`Ik herhaal: Toren 2 is veilig'

Als bij de buren brand uitbreekt, wat doe je dan? Op 11 september 2001 werd de noordtoren van het World Trade Center om 8.46 uur als eerste geraakt; zestien minuten later volgde de klap tegen de zuidtoren. In die zestien minuten namen in de zuidtoren verschillende mensen volstrekt verschillende beslissingen, zo blijkt uit een boek dat vandaag verschijnt.

De instructies werden drie of vier keer per jaar doorgegeven en konden niet duidelijker zijn geweest: ga in geval van nood niet terug naar je bureau om nog iets te pakken. Sta gewoon op en loop de trap af. Acht jaar lang had Michael Otten zich tijdens brandoefeningen opgesteld in de gangen van de 80ste verdieping. Meestal kletste hij wat met vrienden van zijn bedrijf Mizuho Capital Markets en het zusterbedrijf Fuji Bank. Op elke verdieping tussen de 78ste en de 83ste had de bank onder een of andere naam wel ruimte gehuurd. Als er urgenter zaken waren en als de oefeningen eindeloos duurden, gingen veel mensen, onder wie Otten zelf, voorzichtig weer aan het werk. Ondanks al zijn training en zelfs ondanks het indringende bevel van zijn baas Yuji Goya dat ze maar beter konden gaan, had Otten zich omgedraaid om zijn zachte leren tas, met de kerst van zijn vrouw gekregen, te pakken. Hierin zaten een minidiskspeler, zijn mobiele telefoon en medische informatie voor zijn zoon, die aan suikerziekte leed.

,,Laat zitten'', schreeuwde Goya. ,,Wegwezen!''

Stephen Miller, de systeembeheerder van Mizuho, moest terug voor het nieuwe paar bruine schoenen onder zijn bureau. Op het moment dat een vreemd geluid zijn ochtendmijmering verstoorde hij las net on line een verhaal over een vrouw die de Mount Everest had beklommen kwam hij van zijn stoel en liep naar het raam. Buiten dwarrelden papier en roetvlokjes langs. Vervolgens stormde iemand de handelsvloer op en brulde: ,,Het is een bom! Wegwezen hier!'' Daarop verscheen zijn baas die ook het bevel gaf om te vertrekken. Miller liep terug naar zijn werkplek, waar hij zijn schoenen, die hij nog aan het inlopen was, had uitgeschopt. Hij was pas getrouwd; zijn vrouw vond de schoenen zo mooi, en hoewel ze nog wat knelden, hoopte hij dat hij er vroeg of laat aan gewend zou zijn. Hij deed ze aan en rende naar de deur.

Veel van zijn collega's hadden de aanslag van 1993 ook meegemaakt, dus het onheil lag nog vers in hun geheugen. Ze zaten op grote hoogte in een gebouw waar de weg naar de veiligheid smal was en hoogstwaarschijnlijk druk zou zijn. De ervaringen hadden ertoe bijgedragen dat de bankdirectie zich met bijna religieuze ijver op noodmaatregelen had gestort. Achter elke stoel zat een plastic tas bevestigd met hulpmiddelen voor tijdens een evacuatie: een gloeistaaf, een zuurstofmasker en een zaklantaarn. De werknemers hadden geleerd waar de trappenhuizen waren, zodat ze zich in geval van nood niet zouden vergissen met de binnentrappen die slechts de eigen verdiepingen met elkaar verbonden.

Misschien wel belangrijker dan de brandoefeningen, de trappenhuizen of de nooduitrustingen, was de bedrijfscultuur van deze bank, die ook actief was in Tokio, Hongkong en Londen. In 1996, vlak nadat Michael Otten in het WTC was komen werken, bracht de IRA in het nieuwbouwproject Canary Wharf, in de financiële wijk van Londen, een zware bom tot ontploffing. Na die gebeurtenis kwam een van de directeuren met een memo om het beleid van de bank duidelijk te maken: het personeel was het hoogste goed van de bank, veel waardevoller dan de rapporten die er werden geschreven en belangrijker dan uitstaande handelstransacties die zouden worden onderbroken. Nu, nog geen minuut na een of ander vaag maar kennelijk ernstig probleem in de noordtoren, bevalen bankmanagers in de zuidtoren de mensen hun kantoor te verlaten. Stephen Miller gaf gehoor aan het bevel, net zoals bijna al zijn collega's, maar net toen hij de trap bereikte, realiseerde hij zich dat hij zijn evacuatiepakket had vergeten. Hetzelfde gold voor Otten. Bijna iedereen bleek de plastic tas met de uitrusting te hebben vergeten.

Eén verdieping hoger had Stanley Praimnath, een assistent-vice-president van de bank, samen met een tijdelijk assistente het kantoor verlaten. Ze namen een lift die hen naar de 78ste verdieping voerde, waarna ze meteen in een snelle lift naar de lobby stapten. In nog geen tien minuten nadat het vliegtuig de andere toren had geraakt, was het eerste groepje medewerkers van Mizuho Capital Markets en Fuji Bank al beneden. Toen ze zich naar de draaihekjes begaven, werden ze door een beveiligingsmedewerker staande gehouden.

