Hier nobody, held in Denver

Francisco Elson begint dit najaar aan zijn derde seizoen in de NBA. De 29-jarige basketballer van de Denver Nuggets hoopt eerst met Nederland het EK te halen. ,,Basketbal is een zootje hier, maar spelen in het shirt van Nederland blijft speciaal.''

,,Natuurlijk ben ik trots op wat ik allemaal heb bereikt. Ik ben gewoon the man. Ik speel op het allerhoogste niveau. Niemand had toch gedacht dat ik ooit in de Noord-Amerikaanse profcompetitie NBA zou spelen? Ze zeiden altijd dat ik het toch niet zou halen. Dat ik niet goed genoeg zou zijn. Ik sta er nu toch. Hoeveel Nederlanders kunnen dat zeggen? Bijna niemand toch?''

De tijd dat Francisco Elson twijfelde aan zijn eigen kunnen ligt ver achter hem. De 29-jarige prof zit vol ambitie. Met de Denver Nuggets wil de geboren Rotterdammer net als vorig seizoen de play-offs halen, hij hoopt in zijn derde en laatste contractjaar met een nieuwe verbintenis zijn toekomst veilig te stellen én hij wil met het Nederlands team acteren op de hoogste internationale podia. ,,Waar ik ben of voor wie ik speel, maakt mij niets uit'', stelt Elson vlak voor een training met het Nederlands team in Groningen. ,,Mijn missie? Alles winnen. Overal en altijd.''

Aan de hand van Elson probeert Nederland eind deze maand in kwalificatieduels met Israël en België een plaats op het Europees kampioenschap af te dwingen. Dat het Nederlandse basketbal internationaal al jaren niets voorstelt, doet de twee meter en tien centimeter lange basketballer pijn. Voordat Elson zich bij de nationale ploeg van bondscoach Glenn Pinas voegde, verloor Nederland afgelopen week een oefenduel van IJsland.

,,Dat is echt triest'', zegt Elson. ,,Ik wist niet eens dat IJsland een nationale ploeg heeft. Basketbal is een zootje hier, maar spelen in het shirt van Nederland blijft speciaal voor me. Ik wil gewoon een keer een EK of WK meemaken. Ik kan dat niet alleen afdwingen. Ik ben geen Kobe Bryant of Michael Jordan. Ik ben geen savior (verlosser, red.). Maar ik wil wel alles geven wat ik heb. Ach, misschien ben ik wel de laatste gek die er nog in gelooft.''

In de Verenigde Staten wordt Elson door zijn collega's bij de Denver Nuggets altijd een beetje meewarig bekeken als hij naar Nederland vertrekt om voor zijn land uit te komen. ,,Dat begrijpen ze niet goed. `You guys are really bad, right?', zeggen mijn ploeggenoten dan. Ik vraag ze dan meestal voor welke nationale ploeg zij eigenlijk uitkomen. Dan worden ze snel stil.''

Elson kwam als zoon van twee Surinaamse ouders op 28 februari 1976 ter wereld in Rotterdam. ,,In Amerika denken ze vaak dat ik een Amerikaan ben. Pas als ze mijn accent horen, hebben ze door dat ik een buitenlander ben. Ik voel me een Surinamer die geboren is in Nederland. Zo zien de mensen in Nederland mij ook. Ik heb nu eenmaal een andere huidskleur. Een Nederlander is wit. Dat verschil blijft. Vreemd is wel dat ze me in Suriname niet als een echte Surinamer zien, omdat ik daar nooit heb gewoond. Ik heb de ellende daar niet meegemaakt. Ik ben in een veilige Nederlandse omgeving opgegroeid. Toch zijn ze in Suriname heel trots op me. Ik ben de eerste Surinamer ooit in de NBA. Wedstrijden van Denver zijn daar soms rechtstreeks op televisie. Toen ik daar onlangs was werd ik geleefd. Ik moest overal langs. Ik werd door president Venetiaan ontvangen. Ik ben daar nu populairder dan in Nederland. Maar als je vraagt wat mijn thuis is, dan zeg ik Rotterdam. Dat is de stad waarnaar ik na mijn carrière zal terugkeren.''

