`Pentagon kende daders vóór 11/9'

Een militaire inlichtingeneenheid wist in 2000 dat leden van Al-Qaeda een Amerikaans netwerk hadden gevormd. Het Pentagon verbood de eenheid echter contact op te nemen met de federale recherche.

Dat zegt kolonel Anthony Shaffer, lid van de inmiddels opgeheven inlichtingeneenheid Able Danger. Volgens Shaffer, die sprak met de New York Times en televisiezenders, identificeerde de eenheid vier terroristen die later de aanslagen van 11 september 2001 pleegden. Onder hen was Mohammed Atta, de leider van de aanslagen. Able Danger ontdekte in februari 2000 dat Atta in New York woonde.

Pentagon-juristen zouden de eenheid echter hebben verboden om deze informatie aan de FBI door te geven omdat het leger geen bevoegdheid heeft om verdachten te volgen binnen de VS.

Shaffers beschuldiging richt opnieuw de aandacht op de rol van het Pentagon voorafgaand aan de aanslagen. De 11-septembercommissie concludeerde vorig jaar dat de verschillende Amerikaanse inlichtingendiensten niet of nauwelijks samenwerkten.

Schaffer zegt naar buiten te komen met de informatie uit frustratie. De commissie liet vorige week weten dat officiële documenten niet kunnen bevestigen dat het Pentagon voor 2001 al van Atta en de andere kapers afwist. Het rapport van de 11 september-commissie vermeldt niets over Able Danger, hoewel de eenheid eind jaren negentig werd opgericht om het netwerk van Osama bin Laden in kaart te brengen. Shaffer zegt tweemaal door onderzoekers te zijn ondervraagd over de eenheid. ,,In vertrouwen heeft iemand me verteld dat de commissie twee koffertjes met informatie heeft ontvangen. Ik kan verzekeren dat dat een twintigste is van de informatie die Able Danger heeft verzameld'', aldus Shaffer.

Het ministerie van Defensie zei deze week in een verklaring de zaak ,,te bestuderen''. De leden van de inmiddels ontbonden 11-septembercommissie waren niet voor commentaar beschikbaar.