Holy grill

Marjoleine de Vos grillt nog één keer – hierna gaat ze gewoon weer grote stukken vlees in boter braden

Meestal heb je het, als het over eten klaarmaken gaat, over het seizoen. Niet over het weer. Maar als het om grillen gaat, is het weer ineens factor nummer één. Gegrillde kip smaakt niets minder als het regent, zou je zeggen, maar als het regent, verschijnt er doodeenvoudig geen gegrillde kip.

Sint-Laurentius, de heilige van de barbecue, was ons deze zomer niet echt welgezind. De heilige is zelf volgens de legende in de derde eeuw na Christus ter dood gebracht op een rooster, hoewel geleerden dat betwijfelen want in die tijd, zo menen zij, was onthoofden veel gebruikelijker dan zoiets barbaars als roosteren. Maar legenden trekken zich nu eenmaal niets aan van geleerden en zo is Laurentius onder meer de beschermheilige geworden van alle beroepen die iets met vuur te maken hebben, dus van brandweerlui, kolenbranders, koekenbakkers en koks. De heilige draagt ook altijd een grillrooster met zich mee.

Deze zomer zou het vuur gewoon uitgeregend zijn en de marteldood dus niet doorgegaan. Net zoals al onze kippen, vissen en grappige spiesjes niet door zijn gegaan. Wat misschien weer pleit voor het grillen op een plaat, waar ook andere voordelen aan verbonden zijn. Zoals het niet verdwijnen van kleine onderdelen in het vuur, en het niet verkolen van randjes en dergelijke. In Japanse grillrestaurants zie je nooit een rooster, de virtuoze koks doen alles op de plaat. Op een plaat kan je mooie fijngehakte groenten en vleesreepjes roosteren, je kunt er ook gewoon een plonsje vloeistof bij doen, zoals sojasaus of teriyaki of iets van drank. Aardappelschijfjes worden goudbruin. Kleine garnalen worden wat heen en weer geschoven en zijn dan gaar. Probeer dat maar eens op een rooster.

Laatst, optimistisch en vooruitziend, een paar aluminium bakjes gekocht waarin heel kleine gaatjes zitten en die je op de grill kunt zetten, of erin als je het zeer heet wilt hebben, en in die bakjes kan dan kleiner spul gelegd worden. Kun je toch nog mosselen op de grill maken, zoals allerlei grillkookboeken zo graag willen. Eerst die mosselen grillen, en ze daarna uit de schelpen halen voor een ander gerecht of ze juist met een dekentje van gekruid broodkruim weer allemaal in de schelpen terugfrommelen. Zouden er nu echt mensen zijn die zulke dingen doen? Pellen en rollen en vullen, het is allemaal leuk werk hoor, maar niet per se als je aan het grillen bent. Bij grillen hoort eerder een groot gebaar dan gefrutsel.

Dus nog snel even profiteren als het weer en de heilige Laurentius het toestaan, en een tafel met voorgerechtjes maken waarbij geroosterde aubergine en geroosterde paprika een rol spelen, een fijne bonenschotel uit de oven naast het geroosterde vlees zetten (vergeet vooral niet hoe heerlijk een schouderkarbonade smaakt, zeker op de grill, véél lekkerder dan al die magere brokjes), een pruimentaart maken van alle nu rijpe pruimen en zeggen dat er niets heerlijkers is dan zo'n maaltijd.

In ons hart weten we dat het niet waar is. Er gaat niets boven in de boter gebraden vlees.