,,Waar gaat u heen?'', wilde deze weten.

,,We zagen vuurballen omlaag suizen'', zei Praimnath.

,,Nee, nee'', zei de bewaker. ,,Hier is alles in orde. U kunt gewoon weer terug naar kantoor. Dit gebouw is veilig.''

Het was alsof de gezaghebbende toon van de bewaker bij de meeste directieleden van de Japanse bank een schakelaar omzette, waardoor de snelle, gehoorzame reactie op calamiteiten als het ware werd omgekeerd: net zo snel als ze naar beneden waren gegaan, stoof de groep weer naar boven. Maar toch had Praimnath zijn twijfels en hij richtte zich even tot de tijdelijke werkkracht die hij met zich mee naar beneden had genomen. ,,Delise, ik stel voor dat jij de rest van de dag vrij neemt'', zei hij. Delise knikte en liep weg. Praimnath en de anderen zaten alweer achter hun bureau toen honderden mensen nog steeds naar de skylobby op de 78ste verdieping afdaalden of via de trappenhuizen naar beneden schuifelden, niet helemaal wetend welke kant ze nu op moesten.

Jarenlang waren brandweerlieden en andere hulpdiensten die bij een brand in een wolkenkrabber moesten uitrukken, ervan uit gegaan dat de constructie de bewoners zou beschermen. Evacueren was veel riskanter dan je verschansen op een verdieping waar geen vuur en rook was. Alle technische literatuur over brand in wolkenkrabbers benadrukte dat de mensen in het gebouw daar vooral moesten blijven. Begin zo snel mogelijk, zo vermeldden de handelingen voor de brandweer, met het in goede banen leiden van een eventuele ontruiming. Op talloze verdiepingen kan immers al een spontane evacuatie in gang zijn gezet, met alle opstootjes en paniektoestanden in de trappenhuizen of de lobby's van dien. Een van de lessen van de bomaanslag van 1993, toen de intercom onklaar raakte, was dat een ongeorganiseerde ontruiming ook een gigantische berg extra werk met zich meebracht. Bovendien was het World Trade Center, net als de meeste Amerikaanse wolkenkrabbers, niet op een totale ontruiming berekend. Het zou namelijk nooit voorkomen dat iedereen op hetzelfde moment het gebouw diende te verlaten. Een brand of iets dergelijks kon met behulp van sprinklers en brandwerende materialen tot die ene verdieping worden beperkt. Het kwam erop neer dat alleen de mensen op de brandende verdieping, of op de verdieping erboven, konden evacueren. Het havenbestuur van New York had de strategie als onderdeel van de officiële voorschriften overgenomen.

Een van de kleinere gebouwen die zich als loodsvisjes tegen een van de twee reuzen aanschurkten, was World Trade Center 5, alwaar de politieafdeling van het havenbestuur werd bedolven onder telefoontjes van mensen in de Twin Towers.

Man, bellend vanaf de 92e verdieping: ,,Hallo?''

Agent Greg Brady: ,,Politie havenbestuur.''

Man: ,,Luister, we zitten op de 92ste etage van het World Trade Center, het World Trade 2.''

Agent Brady: ,,World Trade 2?''

Man: ,,We willen weten of we hier weg moeten, want we weten dat er een explosie is geweest, alleen niet in welke toren.''

Agent Brady: ,,Hebt u last van rook, is er sprake van rookontwikkeling op uw plek in toren 2?''

Man: ,,Dat niet, maar we kunnen het wel ruiken.''

Agent Brady: ,,Oké.''

Man: ,,Moeten we hier blijven zitten, of evacueren?''

[Rumoer en andere gesprekken op de achtergrond].

Man: ,,Ik wacht.''

[Waarschijnlijk werd agent Brady's aandacht afgeleid door een ander gesprek waarvan de beller aan de lijn enkele flarden opving. Daarna kwam agent Brady weer aan de lijn.]

Man: ,,We bevinden ons op de 92ste, we weten niet – ik weet niet of de liften het nog doen.''

Agent Brady: ,,In welk gebouw zit u?''

Man: ,,World Trade 2.''

Agent Brady: ,,World Trade 2.''

Man: ,,Moeten we hier blijven zitten, of niet?''

Agent Brady: ,,Ik zou wachten op nadere instructies. In Toren 1 zitten mensen gevangen op de [wordt overstemd] verdieping.''

Man: ,,Oké, duidelijk [wordt overstemd]. Niet evacueren dus.'' [Hangt op.]

Naast Brady zat collega Steve Maggett. Ook hij ontving verscheidene telefoontjes. Zijn advies was geheel anders.

