Boer in de Middeleeuwen stinkt uit mond

Raad eens wie het is: hij stinkt, is ziekig, leeft als een slaaf en heeft de slechtste baan die je je maar kunt voorstellen. Antwoord: een middeleeuwse boer. Of toch niet? Om die vraag draait het in The peasant, de eerste van acht afleveringen uit de BBC-serie Leven in de Middeleeuwen. En wat blijkt? Het leven op het platteland was zo belabberd nog niet destijds. Tenminste, dat wil presentator Terry Jones, een van de oprichters van Monty Python, ons doen geloven. Oké, de boeren moesten ploeteren voor de adel. Maar aan belastingen waren ze omgerekend minder kwijt dan nu een lopendebandwerker. Nog iets, het aantal vrije dagen. Dat zijn er in Groot-Brittannië tegenwoordig acht. Toen waren het er tien keer zoveel. Ook de gezondheidszorg en de voeding waren in die tijd best redelijk – sommige boeren werden wel 60 jaar. Er waren er ook die het Latijn in zekere mate beheersten, zo vertelt Jones. ,,Boeren hadden meer over hun eigen leven te vertellen dan de meeste mensen tegenwoordig.''

Het moet gezegd. Hij presenteert het met zwier, humor en een duidelijk plezier in taal. Jones' Monty Python-achtergrond druipt ervan af. Zelf figureert hij herhaaldelijk als een wat achterlijke, uit de mond stinkende boer. De animatiefilmpjes tussendoor doen denken aan de absurdistische stukjes van weleer. Daardoor is deze aflevering in een zucht afgelopen. Maar toch. Klopt de boodschap wel? Leidden boeren in het feodale systeem inderdaad een betrekkelijk aangenaam leven?

Het beeld lijkt eerder aangegrepen om de spanning te verhogen met het centrale thema van de aflevering: de fameuze opstand van de boeren, in 1381. Pas daarna kregen ze het slecht, zo suggereert Jones. Het waren de donkere dagen na de pestepidemie (1348-1351), waaraan een kwart van de Europese bevolking was overleden. De economie stortte in, het leven werd duurder. Boeren eisten hogere lonen, maar kregen die niet. Integendeel. De adel voerde extra belastingen in die vooral het platteland trof. De belofte om die belasting maar een keer te heffen werd gebroken. En toen ging het mis. De boeren kwamen in opstand – geholpen trouwens door kleine landeigenaren, geschoolde werklieden en geestelijken. Maar de opstand werd neergeslagen, en de adel pakte de boeren vervolgens nog harder aan.

Maar diverse bronnen op internet schetsen een ander beeld. In het feodale systeem genoten boeren (zo'n 90 procent van de bevolking) weliswaar bescherming van de adel, maar ze betaalden daarvoor een hoge prijs. De meesten waren overgeleverd aan de adel. Die oordeelde over huwelijken, belastingen en straffen. Meer vrijheid kregen de boeren pas na de opstand in 1381, en de daaruit voortkomende afbrokkeling van het feodale systeem.

Leven in de Middeleeuwen, Teleac, 23.55-0.25u.

    • Marcel aan de Brugh