Guaraní-indianen willen terug naar het paradijs

De sterfte onder Guaraní-indianen is hoog door zelfmoorden en ondervoeding. In Brazilië woedt een landoorlog tussen inheemsen en grootgrondbezitters.

Meestal is het ophanging waarmee ze zich van het leven beroven. Maar er zijn ook Guaraní-indianen die kiezen voor een nog wredere methode. ,,Ze drinken zich dood met landbouwgif'', zegt antropoloog Marcos Homero Ferreira Lima.

In de streek rondom de Braziliaanse stad Dourados, ongeveer honderd kilometer van de grens met Paraguay pleegden de laatste vijf jaar zo'n 250 van de 30.000 indianen zelfmoord. ,,Steeds vaker zien we dat zelfs pubers uit het leven stappen'', zegt geschiedkundige Antonio Brand, hoogleraar op de universiteit in Campo Grande, die onderzoek deed naar het ,,verontrustend hoge aantal'' zelfmoorden.

Het totale gebrek aan uitzicht op een waardig bestaan maakt volgens Brand vooral in de landbouwgebieden in het zuiden van Brazilië indianen wanhopig. Gebrek aan land leidt volgens de hoogleraar tot problemen als werkloosheid en ondervoeding onder de oorspronkelijke bewoners in het hart van Zuid-Amerika. Vooral de afgelopen dertig jaar zorgde de snel uitbreidende landbouw in deze regio voor enorme ontbossing. Daar waar Guaraní traditioneel leefden in familiegemeenschappen van hooguit een paar honderd man, wordt nu soja verbouwd om Europese en Chinese koeien te voeden. Dit is de graanschuur van Brazilië met eindeloze velden vol maïs, koren, zonnebloemen of katoen.

In 1988 werd in de Braziliaanse grondwet bepaald dat indianen het land krijgen dat traditioneel van hun is – een voor Zuid-Amerika unieke, indiaanvriendelijke bepaling. De wet pakt goed uit voor indianen in bijvoorbeeld het Amazonewoud die hun leven lang hetzelfde terrein bevolken. Maar de Guaraní werden zo'n zestig jaar geleden verplaatst om grootschalige landbouw mogelijk te maken. Voor hun is het veel lastiger om de eigendomsrechten terug te veroveren op de landbouwer die nu hun grond bewerkt.

,,De indianen zitten opeengepropt in kleine reservaten. Daar leven ze van voedselpakketten en sociale bijstand. Door de mechanisatie is voor hen in de landbouw nauwelijks nog werk. Veel indianen zijn verslaafd aan alcohol'', vertelt professor Brand. De overheid heeft een speciale kliniek gebouwd omdat veel indianenkinderen sterven door ondervoeding.

Om te ontsnappen aan een miserabel bestaan proberen indianen steeds vaker hun traditionele leefgebieden terug te `veroveren'. Ze bouwen hutten naast de boerderijen en proberen zo steeds grotere delen van de landerijen in te nemen. Vijfhonderd jaar na de kolonisering van Zuid-Amerika woedt in de deelstaat Mato Grosso do Sul een nieuwe landoorlog tussen grootgrondbezitters en indianen.

De 63-jarige Carlitos – een stamhoofd van de Kaiowá Guaraní – is een van de indianen die in opstand is gekomen. Hij staat deze ochtend met een paar mannen een waterput te graven vlakbij een rivier, zo'n dertig kilometer ten zuiden van Dourados. Met meer dan honderd leden van zijn stam is hij ruim twee jaar geleden dit terrein van een Braziliaanse boer binnengevallen. Ze zijn op last van de rechter al een keer verwijderd en er een keer afgeslagen door een knokploeg van de eigenaar, maar ze kwamen steeds terug. ,,In 1949 werden we door de overheid overgeplaatst naar een reservaat. We moesten wijken voor de landbouw. Maar dit is ons paradijs en hier blijven we voorgoed'', zegt hij.

