Nieuw-Zeelands concert is vooral Engels

Al ligt Nieuw Zeeland nog verder dan de andere kant van de wereld, het klassieke muziekleven daar is nauw verbonden met dat in Engeland. Zo is het New Zealand Symphony Orchestra, dat gisteravond optrad in de serie Robeco Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw, bij filmliefhebbers bekend van de muziek bij The Lord of the Rings naar de boeken van de Britse schrijver Tolkien.

Het New Zealand Symphony Orchestra wordt geleid door James Judd, opgeleid in Engeland, waar hij werkte bij de English National Opera en de opera in Glyndebourne. De zanger Jonathan Lemalu, die Mahlerliederen zong, studeerde in Londen en kreeg in 2002 de Kathleen Ferrier Award.

De uit Wanganiu afkomstige Nieuw-Zeelandse componist Douglas Gordon Lilburg (1915-2001), wiens Derde symfonie het concert opende, studeerde in Canterbury en kreeg componeerlessen van de Brit Ralph Vaughan Williams. Lilburns nauwelijks een kwartier durende Derde symfonie met vijf episodes klonk als een tropische en glinsterende Zuidzee-variant op de Four Sea Interludes van Benjamin Britten, afkomstig uit diens Noordzee-opera Peter Grimes.

De stem van bas-bariton Jonathan Lemalu, die in 2003 nog te groot bleek voor de Kleine Zaal van het Concertgebouw, werd nu in de Grote Zaal in een aantal liederen uit Mahlers Des Knaben Wunderhorn aanvankelijk wat overstemd door het orkest, een frequent probleem bij orkesten die niet gewend zijn aan de voortreffelijke Amsterdamse akoestiek.

Lemalu is een hoogst opmerkelijk zanger met een fraaie donkere stem, een uitstekende uitspraak van het Duits en veel begrip voor tekst en sfeer bij Mahler. Zijn prestaties mochten er wezen, al had Lemalu met zijn kleine, fijnzinnige voordracht een begeleiding verdiend met wel iets meer raffinement in klank.

Het grootste probleem lag echter in de al te eenvormige selectie uit Des Knaben Wunderhorn: twee soldatenliederen (Der Tambourg`sell en Revelge) en drie burleske liederen (Tros im Unglück, Lob des hohen Verstands en Des Antonius von Padua Fischpredigt). In deze keuze miste men de nodige Mahleriaanse melancholie.

Het concert werd besloten met de Tweede symfonie van de Finse componist Jean Sibelius, die in het Engelse muziekleven bij gebrek van een eigen symfonische componist van formaat dezelfde positie heeft als Mahler bij ons. Ook de Nieuw-Zeelanders kennen die Sibelius, die hier klonk in een alleszins competente uitvoering, ook al dirigeerde Judd met al te symmetrische en soms zelfs molenwiekende gebaren. Vanavond dirigeert Mariss Jansons in dezelfde zaal dezelfde symfonie bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Concert: New Zealand Symphony Orchestra o.l.v. James Jud, m.m.v. Jonathan Lemalu, bas-bariton. Gehoord: 19/8 Concertgebouw Amsterdam.

    • Kasper Jansen