Zonder idealisme zijn we sowieso verloren

Charles Esche is directeur van het Van Abbemuseum en is uitgenodigd om de Biënnale van Istanbul samen te stellen. In Eindhoven creëert hij een biënnale-dependance: ,,Ik voel me hier nog een soort kraker.''

Welke vind je beter, de linker of de rechter?'' Aan de muur van het kantoor van Charles Esche hangen twee vrijwel identieke beeldmerken. 'Van Abbemuseum' staat er in rode vierkante letters op beide vellen. Op het rechterontwerp zijn de letters U rond, op het linker zijn ze net zo vierkant als de N. Ik wijs ik naar het linkervel, dat oogt consequenter. ,,De letters zijn haast gotisch'', zegt Esche. ,,Dat past wel bij het gebouw. Dit museum is net een kasteel met een slotgracht eromheen. Dus jij vindt links ook beter? Mooi, dat wordt dan ons nieuwe logo. Hebben we dat ook weer opgelost.''

Precies een jaar is de Brit Charles Esche (1962) nu directeur in Eindhoven, maar hij moet nog steeds wennen aan de bureaucratische rompslomp die zo'n groot museum met zich meebrengt. Het frustreert hem, vertelt hij in opmerkelijk goed Nederlands, dat het soms weken duurt voordat een beslissing genomen kan worden. Esche, die met zijn laaghangende spijkerbroek en gympen meer in het profiel van een skater past dan in dat van een museumdirecteur, gaf tot nu toe leiding aan veel kleinere instellingen als Tramway in Glasgow (1993-1997) en het Rooseum in Malmö (2001-2004). Hij maakte er spraakmakende presentaties met jonge talenten als Christine Borland, Douglas Gordon en Superflex. Maar dat was in kunstruimtes zonder een eigen collectie of talrijk personeelsbestand – heel anders dus dan het Van Abbemuseum.

Helemaal op zijn gemak voelt hij zich nog niet in het onlangs vernieuwde en uitgebreide museum, zegt Esche. ,,Ik heb op dit moment nog steeds het idee dat ik een soort kraker ben. Mijn posters hangen al wel aan de muur, maar het is alsof de ruimte en de meubels nog aan iemand anders behoren. Tot nu toe heb ik gespeeld langs de randen van het programma dat er al stond. Als straks mijn eerste tentoonstelling EindhovenIstanbul het gebouw vult, zal ik me er vast meer thuisvoelen.''

EindhovenIstanbul is ontstaan door een gelukkige samenloop van omstandigheden. Gelijk met zijn aanstelling bij het Van Abbemuseum werd Esche ook gevraagd als samensteller van de Biënnale van Istanbul, een stad die hij goed kent. Esche: ,,Ik had zelfs al plannen om met Vasif Kortun, een bevriende Turkse curator, een tentoonstelling te maken in Istanbul. Dit was dus een gouden kans. Door Vasif als co-curator te vragen, kon ik beide functies combineren.'' De Istanbul-biënnale, die half september van start gaat, krijgt straks een speciale dependance in Eindhoven. In het Van Abbemuseum zal Esche een selectie tonen van belangwekkende kunstwerken uit de achttienjarige geschiedenis van de Turkse biënnale. Ze zullen in Eindhoven geëxposeerd worden samen met stukken uit de eigen collectie.

Koersverandering

,,Geografisch gezien verandert deze biënnale ook de koers van het museum'', zegt Esche. ,,EindhovenIstanbul is een model voor het soort tentoonstellingen dat hier verwacht kan worden. Ik hoop dat we in de toekomst nog projecten krijgen als EindhovenBuenos Aires, EindhovenSeoul of EindhovenJakarta. Het nieuwe programma moet veel internationaler worden. De collectie van het Van Abbemuseum bestaat voor negentig procent uit West-Europese en Noord-Amerikaanse kunst. We hebben werken van El Lissitzky, een Rus, en de Hongaar Moholy-Nagy, maar dat is maar heel weinig. Mijn grote voorbeeld is Jean Leering, tussen 1961 en 1973 directeur van het Van Abbe. Hij durfde af te wijken van de gebaande paden, zag de connectie met andere culturen. Zo maakte hij bijvoorbeeld tentoonstellingen met Poolse wandtapijten. Met de komst van Rudi Fuchs kwam een einde aan de experimenten en keerde het museum terug naar het model van westerse mannelijke schilderkunst. Nu moeten we kijken hoe we de draad van Leering weer op kunnen pakken.''

