomt en een moordenaar wordt. Maar ik verzet me tegen het idee van `uithalen naar', want dat is het tegenovergestelde van wat een kunstenaar probeert te doen.''

Hij onderstreept dat hij of anderen wel naar moslims of terreur mógen uithalen. ,,Ayaan Hirsi Ali had het volste recht om Submission te maken, zij is een indrukwekkende vrouw die daarmee een heel belangrijk onderwerp heeft aangesneden. (...) En ook Theo van Gogh, wat voor woorden hij ook gebruikte – en het zouden mijn woorden niet zijn – had het volste recht om te zeggen wat hij wilde. De verantwoordelijkheid voor zijn dood ligt uitsluitend bij de moordenaar. Juist in tijden van grote crisis moet een samenleving de grootst mogelijke openheid betrachten.''

Zaterdag &cetera pagina 8-9

    • Chris Kijne