Hok je kip niet op

Veel late dertigers, veertigers en jonge vijftigers barsten van de centen. Ze maken al jaren carrière, zien hun inkomen stijgen en bezitten de bekende statussymbolen. Meerdere auto's, tweede huis, tweede partner (plus dito schoonmoeder), tweede gezin, tweede paard enzovoort. Ondanks al die kosten stroomt er meer geld binnen dan eruit gaat. Op hun bankrekeningen suft een stuwmeer aan euro's. Wat moet je met zo'n kip die gouden eieren hoort te leggen, vragen zij zich bezorgd af.

Een menslievende remedie is deze: verdeel je geld onder de armen. Een deel onder de rechterarm en een deel onder de linkerarm. Maar zo los je dit luxeprobleem niet op.

De pijn zit misschien dieper dan alleen de storingen in de leg. Vroeger probeerden die carrièremakers tevergeefs hun kip aan de leg te krijgen. Dat moet niet zo moeilijk zijn voor een succesvolle professional als ik, redeneerden zij. Ze kochten net als iedereen dure aandelen tijdens de internethausse, gingen voluit onderuit bij de introductie van World Online, namen deel in leaseplannen, sloten beleggingsverzekeringen en koopsompolissen af enzovoort.

Het bekende, trieste verhaal. Ze verloren echter niet alleen hun geld, maar ook hun zelfvertrouwen. Want je bent een kei op jouw vakgebied, medeverantwoordelijk voor (financiële) zaken en gelooft dat je je geldzaken en de beurs ook aankan. Helaas. Ook de aandelenrally van de afgelopen tijd misten zij.

Daarom geven ze de moed op en zoeken professionele hulp. Een mannetje die hun kip beschermt tegen kwaadaardige virussen die de leg (het rendement) verstoren. Ze willen de kip, die tot nu toe overal scharrelde om een graantje mee te pikken, ophokken. Haar onderbrengen bij een professionele vermogensbeheerder. Die moet er elk jaar een flink rendement uit weten te slepen en het vermogen beschermen tegen beursvirussen.

Je spreekt met zo'n expert een prestatienorm af en daar moet hij of zij maar aan voldoen. Ongeveer zoals de politie voor de minister zoveel bekeringen per jaar moet uitdelen. `Beheerder maak voor mij 10 procent per jaar en van het meerdere mag je de helft zelf houden', kan zo'n opdracht luiden. Daar trapt geen beheerder in.

Niemand wil zo'n garantie afgeven, behalve de valutahandelaar en tennissponsor René van den Berg. Die beloofde geldschieters 3 procent per maand, waardoor je geld in drie jaar verdubbelt. Zulke rendementen spreken bij iedereen tot de verbeelding, ook bij kippenhouders. `Goed, laat die Van den Berg een beetje hebben overdreven, maar met de helft per maand, 1,5 procent per maand of ruim 18 procent per jaar, ben ík dik tevreden.'

Zo komen de sterke verhalen en overspannen verwachtingen in de wereld. Plus het idee dat er mensen en bedrijven (bijvoorbeeld vermogensbeheerders) bestaan die gouden eieren uit jouw kip weten te persen. Die misvatting is eenvoudig te weerleggen. Wanneer het waar is, kunnen beheerders bij een instelling snel en moeiteloos een berg geld lenen tegen tegenwoordig zeg 4, 5 of 6 procent per jaar en die zelf tegen 18 procent beleggen. Bingo en geen gezeur met klanten. Was het maar waar.

Een beheerder is een gewoon mens en even knap of even dom als andere beleggers, ondanks zijn mooie verhalen en flitsende overzichten uit de computer. Zijn verdienste zit onder meer in het berekenen van een beheersvergoeding over het vermogen dat een belegger hem in beheer geeft. Bedraagt die 1 procent, dan berekent hij 10.000 euro per jaar, zonder garantie. Dus kan je geld verliezen en toch moeten betalen. Gouwe handel.

Dit lijkt op het vaste (forfaitair) box 3-rendement van 4 procent waarvan de wet uitgaat. Zelfs wanneer je op je vermogen in box 3 in een jaar 20 procent verliest, rekent de fiscus 4 procent rendement en daar 30 procent belasting over. Zo kom je aan de bekende 1,2 procent heffing in box 3; 30 procent van 4 procent. Ook een gouwe handel.

Kom je bij een vermogensbeheerder met een kip van 100.000 of 200.000 euro, dan loopt hij daar niet warm voor. Weinig aan te verdienen. Plus het gezeur van cliënten wanneer het rendement tegenvalt. En dat valt het altijd, want mensen die hun geld in beheer geven zijn zelden tevreden. Maken ze 15 procent per jaar, dan wijzen ze op de 35 procent waardestijging van Royal Dutch en willen weten waarom de beheerder al hun geld niet daarin heeft belegd. `Dat had u moeten voorzien als expert!' Tja.

Een beheerder kan niet veel met weinig geld. Misschien sluist hij het gemakshalve rechtstreeks door naar beleggingsfondsen van zijn werkgever. Beleggen die fondsen zelf een deel van de inleg in andere fondsen, dan betaal je drie keer kosten, ongemerkt. Terwijl je zelf rechtstreeks je geld in fondsen kan stoppen. Ook een beleggingsfonds beheert naar eer en geweten geld van anderen. In kippentaal: een beheerder biedt verzorging op maat, hoop je, en een fonds collectieve aandacht. Een privé-hok versus een kippenren versus het erf om te scharrelen, wanneer je zelf belegt in aandelen.

Daar komt bij dat je de prestaties van veel fondsen iedere dag in de krant kan lezen, terwijl beheerders geen openbare verantwoording afleggen.

De moraal. Dit verhaal is, binnen de geschetste kaders, geen pleidooi om ten einde raad je geld uit handen te geven. Evenmin om het in één keer bij een beleggingsfonds te stallen. Tenzij je wil middelen en elke maand automatisch een vast bedrag laat overschrijven naar een fonds. Dan profiteer je van de correcties op de beurs. Ik blijf wanhopigen aanraden om op een geschikt moment te beleggen in aandelen van ondernemingen en in eigen beheer en alle rust een portefeuille op te bouwen. Vraag daarbij raad van je bank wanneer dat te moeilijk lijkt.

    • Adriaan Hiele