Nadat hij met een oudere indiaan in een gebedshuis in aanbouw God zingend heeft bedankt voor het bezoek dat hem is gezonden, geeft Carlitos een rondleiding door dat paradijs. Op een terrein van een paar honderd vierkante meter verbouwen ze rijst, maniok, pinda's, rietsuiker en bonen. Langs de akkers staan rieten huisjes, spelen kinderen met een oude band en lopen schurftige hondjes.

,,Niemand verlangt naar een bestaan met elektriciteit of stromend water in een overvolle stad'', verzekert Carlitos. Dan begint hij opeens te huilen en veegt hij met de mouwen van zijn vuilwitte overhemd de tranen uit z'n gezicht. ,,De onzekerheid of we hier mogen blijven is verschrikkelijk. Vooral voor mijn kinderen wil ik weten of we nu niet weer verwijderd worden.''

Sinds de grondwetswijziging heeft het enige jaren geduurd voordat de indianen ontdekten dat ze niet veel aan hun nieuwe recht hadden. ,,Als na jarenlange studies wordt vastgesteld dat een bepaald gebied van indianen is, gaat de eigenaar in beroep'', zegt Charles Stevan da Mota Pessoa. Hij is officier van justitie op het parket in Dourados, belast met indianenzaken. ,,Mijn ervaring is dat uiteindelijk in vrijwel alle gevallen de hoogste rechter de indianen in het ongelijk stelt. De Braziliaanse rechters identificeren zich nu eenmaal meer met de grootgrondbezitter dan met de indiaan'', aldus de magistraat. De zaken duren al snel tussen vijf en tien jaar. Inmiddels zijn er volgens hem vijftien fazenda's (landgoederen) waar indianen zijn binnengetrokken. Ze hebben geen vertrouwen meer in een goede afloop van jarenlange bureaucratische en juridische gevechten.

In Brazilië wonen volgens officiële gegevens nog zo'n 300.000 indianen. Volgens Cimi, een missieorganisatie voor indianen, zijn het er ruim twee keer zo veel, verdeeld over ongeveer 235 stammen. In elk geval is minder dan één procent van de Braziliaanse populatie indiaan. Afgaand op de regeling in de grondwet hebben die evenwel recht op elf procent van het grondgebied.

De hoogste gezagsdrager van Mato Grosso do Sul, gouverneur José Orcírio Miranda dos Santos, legt in zijn zithoekje op het gouvernementsgebouw uit dat het aan de federale overheid is om landgeschillen op te lossen. Hij voegt eraan toe dat de indianenproblemen vooral cultureel bepaald zijn. ,,Indianen zijn lui'', zegt de gouverneur. Ook ondervoeding is hun eigen schuld. ,,Het is bekend dat de Guaraní eerst alleen de sterke leden voeden. Voor de zwakkeren blijft er dan vaak niets over.'' Het zijn dus eigenlijk net dieren? ,,Zoiets ja.''

Magistraat Pessoa noemt die uitlatingen absurd. ,,De man weet niet waar hij over praat.'' Ook volgens historicus Brand is er sprake van racisme. ,,De eerste chroniqueurs schrijven dat juist de Guaraní voedsel in overvloed hadden. Ze wisten zichzelf uitstekend te redden totdat de blanke hun land afnam.''

Indianenleider Carlitos reageert laconiek op de opmerkingen over de eigen schuld van de indianen. Er zijn stamgenoten die ontsporen. ,,Maar als ze ons toestaan een eigen leven te leiden, komt het wel goed.''

Dan loopt hij zijn huis binnen, en komt hij terug met een minuscuul houten fluitje waarmee volgens hem met God kan worden gecommuniceerd. ,,Dit is, eh, hoe noemen jullie dat ook al weer? Oh ja, dit is ons internet'', zegt Carlitos. En terwijl zijn zoon hem begeleidt met twee rammelaars stuurt hij welluidende e-mails naar de hemel.