Wateroffensief

Met een paar verregende zomermaanden achter de rug, waarbij al dat kostelijke hemelwater wegspoelde of zich in zijn overvloed vermengde met de gorigheid van overlopende riolen, zijn de zorgen in Nederland nu gericht op de gederfde inkomsten door het slechte weer. Zuidwaarts verbranden de bossen omdat er maandenlang geen druppel regen is gevallen. De pech van de Scheveningse strandtenthouder zou het geluk van de Portugese boer kunnen zijn. Als water tenminste wordt gezien als een product met verschillende dimensies. Als handelswaar, uiteraard; als strategisch goed, wat in het natte Nederland onvoldoende wordt onderkend; als onuitputtelijke bron van innovatie.

Over dat laatste werd gisteren op de economiepagina's van deze krant verslag gedaan. Een Fries bedrijf vernieuwde de manier van waterzuivering en is nu de grootste producent ter wereld van zuurstofvrije, biologische waterzuiveringssystemen. Volgens de directeur staat de markt voor deze zogeheten anaërobe waterzuivering pas in de kinderschoenen en valt op dit gebied nog heel wat te ontdekken. Zijn grootste concurrent is niet een ander bedrijf, maar het oppervlaktewater. In voorkomende gevallen mogen ondernemingen kennelijk nog steeds ongezuiverd en ongestraft hun afvalwater op de rivier lozen. Smerig maar wel zo voordelig.

Het verhaal illustreert in feite hoe Nederland in de loop der jaren zijn leidende rol op watergebied te veel heeft laten versloffen. De Friese vernieuwers pakten de handschoen op, waarvoor lof. Maar over het algemeen geldt dat de massaal aanwezige waterkennis op universiteiten, instituten en in het bedrijfsleven verbrokkeld is en te weinig rendement oplevert. Bij de uitvoering van complete waterprojecten, zoals modernisering van een waterhuishouding, hebben grote buitenlandse ondernemingen vaak meer kans op opdrachten dan de Nederlandse watersector. Oorzaak: versnippering, te weinig samenwerking en een te geringe schaalgrootte.

Overheidsstimulering door subsidies van minister Brinkhorst (Economische Zaken) en de oprichting van een watersamenwerkingsverband kunnen verbetering brengen, maar het tempo zou omhoog moeten. Wat vooralsnog ontbreekt is een gevoel van urgentie. Watermanagement dient meer te zijn dan een woord en een bijpassende functie. Na de Deltawerken, alweer lang geleden, is Nederland toe aan een nieuw wateroffensief dat van waterzuivering loopt naar wateropslag en -transport, zo mogelijk naar droge gebieden; van een goed onderhouden en aan de tijd aangepaste riolering naar een modernere rol voor de waterschappen. Kortom, van nieuwe straatputten die niet overstromen bij een stortbui tot een andere kijk op waterhuishouding.

Nederland heeft met zijn strijd tegen het water altijd een voorsprong gehad op andere landen. De erfgenamen van Leeghwater en Lely staan nu voor de uitdaging een reputatie waar te maken die onbedoeld onder druk is gekomen. In eigen land is werk genoeg. Daarbuiten ligt een eldorado. Brussel en Boedapest gaan door toedoen van de Europese Unie hun rioolwater nu pas zuiveren. Tot nu toe verdween de viezigheid van deze grote steden zonder omhaal in de Zenne en de Donau. In buurland België zijn honderdduizenden woningen niet op het riool aangesloten. Over kansen gesproken.