Jeugdzorg grijpt nu eerder en vaker in

Veertien kinderen uit Delft werden deze week door Jeugdzorg uit hun ouderlijk huis gehaald. De bureaus proberen door sneller ingrijpen nieuwe familiedrama's te voorkomen.

Zelfs voor de hulpverleners van het crisisteam van Bureau Jeugdzorg Haaglanden was het extreem: veertien kinderen uit één gezin die tegelijkertijd uit huis worden geplaatst.

Het gebeurde afgelopen woensdagmiddag in Delft. De kinderen – tussen de vier maanden en vijftien jaar oud, twee tweelingen – en de ouders werden met politiebusjes meegenomen naar het bureau. Daar kregen de ouders, van Turkse afkomst, te horen dat ze hun kinderen niet meer mee zouden krijgen.

De kinderen waren verwaarloosd. Het huis stonk naar urine en de wc zat vol poep. Voor de veertien kinderen en hun ouders waren zeven matrassen beschikbaar. Er was meubilair noch vloerbedekking. Er was nauwelijks eten. De oudste kinderen liepen in een soort pyjama, de meeste kinderen hadden geen schoenen. De politie kwam aan huis na een melding van ernstige geluidsoverlast. Op dat moment waren de ouders niet thuis, de oudste kinderen pasten op de jongsten.

Op de landelijke aandacht die de uithuisplaatsing kreeg na een bericht in de regionale krant, vooral vanwege het grote aantal kinderen, zit Bureau Jeugdzorg Haaglanden niet echt te wachten. Dit bureau wil eerst beter zicht krijgen op de gezinssituatie voordat het mededelingen doet, zegt een woordvoerster. Bovendien wil het de privacy van het gezin niet schenden.

Voorzitter Joep Verbugt van de sector Bureaus Jeugdzorg van de Maatschappelijke Ondernemersgroep snapt dat maar al te goed. Toch ziet hij ook een voordeel: ,,Meestal valt iedereen over Jeugdzorg heen als het misgaat, bijvoorbeeld in de zaak-Savanna. Over de vele keren dat wordt ingegrepen en erger wordt voorkomen, hoor je niemand. Aan deze zaak kun je zien dat Jeugdzorg ingrijpt als het nodig is.'' Verbugt kent de details niet maar weet één ding zeker: ,,Als zo'n ingrijpende beslissing wordt genomen, was de situatie onaanvaardbaar.''

Kinderen uit huis plaatsen gebeurde tot voor kort meestal pas nadat de situatie thuis volledig onhoudbaar geworden was. Maar bij een rondgang langs instellingen voor Jeugdzorg blijkt dat ingrijpen nu eerder én vaker gebeurt. Het aantal uithuisplaatsingen neemt toe, volgens cijfers van de Raad voor de Rechtspraak met 30 procent in vijf jaar. Kinderrechters, die hierover beslissen, krijgen van Jeugdzorg jaarlijks circa vierduizend keer een verzoek tot uithuisplaatsing van een kind. Met 4.197 verzoeken was 2004 een recordjaar.

Verbugt: ,,Jeugdzorg is minder terughoudend geworden met ingrijpen. Onder druk van geruchtmakende incidenten krijgen gezinnen minder vaak het voordeel van de twijfel. Of misschien moet ik zeggen: het nadeel van de twijfel.'' Directeur Martin Dirksen van Bureau Jeugdzorg Overijssel zegt het zo: ,,Je kunt beter te vroeg dan te laat zijn. We grijpen liever in terwijl we maar 80 procent van de zaak weten dan dat we gaan wachten tot het fout gelopen is.''

Het afgelopen jaar werden circa honderd kinderen in Overijssel uit het ouderlijk huis geplaatst. Het merendeel daarvan met goedvinden van de ouders. Maar in enkele tientallen gevallen, zegt Dirksen, moest er politie aan te pas komen. Dit gebeurt meestal bij jongere kinderen, omdat de ouderen vaak al beter voor zichzelf kunnen opkomen. ,,Om trauma's bij de kinderen zoveel mogelijk te voorkomen'', zegt hij, ,,worden ze bijvoorbeeld van school gehaald, of van huis als de ouders er niet zijn.''

Dorien Baerends, algemeen directeur van Bureau Jeugdzorg Utrecht, voelt de maatschappelijke druk om daadkrachtig te zijn. ,,Vergeleken met tien jaar geleden is er een groot verschil. Toen was de tendens: hoe dúrf je in te grijpen. Nu zijn hulpverleners zich bewuster van de verantwoordelijkheid. Zíj worden er op aangekeken als het misgaat.'' Haar collega Dirksen uit Overijssel: ,,Mensen zijn alerter op misstanden in de samenleving. Dat merk je met verdachte koffertjes in de trein, maar zeker ook in de Jeugdzorg. Het aantal meldingen neemt toe en bij ons zit in het voorhoofd dat we snel moeten ingrijpen, in het belang van het kind.''

Gedwongen uithuisplaatsingen, zoals in Delft, komen ongeveer 120 keer per jaar voor, schat woordvoerder Gert van Harten van de advies- en meldpunten kindermishandeling (AMK's). Meestal proberen jeugdhulpverleners de ouders te overtuigen van de noodzaak van een (tijdelijke) uithuisplaatsing.

Van Harten, die ook hoofd is van het AMK in Gelderland, valt op dat mensen uit de omgeving van een probleemgezin nu sneller misstanden melden. ,,En de melding gaat dan vaak gepaard met: `U wilt toch niet een tweede Savanna?' of `Als u niets doet, dan bel ik Peter R. de Vries'.'' Van Harten kan zich bijna niet voorstellen dat een gezin met veertien verwaarloosde kinderen zo lang in een woonwijk heeft kunnen leven zonder dat iemand Jeugdzorg inschakelde.

Uit de uitzending van actualiteitenrubriek Netwerk gisteren bleek dan ook dat het gezin sinds 1998 bij Jeugdzorg bekend was. Vrijwillige hulp wezen de ouders uiteindelijk af. Toen gedwongen hulpverlening onafwendbaar leek, vertrok het gezin voor langere tijd naar Turkije. Tussen najaar 2002 en januari 2005 verbleef het gezin volgens de gemeente Delft grotendeels in Turkije. Daar was het gezin onbereikbaar voor de Nederlandse jeugdzorg.