Royal Bank of Scotland koopt voor een prikje

Eindelijk kan Royal Bank of Scotland de eer opeisen een mondiale bank te zijn. RBS-topman Sir Fred Goodwin is er steeds op uit geweest zijn Britse en Amerikaanse rijk uit te breiden in de richting van Azië. Met de aankoop van een belang van 5,1 procent in Bank of China heeft hij zijn doel bereikt.

In theorie moet dat goed nieuws zijn voor beleggers. Banken met een Britse beursnotering en een wereldwijd activiteitenpakket genieten doorgaans hogere waarderingen dan branchegenoten die uitsluitend de vermoeide binnenlandse markt bedienen. Bovendien lijkt RBS voor een prikje aan zijn belang in Bank of China te zijn gekomen. De Britse bank heeft 1,3 maal de boekwaarde over 2004 van zijn Chinese partner betaald, minder dan wat Bank of America in juni op tafel moest leggen voor een belang in China Construction Bank. HSBC betaalde 1,5 maal de boekwaarde voor zijn belang in Bank of Communications.

Het probleem is dat RBS beleggers moet overtuigen. De bank wordt verhandeld tegen een korting ten opzichte van de sector, zelfs ten opzichte van branchegenoten die zich louter op Groot-Brittannië richten. De plannen om de Chinese markt te betreden, wekken vooral bezorgdheid op omdat de bank weinig ervaring met de regio heeft. Daarom heeft RBS de transactie zodanig vormgegeven dat zij de beste kans maakt de sceptici op andere gedachten te brengen.

De bank is teruggekomen van zijn voornemen een belang van 10 procent of meer te nemen. Daardoor kon de transactie worden gefinancierd zonder dat een aandelenuitgifte nodig was of het primaire aandelenkapitaal werd aangetast. Toch krijgt RBS een plek in het bestuur door de steun van mede-beleggers Merrill Lynch en Hong Kong-miljardair Li Ka Shing. Dat betekent dat het concern half zoveel heeft hoeven betalen voor een bestuurszetel als Bank of America bij China Construction Bank.

Niettemin heeft de transactie nog een lange weg te gaan voordat zij haar nut heeft bewezen. RBS mikt op een rendement van 12 procent op zijn investeringen, maar zal dat doel niet alleen via dividenduitkeringen kunnen bereiken. Zelfs als Bank of China al zijn winst aan de aandeelhouders uitkeert, zou RBS pas halverwege dat streven zijn. Dat duidt erop dat RBS hoopt op winst uit een beursgang. Maar dat kon wel eens lastig zijn zolang Bank of China een mager rendement van 0,6 procent op zijn bezittingen boekt.

Bovendien wordt de Chinese bank geplaagd door schandalen. Een ex-directeur van de Hong Kong-divisie werd vorige week veroordeeld wegens verduistering. Eerder verdween een manager van Bank of China in het buitenland, nadat hij mogelijk 123 miljoen dollar van het geld van de bank op buitenlandse rekeningen had overgemaakt. Bank of China heeft dringend behoefte aan een schone lei. De steun van RBS zal zeker bijdragen aan een verhoging van zijn geloofwaardigheid. Dat kan de reden zijn dat RBS een betere overeenkomst met een Chinese partner heeft kunnen sluiten dan andere westerse banken.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.

    • Mike Verdin