Om de internationale koers vorm te geven nodigde Esche diverse curatoren uit landen als Korea, Zuid-Afrika en Turkije uit om voor een periode van enkele weken tot een jaar als `onderzoeksconservator' te werken aan specifieke projecten. ,,Het idee is om weer een energieke sfeer in het museum te creëren'', zegt Esche. ,,De Mondriaan Stichting ondersteunt deze onderzoeksconservatoren. Op deze manier kunnen zij de Nederlandse kunstwereld leren kennen, en hopelijk nemen zij die kennis mee als ze terugkeren naar hun eigen land.''

Aan de Biënnale van Istanbul doen dit keer geen Nederlandse kunstenaars mee – de in Nederland wonende kunstenaars Yael Bartana, Servet Koçyigit en Otto Berchem niet meegerekend. Esche nodigde in totaal zo'n vijftig kunstenaars uit voor de biënnale, van wie een groot aantal langere tijd in de stad verbleef om ter plekke werk te maken. ,,Hun enige opdracht was om Istanbul als inspiratiebron te gebruiken, verder hebben we alles vrijgelaten. Dat bracht ook een risico met zich mee, want we wisten dus niet wat er uit de werkperiodes voort zou komen. De tentoonstelling heeft geen duidelijke lijn. De rode draad is Istanbul zelf.''

Vijftien miljoen

Esches enthousiasme voor de metropool aan de Bosporus lijkt grenzeloos. ,,Istanbul is de mooiste stad ter wereld'', verzucht hij. ,,Er wonen vijftien miljoen mensen, twee keer zoveel als in Londen. De kunstscene daar is zeer dynamisch. Er komen steeds meer galeries, er zijn veel alternatieve tentoonstellingsplekken, er worden kunstenaarsinitiatieven opgericht, en er is een nieuw museum, Istanbul Modern. Er is ontzettend veel potentieel. De stad verandert voortdurend, je ziet hem letterlijk groeien. Kunstenaars, ook uit het westen, trekken nu voorzichtig die kant op. Veel hangt nu af van de wereldpolitiek, hoe de veiligheidssituatie zich houdt. Maar als mensen zich er veilig voelen, en er verder wordt gegaan met het integratieproces met Europa, zou Istanbul een belangrijk kunstcentrum kunnen worden.

,,Er werken nu veel meer buitenlanders in de Turkse kunstscene dan vijf jaar geleden. Toegegeven, een paar honderd man op een bevolking van vijftien miljoen is nog niet veel, maar het aantal groeit gestaag. De stad heeft een grote aantrekkingskracht op kunstenaars uit landen als Kazachstan, Iran en Palestina. Voor hen staat Istanbul dichterbij dan bijvoorbeeld Berlijn.''

Journalistieke rol

Op andere grote kunsttentoonstellingen als de Documenta of de biënnales van Berlijn en Venetië was de afgelopen jaren te zien hoe kunstenaars steeds meer een journalistieke rol zochten, en vaak documentair, sociaal bewogen werk maakten. Wordt die tendens in Istanbul voortgezet?

,,Het is waar dat de meeste bijdragen meer over leven gaan dan over kunst. Maar het is meer dan dat. De kunstenaar Silke Otto-Knapp bijvoorbeeld, maakt decoratieve aquarelschilderingen die reflecteren op het alledaagse leven in de stad. Toch zou je die niet documentair noemen. De Poolse Paulina Olowska heeft door plaatselijke ambachtslieden tapijten laten weven. Dat is vrij traditioneel, maar haar ontwerpen zijn heel hedendaags en tonen bijvoorbeeld de stadsplattegrond van Warschau. En dan is er nog de Duitse schilder Lukas Duwenhögger, die sinds midden jaren negentig in Istanbul woont. Zijn werk combineert het modernisme van Bauhaus met de barokke esthetiek van Istanbul.''

De tweede helft van de biënnale, die Esche gemakshalve `Not Istanbul' noemt, bestaat uit reportages uit andere delen van de wereld. Er zijn kunstenaars uit Berlijn en San Francisco, maar ook uit Teheran, Kairo, Jeruzalem, Sofia en Zagreb. ,,Zo'n beetje het hele oude Ottomaanse Rijk is vertegenwoordigd'', lacht Esche. ,,Ook hun kunst gaat over het leven in een grote stad. Maar het gaat om meer dan alleen een verslag. De Amerikaan Chris Johanson maakt schilderijen die gaan over de laid-back Californische surf- en hippiecultuur waar hij als doorgewinterde wietroker zelf ook deel van uit maakt. In die zin is zijn werk documentair, maar het is niet het soort werk dat de rol van Amerika in Irak aan de kaak stelt. Het is fantasierijker.