Agent Steve Maggett: ,,Politieafdeling havenbestuur, met agent Maggett.''

Vrouw, bellend vanuit WTC 2: ,,Hallo? Ik zit in World Trade 2. Wat is hier aan de hand?''

Agent Maggett: ,,Eh, in Toren 1 heeft zich een ongeluk dan wel een explosie voorgedaan. Iedereen moet weg.''

Vrouw: ,,Kunnen we de lift nemen?''

Agent Maggett: ,,Iedereen... Nee, wacht. Neem de trap als het kan, voor de zekerheid.''

Vrouw: ,,Oké.''

Ondertussen ontving agent Brady weer nieuwe telefoontjes vanuit de zuidtoren en adviseerde de mensen om rustig op hun plek te blijven. ,,Blijf gewoon waar u bent. Er is geen sprake van een noodsituatie. Het incident vond plaats in World Trade Center 1. Dat is het eerste incident, de eerste noodsituatie, wat het reddingswerk betreft. Blijf paraat.''

De telefonische helpdesk was ontoereikend om het grote aantal mensen te instrueren. Rond vijf voor negen, negen minuten nadat vlucht 11 de noordtoren had geraakt, begonnen de alarmlichten in de zuidtoren te knipperen en gaf de muursirene een paar gilletjes. Brian Clark, een directielied van Euro Brokers en tevens brandwacht, hoorde op de 84ste verdieping een bekende stem door intercom.16: ,,Dames en heren, uw aandacht graag. Toren 2 is veilig. Er is geen reden om Toren 2 te verlaten. Bent u al bezig met evacueren, dan kunt u via de rentreedeuren en de liften weer terug naar uw kantoor. Ik herhaal, Toren 2 is veilig.''

De mededeling was hoogstwaarschijnlijk afkomstig van Phil Hayes, de gepensioneerde brandweerman die als adjunct-hoofd brandveiligheid de dependance in de zuidtoren bemande. De brandweerlieden in de dependance van de zuidtoren hadden totaal geen zicht op het vuur dat in de noordtoren laaide. Zij konden niet de gapende gaten van de noordtoren zien zoals de huurders op de bovenste verdieping van de zuidtoren dat wel konden; die zagen dat sommigen zelfs hand in hand door de ramen naar buiten sprongen. Zelfs na de inslag wisten de luchtverkeersleiders van La Guardia Airport in Queens nog steeds niet dat vlucht 11 was gekaapt, net als nog eens drie andere toestellen, en dat een ervan koers had gezet naar New York. Laat staan dat Phil Hayes, zittend in de lobby van de zuidtoren en druk bezig de mensen buiten gevaar te houden, op de hoogte was.

In het trappenhuis op de 55ste verdieping van de zuidtoren belandde Stephen Miller in een opstopping. Ondanks zijn nieuwe schoenen, was hij al aardig gevorderd met zijn evacuatie uit het kantoor van Mizuho op de 80ste verdieping. Nu voegden ook de mensen van de lagere verdiepingen zich in de evacuatiestroom in. Het maakte hem ongeduldig en dus verliet hij het trappenhuis. Hij zou in de toiletruimte naar huis bellen. Daarna hoorde hij de mededeling: de tweede toren loopt geen gevaar. Het probleem is geheel en al beperkt tot de eerste toren. U kunt weer terug naar uw bureau.

Een aantal mensen die zich net als hij uit het trappenhuis hadden teruggetrokken, liep naar de liften. De baas die hem uit het kantoor had meegetrokken, stond al klaar. Miller nam een andere lift, maar aarzelde. Hij bezat een gezonde achterdocht jegens de meeste officiële mededelingen. Vooral mededelingen via de omroepinstallatie maakten hem achterdochtig. Weer terug in de lift naar de 78ste verdieping zag hij een vriendin van kantoor en vertelde haar dat hij bang was. Toen de lift zich met meer mensen vulde, voelde hij zich ingesloten. Miller begon te transpireren. Hij móést hier weg. Hij stapte de lift uit. Zijn baas en nog drie andere directieleden gingen naar boven.

Omstreeks 9.02 uur zat Stanley Praimnath weer achter zijn bureau op de 81ste verdieping. De telefoon ging en hij nam op. Het was een bezorgde collega uit Chicago die wilde weten hoe het met hem was.

,,Alles goed met je?'', vroeg ze.

,,Ja, prima'', stelde hij haar gerust.

,,Stan, zie je de beelden? Heb je het nieuws aan staan?'', vroeg ze.

,,Ja'', verzekerde hij haar nog eens. ,,Met mij is alles goed.''

Terwijl hij het zei, zwenkte hij zijn bureaustoel naar het raam met uitzicht op de haven en het Vrijheidsbeeld. Vanuit een ooghoek zag hij plotseling een vreemde verschijning aan de horizon. Hij draaide zijn stoel nog een beetje om eens goed te kunnen kijken.

    • Jim Dwyer Kevin Flynn