Een heer met zes lijken

In een prehistorisch graf in Duitsland liggen drie kinder- en drie volwassen skeletten, incompleet of met ingeslagen schedel. Een unieke vondst.

EEN BOS BIJ Memleben in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt is de locatie van een bijzonder graf uit de late bronstijd (1000 voor Christus). Hier hebben archeologen een grafheuvel opgegraven waarin een lokale heer begraven was en met hem zes dienaren of familieleden, die waarschijnlijk tijdens de begrafenis ritueel waren gedood. Het is de eerste keer in Europa dat zo'n omvangrijk bronstijdgraf wordt gevonden. Alleen bij het naburige Leubingen is ooit een bronstijdgraf gevonden met daarin twee over elkaar gelegde en mogelijk gelijktijdig begraven skeletten.

Aanleiding voor de opgraving waren enkele telefoontjes dat rovers in het gebied actief waren, vertelt archeoloog Olaf Schröder van het Landesamt für Archäologie in Halle. De grafheuvel ligt vlakbij Nebra, de vindplaats van de 3600 jaar oude bronzen hemelschijf die als oudste concrete voorstelling van de kosmos geldt. De schijf is in 1997 of 1998 illegaal opgegraven en in 2002 na politietussenkomst in bezit van het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle gekomen. Sinds de bekendmaking van de vondst struinen grafrovers het gebied af met metaaldetectoren en sondage-apparatuur. Schröder: ``Door veldverkenningen wisten we van het bestaan van drie bij elkaar gelegen grafheuvels in een bos. Zolang ze daar ongestoord lagen was er voor ons geen reden om ze op te graven en daarmee ook te vernietigen. Maar na de meldingen over rovers was die reden er wel.''

leeggeroofd

Twee van de drie grafheuvels bleken op verschillende plekken al zo diep uitgegraven, dat de archeologen er zeker van konden zijn dat eventueel ooit aanwezige bronzen voorwerpen al waren geroofd. De derde grafheuvel was nog wel de moeite waard om op te graven.

Het ging om een grote grafheuvel: vijftien meter in diameter en twee meter hoog. Het eerste wat de archeologen ontdekten, was dat de aarden heuvel omgeven is geweest door een cirkel van rechtopstaande stenen van zandsteen. Boven in de heuvel stuitten ze daarna al snel op zes skeletten. Fysisch antropologisch onderzoek maakte duidelijk dat het ging om drie volwassenen en drie kinderen van vier, vijf en tien jaar oud. Bij een van de kinderen, een meisje, lagen bronzen oorbellen, die rond 1000 voor Christus waren te dateren. Bij het meisje was duidelijk te zien dat haar schedel met een zwaar voorwerp was ingeslagen.

De skeletten lagen rond een met zandsteen bedekte grafkamer van twee bij twee meter in het centrum van de heuvel. In de kamer lagen aardewerk en de resten van een man. ``Maar het skelet was niet compleet'', vertelt Schröder. ``Alleen de schedel en een deel van de bovenbenen waren er nog.'' Op de plek van zijn borst lagen sierpennen en een bronzen mes. Voor Schröder reden om niet aan roof ``want dan hadden ze de bronzen voorwerpen wel meegenomen'' maar aan een speciaal begrafenisritueel te denken. ``Mogelijk hebben ze het lijk eerst buiten het graf door dieren laten aanvreten. Hoe dan ook, we nemen aan dat het hier om een bewuste depositie van de stoffelijke resten gaat.''

Schröder gaat er voorlopig van uit dat het skelet van een lokale heer was en dat de anderen familie of dienaren waren die hem gelijktijdig in de dood moesten volgen. ``Met toekomstig DNA-onderzoek zouden we eventuele familiebanden vast kunnen stellen.''

De bronstijdmensen hebben bewust een speciale plek voor het graf uitgekozen, vervolgt Schröder. ``Twintig centimeter onder de grafkamer lag een tweede uit steen opgebouwde grafkamer.'' Het aardewerk in die kamer maakt duidelijk dat dat graf veel ouder is. Het stamt uit de Bandkeramiekcultuur, vierduizend jaar voor Christus. ``Waarom hebben de bronstijdmensen niet zelf een grafheuvel gebouwd, maar een oud, bestaand graf hergebruikt?''

    • Theo Toebosch