Hoe ik na een lange reeks audities toch nog met zingen mag beginnen

Veel jongeren beginnen na deze vakantie aan een nieuwe studie.

Rita Verbrugge (18) beschrijft hoe ze na een serie proefoptredens en audities een plekje op een zangopleiding vond

(1) DE KLEINKUNSTACADEMIE

Dit jaar heb ik eindexamen gedaan, en wat dan? Ik ga auditie doen. Net als duizenden anderen in Nederland ga ik het proberen op de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie, en daarnaast op verschillende conservatoria voor jazz-zang. Hier kan ik ook nog veel buitenlandse concurrentie verwachten. Mijn eerste auditie is voor de kleinkunst. Ik krijg maar liefst zeven minuten om een Nederlandstalig liedje en een gedicht-monoloog te laten horen.

De Eerste Ronde

08.00 uur – De wekker gaat. Shit. Waar is mijn stem? Hij is verdwenen, hoe moet ik dan zingen? Ik spring uit bed en doe één voor één alle oefeningen die ik ooit heb geleerd om m'n stem weer tevoorschijn te halen. Zonder enig resultaat snel ik naar de badkamer. Dan maar zonder stem, auditeren zal ik.

09.15 uur – Ik ben drie kwartier te vroeg op de theaterschool. Ik loop de hal in. Een jongen en een meisje zitten stilletjes voor zich uit te kijken. Het meisje plukt zenuwachtig aan haar haar, de jongen heeft een boek voor zijn neus, maar blijft maar op de klok kijken. Ik zuig op mijn keeltabletten.

De hal van de school druppelt langzaam vol. Ik zie drie vriendinnen, een aantal bekende gezichten van school (dat heb je als je op het Amsterdams Montessori Lyceum zit, de hele school wil kunstenaar worden en dat begint met de theaterschool) en ook een ex-vriendje komt nonchalant binnenwandelen. Waarom is de wereld zo klein?

09.45 uur – Ik herken een aantal gezichten van de open dag, die speciaal georganiseerd was voor mensen die zich hadden aangemeld. Er was toen een docent aan wie je in twintig minuten alles kon vragen over je mogelijke toekomst, waardoor vele vragen onbeantwoord bleven. Een opmerkelijke vraag: ,,Zal de school werk voor mij vinden als ik ben afgestudeerd?'' Het leek mij het meest naïeve beeld wat je van het kunstenaarsbestaan kunt hebben. Maar wat weet ik er nou van. Ik krijg nog een hoestaanval.

10.00 uur – Ik moet als eerste. Mijn pianobegeleider is een jongen die ik van de muziekschool ken en die zo aardig was om op een zaterdagochtend om tien uur naar Amsterdam te komen om drie minuten te spelen. We worden meegenomen naar een klein kamertje achterin de school.

Zodra ik begin met de eerste regel van mijn monoloog, een gedicht van Judith Herzberg, beginnen de drie commissieleden druk te schrijven. Eén vrouw kijkt constant weg, een andere kijkt strak en chagrijnig door me heen. Dan begin ik met mijn liedje, `Het stuk van Scheveningen' (`The Girl from Ipanema', vertaald door Ron Mesland). Het begin gaat goed, maar mijn begeleider gaat de mist in en vervolgens stopt hij met spelen! Lekker voor de zenuwen. Midden in mijn liedje. Maar we pakken het rustig weer op en maken het af. Ik ben allang blij dat mijn keel überhaupt geluid produceert.

10.07 uur – Zo, dat zit er weer op. Als we terugkomen in de wachtkamer wordt er gespannen naar ons gekeken: `Dat meisje is al geweest.' En nu maar wachten op de brief.

Een aantal dagen later – Een witte enveloppe met het logo van de theaterschool. Ik scheur de brief eruit. Het gaat altijd om de eerste drie woorden: `tot ons genoegen' of `tot onze spijt'. Er doen zelfs verhalen de ronde dat je aan de kleur en de dikte van het briefpapier kunt zien of je door bent of niet. Aan afwijzingen besteden ze geen geld, en zeker geen mooi papier. Ik lees snel de eerste drie woorden. `Tot ons genoegen' staat er. Het staat er echt. Ook als ik het voor de tweede keer lees. Mooi. Op naar de tweede ronde, die vier dagen duurt. Vier dagen les.

De Tweede Ronde

Om tien uur 's ochtends is de hal van de theaterschool helemaal volgestampt met zenuwachtige jongeren. We worden in een kudde naar herder Ruut Weismann, artistiek leider, gebracht. Hij houdt een praatje en deelt ons op in groepen. Hij begint ons te feliciteren dat we al zo'n 750 mensen achter ons hebben gelaten. Maar we zijn er nog lang niet, zo vervolgt hij, want er moet nog negentig procent afvallen voordat de nieuwe eerstejaars kunnen beginnen. Het lijkt een onmogelijke weg. De namen worden opgelezen en in drie groepen verdeeld: toneel, muziektheater en cabaret/performing. Ik word gelukkig ingedeeld bij muziektheater.

