Hockeysters liggen bij EK weer als vanouds op titelkoers

Van een wedstrijd was amper sprake, al wilde Marc Lammers na afloop anders doen geloven. Uitbundig complimenteerde de bondscoach van de Nederlandse hockeysters de tegenstander, die zojuist zonder al te veel moeite opzij was gezet in de halve finales van het Europees kampioenschap in Dublin: 2-0. ,,Alle lof voor de Engelsen, want die hebben een stap gemaakt.''

Een doorzichtige poging de eigen prestatie op te poetsen of meende Lammers het oprecht? Dat laatste, zo bezwoer de coach uit Rosmalen, die later op de dag zag hoe Duitsland zich in de andere halve finale ontdeed van het taaie Spanje (2-1). ,,Het zag er vanaf de zijlijn misschien makkelijk uit, dat was het niet. Engeland is een fysiek sterke ploeg, tegen wie wij het vaak lastig hebben, en die wel degelijk met een gedachte speelt. Wij hebben het vandaag absoluut niet cadeau gekregen.''

En toch: fluitend wandelen de hockeysters tot dusver door het toernooi, dat vandaag zijn apotheose beleeft. Alsof er niets gebeurd is, terwijl dat nu juist wél het geval is. Na de verloren olympische finale in Athene, waar het lepe en herboren Duitsland alles en iedereen verraste, namen vijf steunpilaren afscheid van de nationale ploeg. Onder hen keepster Clarinda Sinnige, strafcornerspecialiste Ageeth Boomgaardt en aanvoerster Mijntje Donners.

In Dublin telt Lammers' selectie nog slechts negen speelsters, die een jaar geleden van de partij waren in de Griekse hoofdstad. Het is de voornaamste reden dat de coach van de titelverdediger met een voor Nederlandse begrippen wel zeer bescheiden doelstelling neerstreek in Ierland: een finaleplaats, zodat deelname aan het wereldkampioenschap in Madrid (september 2006) is veiliggesteld. ,,Vergeet niet: dit is een hele jonge groep, met veel meiden die nog nooit te maken hebben gehad met de druk, zoals dit toernooi met zich meebrengt'', verdedigde Lammers zich. ,,Die jonkies mag en wil ik niet opzadelen met nog meer druk, want voor je het weet bezwijken ze.''

Daar lijkt het tot dusverre niet op. Sterker nog: in vier duels (Spanje, Frankrijk, Ierland en Engeland) heeft het grondig gerenoveerde Nederland nog geen tegendoelpunt hoeven te incasseren. Die overmacht zegt niet alleen veel over de kracht en de breedte van het Nederlandse hockey, het zegt ook veel over het schrijnende gebrek daaraan bij anderen. In dat licht bezien heeft de sport, zeker op het Europese continent, de laatste dertig jaar weinig tot geen vooruitgang geboekt. Wat de positivisten ook mogen beweren.

Tophockey in Europa is en blijft voorbehouden aan de twee landen, die al decennialang de dienst uitmaken op het continent: Nederland en Duitsland. Spannend wil het dan ook maar zelden worden bij een EK, waar Nederland bij de zes voorgaande edities slechts één keer (Brussel 1991) de titel niet won. Triest dieptepunt vormde de editie van twee jaar geleden in Barcelona, waar `Holland Hockeyland' met twee vingers in de neus de titel prolongeerde. Na eerst Duitsland in de halve finales een pak rammel (5-1) te hebben gegeven, kreeg vervolgens gastland Spanje in de eindstrijd een draai om de oren: 5-0.

Dat toernooi was voor de Europese hockeyfederatie mede aanleiding de opzet drastisch te wijzigen. Voortaan waren nog slechts acht in plaats van twaalf landen welkom. Kwalitatief mindere landen kregen, naar het voorbeeld van het ijshockey, hun eigen toernooi. Het moest voor eens en voor altijd afgelopen zijn met de imago-ondermijnende `korfbaluitslagen', luidde de stille boodschap van de bond, die tevens besloot van het EK een twee- in plaats van vierjaarlijks evenement te maken.

Of die ingreep geholpen heeft? Nauwelijks. Zelfs de grootste hockeyleek had vooraf de namen van de vier halve finalisten kunnen invullen, en zoals zo vaak begon het toernooi ook in Dublin pas op de dag van de halve eindstrijd. Nederland warmde zich vrolijk op, ook tegen Engeland, en Lammers stelde naderhand prompt de doelstelling bij. ,,Nu willen we dit toernooi winnen ook, want we zijn nog niet klaar hier'', zo verklaarde hij strijdvaardig. Ook dat meende de bondscoach oprecht.

    • Mark Hoogstad