De krant antwoordt

Uit principe kijk ik de andere kant op als het om een beoordeling van advertenties in de krant gaat. Ik vind dat de adverteerder evenzeer de vrijheid heeft om z'n boodschap uit te dragen als ieder ander. Dat past bij het liberale karakter van de krant. Alleen seksadvertenties weigeren we op morele gronden. De adverteerder moet vooral zelf weten (of ontdekken) of hij het publiek bereikt dat voor zijn product of dienst interessant is. En of hij dat op een manier doet die effectief is en op prijs wordt gesteld. Kwesties van smaak en vorm in het advertentiedomein horen in beginsel bij de uitgever. Die zou de lezer tegen de adverteerder, en de adverteerder tegen zichzelf kunnen beschermen door te adviseren over smaak en stijl. Ik wil me daar als hoofdredacteur alleen in laatste instantie mee bemoeien. Wie echt met opzet het averechtse effect wil bereiken met een advertentie in onze krant, vooruit maar. Ik sla de krant hooguit op in verwondering, als ik een verdwaalde adverteerder zie die geen maat kon houden. Misschien vindt u me te preuts, maar ik wíl ook niet in zo'n gesprek met bedrijven en instellingen verzeild raken. De redactie heeft met hen een andere verhouding, namelijk als kritische journalist tegenover het onderwerp. Daarin speelt de hoofdredacteur zijn echte rol.

De hoofdredactie stelt als enige inhoudelijke eis dat een advertentie voor de lezer herkenbaar moet zijn als zodanig het onderscheid met de redactionele tekst moet in één oogopslag duidelijk zijn. Ik wil op de redactiepagina's dus geen zogeheten `advertorials' waar in pseudo-redactionele tekst onze artikelen precies worden nageaapt. Als daarentegen op advertentiepagina's wordt `gespeeld' met de vorm van de krant, een creatieve vondst met een lege pagina, een `eigen krantenpagina' (De Nederpoorter Courant, van adverteerder Achmea), een terugkerend kleurig element op meerdere pagina's, dan is dat prima. Dat juich ik zelfs toe. Adverteerders kunnen de krant veel creatiever benutten dan ze nu plegen te doen. Bij bijzondere voorstellen die de grens tussen redactie en commercie verkennen, willen we best flexibel zijn. De krant heeft immers een zakelijke positie op de advertentiemarkt te verdedigen, mede namens de lezer overigens. Ik ken maar weinig lezers die graag het dubbele abonnementstarief zouden betalen voor een krant zonder advertenties.

Maar dat neemt allemaal niet weg dat ik van die Talpa-advertentie achteraf spijt heb. Wat een klap in je gezicht, die pagina. Daar had ik een stokje voor moeten steken. Het was mij weliswaar vooraf meteen duidelijk dat het een advertentie was, maar achteraf was de inbreuk op de krant toch zo groot dat het mij als redacteur en lezer van de krant een goedkoop gevoel gaf. Ook de indeling van de krant was aangetast de advertentieparodie op onze rtv-pagina ging vooraf aan de échte rtv-pagina, waardoor het plezier van het lezen van die pagina bedorven werd. Nee, ik ben hier niet trots op. Mijn verontschuldigingen derhalve. Dit doen we niet weer. Overigens vind ik het verschijnen van een nieuw nieuwsbulletin op de televisie wel een positieve ontwikkeling. En ook een advertentie waard. Maar dat is een andere kwestie.

lezerschrijft@nrc.nl

    • Folkert Jensma