Ik ga naar de groep, zo'n drieëntwintig mensen, en we vormen een kring. Ik ben ingedeeld met een vriend van mijn ex-vriendje en zijn nieuwe PINO (Potentieel Interessant Neuk-Object). Docente Ricky Koole vraagt ons waarom we hier zijn en wat we hebben gedaan in ons leven vóór de theaterschool. Stuk voor stuk blijken de meisjes verschrikkelijk veel van musical te houden – de naam Pia Douwes en de kreet `O, het is zo'n vakvrouw!' komen regelmatig voorbij. Velen vertellen vol trots dat ze vanaf hun derde al met een pollepel voor de spiegel hebben staan zingen en dansen. In de pauze kijkt een meisje uit m'n groep me indringend aan terwijl ze met een Brabants accent zegt: ,,Ik wil gewoon beroem worre.'' De vraag is of dit daar de juiste plek voor is.

De lessen bestaan uit zingen, een beetje beweging en improvisatietoneel. Er zingen mensen met kreuntjes, hijgerig, met wilde armbewegingen en pathetische gezichten. Dit is niet de kant die ik wil opgaan, als je dit leert op deze school, denk ik dat ik er niet tussen pas. Dat wordt steeds duidelijker.

Aan het eind van de vier dagen komt de commissie van Ruut en kornuiten naar ons kijken. We mogen allemaal een minuut zingen en we zingen een vierstemmig Beatles-liedje met de hele groep. De zevenkoppige commissie kucht, zucht, draait en keurt. Het is wéér wachten op de brief.

Twee weken later open ik de brief. Ik ben niet door. Ik had het al verwacht, omdat ik alleen het zingen interessant vond. Jammer is het wel. Ik mag Ricky Koole, van wie ik in die vier dagen toch heel veel heb opgestoken, bellen om een motivatie te krijgen voor mijn afwijzing.

Ze is vriendelijk en rustig als ik haar bel. Ze zegt dat ze me geen goede actrice vond, maar mijn teksten, ideeën en zang wel. Ze zegt dat ik het misschien wel helemaal niet wil horen, maar dat ze denkt dat ik beter schrijfster kan worden, of dat ik naar het conservatorium moet gaan. Met dat laatste ben ik echt blij, naar het conservatorium wil ik het allerliefst, ook al vóór het Kleinkunst-avontuur. Goed dan, hiermee sluit ik de kleinkunst af. Jammer, maar helaas. Op naar het conservatorium.

(2) ZANGOPLEIDINGEN

Inmiddels heb ik mijn eindexamen gedaan. De uitslag komt over drie weken. Die zijn voor mij niet gevuld met feesten en veel bier, maar met kruidenthee, alleen achter mijn pianootje studeren en zoveel mogelijk les krijgen van goede mensen. Ik ga namelijk bij drie conservatoria auditeren: Arnhem, Utrecht en Den Haag. Amsterdam vindt me nog `te pril' – ik had een cd'tje opgestuurd – dus die stad valt af. Van Arnhem weet ik niet zoveel af, ik ben er nog nooit geweest en weet helemaal niet of ik naar die school wil. Utrecht leek me interessant, maar bij een proefles die ik volgde bij één van de docenten bleek dat er veel pop wordt gegeven en geen jazz.

Het liefst wil ik naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. En niet alleen vanwege die respectafdwingende naam; deze school lijkt me het best omdat ervan wordt gezegd dat ze zangers en instrumentalisten op gelijke voet lesgeven – soms wordt gedacht dat zangers minder hoeven te kunnen, omdat ze toch alleen met tekst bezig zijn en behalve zichzelf geen instrument hebben. Maar in Den Haag wordt ook bij zangers veel aandacht besteed aan theorie en techniek. Daarnaast heeft één van mijn `idolen' er niet alleen gestudeerd, maar is ze er ook gastdocente: Fay Claassen. Bovendien is de school internationaal bekend om de hoge kwaliteit.

Voor Den Haag moeten de kandidaten een cd'tje inleveren met drie nummers en een lijst met motivatie voor de stukken. Daarnaast moet je ongeveer vijf korte essays schrijven over hoe je je denkt te profileren in je studie en in de beroepspraktijk en wat je denkt bij te dragen aan het muzikale klimaat. Wat weet ik daarvan op mijn achttiende? Ik ben er dan ook al van overtuigd dat ik geen auditie mag komen doen, als ik een e-mailtje krijg met een uitnodiging. Ik ben door! De commissie gaat naar me luisteren!

