Onze verschrikkelijke vakantie (6)

Anna en Erik gaan op vakantie naar Kroatië. Maar het geplande verblijf in het paradijs eindigt in de hel

Achteraf vroeg hij zich af of hij ooit van haar had gehouden. Echt van haar gehouden, bedoelde hij.

Nadat hij voldoende was aangesterkt in het ziekenhuis van Dubrovnik, had de ANWB hem in de Kroatische hoofdstad opgehaald. In een ambulance waren ze naar Nederland gereden. De verpleegster die met hen meereisde, was heel attent geweest.

Dat was inmiddels vijf weken geleden en hij was nog altijd thuis. Een beschadigde nier geneest langzaam – en ook zijn gebroken neus deed veel pijn. Het waren lange, eenzame dagen; Anna was immers een paar dagen na het einde van die rampzalige vakantie alweer aan het werk gegaan.

Sindsdien was een handvol vrienden en collega's op bezoek geweest, maar de meeste keren raakte hij daardoor van slag. De bezoekers reageerden ongelovig op zijn verhaal en hij kon het hun niet verwijten; wie wordt er dan ook tijdens zijn vakantie door een stel Bosnische Kroaten in elkaar geslagen?

In die lange, eenzame dagen was er wel veel tijd om na te denken: over de vakantie en vooral over Anna. Eigenlijk had hij genoeg van haar. Van haar gedram (waarom konden ze niet gewoon op vakantie naar Sète); van haar dwingelandij (,,linksaf, linksaf zeg ik toch'') en van haar dreinen (,,hou je nog wel van me'' – en dat terwijl hij helse pijnen leed).

Tegen Arjen, zijn beste vriend, die op ziekenbezoek was gekomen, had hij zijn nood geklaagd. ,,Misschien moeten jullie een tijdje uit elkaar'', had Arjen geopperd. Goeie ouwe Arjen. In de pre-Anna periode waren Arjen en hij vaak gaan vissen. Lange, mooie zomeravonden. Maar Anna vond vissen een belachelijk saaie hobby: ze had hem uitgelachen als hij 's avonds de vliegjes zat te vouwen die als aas moesten dienen. Nu kon hij zich de laatste keer dat hij had gevist amper herinneren.

Nee, zijn vriend had gelijk, hij moest een tijdje alleen zijn.

Anna kwam die dag vroeger thuis dan gewoonlijk. Ze keek blij, nee, ze stráálde eenvoudig. ,,Schat, wat wil je drinken'', vroeg ze nadat ze haar jas op de kapstok had gehangen. ,,Een biertje'', mompelde hij. ,,Nee'', zei ze beslist, ,,dat mag niet van de dokter.'' Ze kwam terug met een glas multivitaminespul.

Toen ging ze zitten en zei opnieuw: ,,Schat.. '' Wat had dit te betekenen? Hij tilde zijn hoofd voorzichtig een stukje op. Auw, dat deed zeer! Rond haar linkeroog bespeurde hij een zenuwtic. Ze frummelde in haar handtasje. Ze frummelde en frummelde. Uiteindelijk diepte ze uit wat de verste uithoeken van haar tas leken te zijn, een wit staafje op. Weer dat overdreven stralende gezicht. ,,Schat, ik moet je iets vertellen. Ik heb geweldig nieuws. We zijn zwanger.''

Zijn hoofd klapte terug op de bank. Auw. Auw. AUWWWW!!!

einde

    • Yaël Vinckx