Rotterdam is voor Elson ook de stad waar zijn broer Patrick begraven ligt. Elson was dertien jaar, toen zijn acht jaar oudere steun en toeverlaat tijdens een partijtje basketbal aan een hartaanval bezweek. Aanvankelijk drongen zijn ouders er bij Elson op aan te stoppen met basketbal uit angst dat hem hetzelfde zou overkomen. Voor Elson zelf was de dood van zijn broer juist dé reden alles op het basketbal te zetten. ,,Zijn dood zal ik nooit achter me kunnen laten. Hij blijft altijd in mijn gedachten zitten. Als ik in Rotterdam ben, ga ik naar zijn graf. Ik weet zeker dat hij me ziet spelen. Ik voel dat ik de kracht van mijn broer heb gekregen. Als dat niet zo zou zijn, had ik echt niet in de NBA gestaan.''

Toen Elson als achttienjarig talent naar de Verenigde Staten vertrok, had de tiener niet het flauwste vermoeden dat hij de zevende Nederlandse profspeler in de NBA zou worden. Pas op het moment dat hij in 1999 als speler van de University of California werd gedraft door de Denver Nuggets, begon Elson te geloven in zijn eigen kunnen. ,,Dat was een heel vreemd moment. Ik zat bij een vriend thuis naar die draft te kijken. Ik had echt nooit verwacht dat ik zou worden uitgekozen. Opeens na een reclameblok zag ik mijn naam en foto op het scherm verschijnen. `Wow, dat ben ik', dacht ik. Wie was ik nu helemaal? Een jongen uit Nederland die nog niets had gepresteerd. Ongelooflijk. Ik was echt verrast.''

Het zou nog vier jaren duren voordat Elson zich een echte Amerikaanse profbasketballer mocht noemen. De Denver Nuggets lieten hem eerst een aantal jaren rijpen in de Spaanse competitie bij clubs uit Barcelona, Valencia en Sevilla. Twee jaar geleden werd Elson dan toch nog goed genoeg bevonden voor de NBA. Zijn debuut op 29 oktober 2003 tegen de San Antonio Spurs beschouwt hij als het hoogtepunt. Uit eerbetoon aan zijn overleden broer speelde Elson in een shirt met nummer 56. ,,Toen ik dat shirt aantrok en mijn naam hoorde voelde ik de energie door mijn lichaam stromen. Het leek net alsof ik een shot cocaïne had gekregen. Ik zag niets, ik hoorde niets. Dat gevoel krijg ik waarschijnlijk nooit meer. Ik was helemaal verdoofd. Het besef dat ik nu echt onderdeel uitmaakte van de NBA kwam pas veel later.''

In de VS leerde Elson de harde wetten van het profbestaan kennen. Na een play-offduel tegen de Minnesota Timberwolves was hij tot zijn verbazing opeens wereldnieuws. Tijdens het duel had Elson een aanvaring gehad met sterspeler Kevin Garnett, dat seizoen de meest waardevolle basketbalprof van de NBA. Tot verbazing van Elson kneep Garnett buiten het zicht van de scheidsrechter plots in zijn edele delen. Elson noemde Garnett een ,,low-class-type player'' en ,,gay''. Een enorme rel was geboren. ,,Ik zag mezelf opeens op alle kanalen in de hele wereld terug. Zelfs op CNN was ik nieuws. Elson die Garnett een homo had genoemd. Dat was wat. Ik had nooit verwacht dat dit zo in het nieuws zou komen. Dat daar in Amerika zoveel ophef over gemaakt zou worden! Daar leer je van. In Nederland zouden ze daar heel anders mee omgegaan zijn. Deze week hoorde ik een vrouw op Talpa nog gewoon `houd je bek' tegen iemand roepen. En bij Barend en Van Dorp zeggen ze zomaar `wat zit je nou te lullen man'. Dat kan hier in Nederland allemaal.''