ARNHEM

Mijn eerste conservatoriumauditie is in Arnhem. Ik moet er om tien uur 's ochtends zijn en ik mag pas om half vier zingen... Ik besluit het bruisend centrum van Arnhem te verkennen. Als ik terugkom van deze waanzinnig saaie tocht, wacht ik nog lang en dan mag ik eindelijk. Geen repetitie meer met de band, meteen beginnen met jongens die ik nog nooit gezien heb. Dat verloopt dus niet helemaal vlekkeloos, in mijn zenuwen tel ik het eerste nummer veel te snel af waardoor `Dindi' verandert van laid-back bossa nova in funky latin en bij het tweede nummer probeer ik het extra langzaam te doen, waardoor mijn Franse chanson (`Les Feuilles Mortes') ongewild in een slome ballad verandert. Na het zingen van mijn liedjes word ik op de gang gezet. De commissie gaat besluiten. Anders dan bij de kleinkunst hoor je het hier meteen. Ik word weer teruggeroepen en ik ga zitten. ,,Rita, we kunnen je helaas niet plaatsen. Maar we horen wel heel veel potentie in jou en je stem. We willen graag dat je over een jaar, of misschien twee, terug bij ons komt, als jij er klaar voor bent.'' Nou mooi is dat. Eerst wijzen ze me af en vervolgens krijg ik nog een waslijst aan dingen te horen die ik wel kan, die ik wel in me heb. Nors zit ik in de trein terug. Weg uit dit stomme gat.

UTRECHT

Mijn tweede auditie is in Utrecht. Hier ben ik beter voorbereid, ik heb mijn zus meegenomen en ik dwing een momentje af met de band vóór mijn auditie, om het even door te spelen. Als ik al mijn liedjes gezongen heb vragen ze naar mijn klassieke stuk. Een klassiek stuk? Dat stond niet op de website! (De website van de HKU is een ramp.) Ik zing een stuk dat ik al ken omdat ik het voor Den Haag moet zingen, maar dat ik duidelijk nog niet goed genoeg geoefend heb. Ik word weer op de gang gezet.

Als ik terugkom, word ik weer afgewezen. Maar nu op een andere manier. Eén van de docenten twijfelt eraan of zang `het wel voor mij is'. Wat? Wil je dan dat ik trompet ga spelen? Ze vindt me niet zangeresserig genoeg, meer een soort instrumentalist met hele goede ideeën die zijn instrument niet bij zich heeft, en dus maar gaat zingen. Hier ben ik het niet mee eens. Maar het doet wel pijn als iemand zo twijfelt aan iets wat jij het allerliefste wilt: zingen!

DEN HAAG

Dan mijn laatste auditie: Den Haag. Hier wil ik het liefst naartoe, maar ik ben ervan overtuigd dat iemand die wordt afgewezen in Arnhem en Utrecht het wel kan vergeten in Den Haag. Het is een gerenommeerd conservatorium en die andere scholen zijn niet echt bekend.

Ik moet 's ochtends eerst drie theorierondes doen en na afloop praat ik met de andere auditanten. We komen erachter dat we met ongeveer vijftien mensen zijn overgebleven na die eerste ronde van de cd en de essays. Ik zit nu bij het beste van het beste en ik ben de allerjongste. Op mij na is iedereen al wel ergens aangenomen en er zit ook een IJslandse bij die beweert vier octaven bereik te bezitten. Ik word er zenuwachtig van.

Na een paar uur ben ik aan de beurt. Het is mijn eerste fijne auditie. De commissie is heel prettig en vriendelijk en de muzikanten met wie ik speel zijn geduldig en ongelooflijk goed. Na mijn liedjes vraagt het hoofd van de afdeling jazz hoe mijn Engels is en of ik ben geslaagd. Ik zeg dat m'n Engels best goed is (dankzij m'n twee in Londen wonende nichtjes) en dat ik later op de dag hoor of ik geslaagd ben voor mijn eindexamen of niet.

Ik ga naar de gang.

Na tien minuten roepen ze me weer binnen.

,,Rita, we willen je graag uitnodigen hier op school.'' Ik geloof het niet. Maar hij zegt dat het echt zo is. En een uur later, in de trein terug naar Amsterdam, hoor ik dat ik geslaagd ben. Anders kon het hele feestje niet doorgaan.

Wauw, vanaf nu ben ik studente aan het Koninklijk Conservatorium! Nu is het echt feesten geblazen. Ik realiseer me ook dat ik nu daadwerkelijk aan iets ga beginnen wat een soort hel is. Geen zekerheid, altijd audities blijven doen en je staande houden in een markt die hier nauwelijks een markt te noemen is. Maar ik denk niet dat er iets is wat ik liever wilde dan dit: jazz, zang, Den Haag en ik. Een perfecte combinatie.

In september begint Rita Verbrugge met haar opleiding