,,Zodra kunst te documentair wordt, als zij alleen verhaalt van de wereld waarin wij leven, vraag ik me altijd af waar de verbeelding blijft. Waar is die sprong in de leegte? De rol van de kunst, of het nu op een biënnale is of in een museum, is het voeden van de verbeelding van de toeschouwer. Kunst geeft de mogelijkheid om iets te bedenken wat je daarvoor niet zou hebben bedacht, om de wereld anders voor te stellen dan-ie nu is. Terwijl de meeste mensen de condities waarin we leven gewoon accepteren, laten kunstenaars ons fantaseren over iets nieuws. Op den duur zou dat sociale of zelfs politieke effecten kunnen hebben. Natuurlijk kun je geen directe lijn trekken van de kunst naar maatschappelijke veranderingen. Je kunt niet zeggen: El Lissitzky heeft de hervormingen in Rusland mogelijk gemaakt. Maar ik geloof wel dat als we geen El Lissitzky gehad zouden hebben, de wereld er anders uit zou hebben gezien.''

Dat is een behoorlijk idealistische houding.

,,Jazeker, maar zonder idealisme zijn we sowieso verloren. Het zou interessant zijn om eens te onderzoeken of er een verschil bestaat in de politieke opvattingen tussen Amerikaanse steden met een goed museum voor hedendaagse kunst en de steden die dat niet hebben. Zouden mensen dan anders denken over de manier waarop je met elkaar samenleeft? Misschien niet. En als Eindhoven geen Van Abbemuseum zou hebben, wat voor verschil zou dat maken? Zou het effect hebben op de manier waarop mensen over hun stad denken? Ik ben ervan overtuigd dat het wel uitmaakt, dat we zonder kunst een heel andere samenleving zouden hebben, waar het basisidee over wat goed is en wat slecht anders zou zijn.''

DDR

Zijn liefde voor kunst ontstond pas toen hij een jaar of twintig was, maar het idealisme werd Charles Esche al vroeg bijgebracht. Zijn ouders waren vluchtelingen uit de DDR en thuis, in Manchester en later in Londen, werd veel en vaak over politiek gepraat. ,,Als kind was ik me er al wel van bewust dat we hier waren om politieke redenen'', vertelt hij. ,,In de jaren tachtig begon ik me actief met politieke zaken te bemoeien, maar raakte daarin al snel gedesillusioneerd. Ik dacht veel na over hoe de wereld eruit zou kunnen zien, en ging galeries en musea bezoeken, met het idee dat ik daar iets van een antwoord zou kunnen vinden. Een andere belangrijke inspiratiebron was de band Joy Division, net als ik afkomstig uit Manchester. Zij zeiden mij dat de dingen ook anders zouden kunnen, anders dan wat je verteld werd op school of in de media of door mijn ouders. In de punkscene ging het om het bepalen van je eigen waarden. Die do-it-yourself-mentaliteit spreekt me nog altijd aan.''

Denkt u dat jonge kunstenaars zich tegenwoordig meer bewust zijn van hun maatschappelijke rol dan vroeger?

,,Als je het vergelijkt met een bepaalde groep succesvolle schilders uit de jaren tachtig misschien wel. Maar zelfs die waren niet per definitie sociaal of politiek geëngageerd. Denk maar aan de schilderijen die Gerhard Richter maakte over de Baader-Meinhofgroep. Wel zijn vanaf die tijd de condities veranderd waarin de kunst getoond werd. Het idee dat kunst een handelsartikel is, is begonnen in de jaren tachtig, en die commerciële houding is sindsdien alleen maar erger geworden. De kunstbeurs in Bazel is nu zo'n beetje de belangrijkste happening in de kunstwereld, daar loopt iedereen jaarlijks weer warm voor.

,,Het gaat niet meer over hoe kunst een verschil kan maken, maar over hoeveel de kunst waard is. Ik merk dat ook aan het soort artikelen dat over het Van Abbemuseum geschreven wordt. Afgezien van een enkele recensie op de kunstpagina gaat het altijd over geld – over hoeveel we moeten bezuinigen, of hoeveel bezoekers het nieuwe gebouw getrokken heeft. Kunst wordt steeds meer gezien als een toeristische attractie of een nuttige financiële investering. In de jaren zeventig verzetten veel kunstenaars zich nog tegen de markt, met onverkoopbare conceptuele kunst of vluchtige performances. In de jaren tachtig werd de kunstmarkt juist omarmd. Sindsdien leven we met die erfenis.''

Als directeur van een groot museum kunt u niet meer om sponsoring heen. Na de verbouwing is het oppervlak van het Van Abbe verviervoudigd, maar de financiële middelen zijn hetzelfde gebleven. U zult dus bij het bedrijfsleven moeten aankloppen.