Elson heeft in Denver ondervonden dat hij als topsporter ook een rolmodel is. In de Amerikaanse stad is Cisco inmiddels uitgeroeid tot een local hero. In zijn geboortestad Rotterdam kan hij zonder problemen over straat lopen. ,,Als ik in Rotterdam uit ga, moet ik gewoon betalen. Ik kan echt niet zomaar langs de rij lopen als ik een discotheek wil binnengaan. `Wie ben jij dan wel', krijg ik dan te horen. Ze zien me hier als een normale jongen. In Denver is dat anders. Daar hoef ik nergens te betalen. De mensen maken een praatje met je, vragen een handtekening. Het spelen van basketbal is een beroep, dat is in Nederland wel anders.''

Al van jongs af aan wist Elson dat hij voor een profloopbaan niet in Nederland moest zijn. ,,In Nederland is een opleiding het belangrijkste. `Ja, leuk dat je basketbalt, maar ga nu maar even in je boeken kijken', kreeg ik vaak te horen. In Nederland werken basketballers gewoon ernaast. Toen ik in Rotterdam speelde, werkte een teamgenoot van mij bij de rijkspolitie. Die kon niet spelen want hij had avonddienst. Ik dacht: `Als ik hier blijf moet ik straks ook nog op zoek naar een baantje als vakkenvuller'. In Amerika is het allemaal anders. Daar wordt alles verzorgd. Daar hoef ik alleen voor mijn eigen onderbroek en sokken te zorgen. Amerikanen zetten alles opzij om te slagen als prof. Dat is een droom. Voor sommigen is het de enige manier om rijk te worden.''

Na dit seizoen loopt het contract van Elson bij de Denver Nuggets af. De afgelopen seizoenen stond met hij met een voor NBA-begrippen bescheiden jaarsalaris van zo'n 360.000 dollar op de loonlijst. Hij hoopt net als de Nederlander Daniel Gadzuric van de Milwaukee Bucks een financiële klapper te kunnen maken. ,,Natuurlijk speelt geld een rol. Dat houd je altijd in je achterhoofd. Maar hoe meer je verdient, hoe meer problemen dat oplevert. Het gaat mij er vooral om dat ik zoveel als mogelijk speel. Dat kan de Denver Nuggets zijn, maar ook elders. We zien het wel.''

Elson staat bekend als een basketballer met een enorme inzet. Hij haalt zijn motivatie uit een spreuk die op de muur van de kleedkamer van de Nuggets geschreven staat: Somewhere, somehow somebody is practising when you are not practising. When you guys meet in a head to head competition he will beat you.

,,Daar geloof ik in. Ik train elke dag keihard. Ik wil net iets beter voorbereid zijn dan mijn tegenstander. Ik ben altijd iemand geweest die hard werkte. Mijn ouders hebben me altijd gesteund. Die kon ik toch niet laten zitten? Wat ze allemaal voor me gedaan hebben, kan ik ze nooit meer teruggeven. Dat is niet in geld uit te drukken. Ze hebben altijd in mij geloofd. Ik weet nog goed dat ik als achttienjarige op Schiphol stond. `Ik ga niet', zei ik tegen mijn moeder. `Doe niet zo gek. Je bent toch geen klein kind', stelde ze. Iedereen huilde bij het afscheid. Ik had ook de tranen in mijn ogen staan. Maar ik hield me groot. Een man huilt niet. Toen wist ik dat ik op mezelf was aangewezen. Dit was het moment dat ik een volwassen zou worden. Maar ik had ook nooit verwacht dat ik in de NBA zou gaan spelen. Eigenlijk besef ik nu pas wat ik allemaal heb bereikt. Alles wat ik nu nog meemaak is een bonus. I am the man. Ik geniet ervan zolang het nog duurt.''

    • Koen Greven