,,Er is niets mis met sponsoring, zolang we maar beseffen dat het een bijdrage is van het bedrijfsleven aan de publieke sector. Musea zijn er voor het publiek, voor de bewoners van een stad, en niet om als prestige-object voor een bank te fungeren. In Engeland zie je bijvoorbeeld dat de Tate steeds meer een bedrijf begint te worden, met een bijbehorende corporate mentality. Maar voor mij is juist die publieke sfeer iets om te blijven verdedigen. De Tate zal steeds meer spektakelshows moeten maken. Tentoonstellingen over kunstenaars als Stanley Brouwn of Jef Geys, die we in Eindhoven laten zien, zouden daar ondenkbaar zijn omdat ze te weinig mensen binnenhalen. Luc Tuymans is al riskant, Warhol of Hopper is beter. Ze zijn gelimiteerd wat betreft het soort kunstenaars dat ze kunnen tonen.

,,De belangrijke vraag is nu wat wij willen van een museum in een provinciestadje als Eindhoven. Ook wij kunnen een Hopper-expositie maken. Dan trekken we misschien wel 150 duizend bezoekers, maar we krijgen niet het miljoenenpubliek dat de Tate zou trekken. Voor ons is het onmogelijk om op dat niveau te concurreren en dat moeten we ook niet willen. Het bevestigen van het genie van een wereldberoemde kunstenaar is niet de taak die het Van Abbemuseum zich zou moeten stellen.''

Wat is de taak die u voor het museum weggelegd ziet?

,,In de jaren zeventig met Jean Leering, maar ook eerder, met Willem Sandberg in het Stedelijk, barstte Nederland van de innovatieve kunstplekken. Die innovatie is duidelijk verloren gegaan. Er heerst hier nu een soort collectieve depressie omdat experimentele instituten weggevallen zijn. Kunstruimtes als de Appel of Witte de With hebben niet meer de glans van vroeger. We moeten ons afvragen waarom veel buitenlandse curatoren een stad als Amsterdam steeds vaker links laten liggen. Je hebt er een aantal goede galeries, maar niets dat excelleert. En behalve Smart Project Space en W139 zijn er weinig interessante kunstenaarsinitiatieven die het eerste jaar overleven. Maar het ligt niet alleen aan de instituten. Uiteindelijk worden de instellingen gevoed door de energie aan de basis, het ground level. Zonder de Young British Artists was Tate Modern nooit gebouwd. De instellingen werken omdat de kunstenaars werken, de kunstenaars werken omdat de energie goed is. En op dit moment is de Nederlandse kunstwereld een beetje lethargisch.

,,In het Van Abbemuseum wil ik die innovatie weer terugbrengen. Laat ons de plek zijn die experimenteert, faalt, minder bezoekers trekt, maar wel dingen ontdekt, leert, en daardoor kan concurreren met andere instellingen. Laat het Stedelijk in Amsterdam maar blockbusters maken, dat is goed, en laat de musea in Groningen en Maastricht weer iets anders doen. Het is onzinnig om in dezelfde vijver te gaan vissen.''

Maar heb je daarvoor wel zo'n groot museum nodig?

,,Experimenteerdrift hoeft niet kleinschalig te zijn. Dat is een misverstand.''

Als we nog even door het museum dwalen wil Charles Esche per se de tentoonstelling van de jonge Poolse kunstenaar Robert Kusmirowski laten zien. ,,Over hem moet je schrijven'', drukt de directeur me op het hart. ,,Ik voorspel je dat hij het gaat maken. En als hij straks wereldberoemd is, kan jij zeggen dat je zijn eerste solotentoonstelling gezien hebt.''

In de museumzaal, die door Kusmirowski met wat pallets, een knipperende tl-buis en een bruine radiator werd omgetoverd in een atelier uit de tijd van de Poolse Volksrepubliek, vergaapt het publiek zich aan de nostalgie. Tegen de achterwand hangt een groezelige wasbak met een spiegel erboven. Een oude dame die een blik op de spiegel werpt, blijft staan alsof ze een geest heeft gezien. De spiegel blijkt van glas – aan de andere kant van de grauwe betonnen muur bouwde Kusmirowski een exacte replica van het atelier, maar dan in spiegelbeeld. ,,Prachtig toch?'' fluistert Esche. ,,Dat intieme moment tussen kunstwerk en beschouwer, daar draait het uiteindelijk allemaal om.''

De Biënnale van Istanbul vindt plaats van 16 sept t/m 30 okt. Inl: 0090-212-3340763 of www.iksv.org/bienal

Tentoonstelling EindhovenIstanbul 1 okt t/m 29 jan in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Inl.: (040) 2381000 of www.vanabbemuseum.nl

    • Sandra Smallenburg