Ver vreemd gaan

Veertig procent van de gemengde huwelijken mislukt binnen vier jaar. Veel vrouwen hebben al opgeschreven hoe dat heeft kunnen gebeuren. Maar toch gaat het ook vaak goed, zo blijkt uit nieuwe autobiografische verhalen van westerse vrouwen in Turkije.

Vaak is het liefde op het eerste, andere gezicht. `Het is alsof ik door de bliksem word getroffen. Er zit een lange, donkerbruine, schitterende, exotische man nonchalant op de reling. Hij kijkt met zijn donkere ogen naar ons, de enige blanken in deze mensenmassa. Mijn god, denk ik, wat is die mooi, zoiets heb ik nog nooit gezien,' aldus Corinne Hofmann in haar wereldwijde bestseller De blanke Masai. Hofmann ruilt haar Zwitserse bestaan en haar Zwitserse vriend in voor een Keniaanse hut en een krijger. Ze verstaat geen woord van de taal, moet apart eten met de vrouwen (alleen theedrinken samen met de mannen is toegestaan) en ook de seks is anders: Masai zoenen niet (de mond dient om te eten). Ondanks of dankzij de cultuurverschillen, trouwt Corinne met haar droomman.

Het verhaal van Hofmann staat niet op zichzelf. De boeken uit het segment `bewogen vrouwenlevens' liggen hoog opgestapeld in de boekhandel en de oplagecijfers (gemiddeld 30.000, met een uitschieter voor de koninklijke variant Koningin Noor van Jordanië naar circa 120.000) liegen er niet om. De boeken – uitgeverij Arena heeft zich in het genre gespecialiseerd – spelen zich vooral af in het Midden-Oosten, Afrika, Marokko of Turkije en komen in twee soorten voor: de levensgeschiedenis van een oosterse vrouw die ternauwernood aan een onderdrukkend regime ontsnapt en naar het Westen vlucht (Geheim Geweld, Verborgen Tralies, Prinses zonder land), of de levensgeschiedenis van een westerse vrouw die zich omwille van werk, liefde of allebei, in het Oosten vestigt.

De gretige aftrek van het genre onder westerse vrouwen is goed te verklaren: de lectuur biedt meestal een onderhoudende mengvorm van informatieve reisliteratuur en romantische Bouquetreeks-goes-east, waarbij de blanke dokter vervangen is door een `trotse', `exotische' donkere man met een `glimmende rug', `rode lendendoek' en `naakt bovenlijf' (De blanke Masai). De blanke, calculerende en rationele westerse man steekt letterlijk en figuurlijk wat bleekjes af bij de dominantie, daadkracht, romantiek, passie en mannelijkheid die de westerse vrouw in het Oosten hervindt.

Maar die westerse man, toch al onzeker, kan best opgelucht ademhalen, want in de meeste van deze Western-girl-meets-eastern boy-non-fictieboeken wordt de exotische liefdesdroom wreed verstoord. Het anderszijn, waar de vrouwen zich aanvankelijk door aangetrokken voelen, zorgt later voor grote problemen. Zie, behalve de De blanke Masai, waar de ziekelijke jaloezie van Hofmanns krijger uiteindelijk leidt tot een vlucht terug naar Zwitserland, ook Herder van de woestijn (over een westerse journaliste die `alles op alles' zet om de door een oosterse man ontvoerde kinderen van een westerse vrouw terug te halen). Er zijn nog veel meer voorbeelden: De Bruid van Benin. Een westerse vrouw trouwt met een Afrikaanse prins (Duitse vrouw trouwt met Afrikaan die bezeten raakt van de voodoo), Veertig moeders (Duitse vrouw wordt de 33ste vrouw in de harem van Nigeriaanse man, haar dochter wordt uitgehuwelijkt en krijgt aids) of, de titel zegt het al, de `roman' Bittere thee. De liefde tussen een Nederlandse en een Iraniër.

De grootste horrorvariant binnen dit genre is zonder meer het onlangs verschenen Monddood. Ik was de vrouw van een terrorist van Doris Glück (besproken in Boeken 16.06.05), waarin een Duitse haar hart verliest aan de Egyptische Omar, die gedurende hun relatie langzaam radicaliseert en later wordt opgepakt in Tunesië op verdenking van terroristische aanslagen voor Al-Qaeda.

De interculturele liefdesmoraal klinkt luid en helder: east is east, west is west, and never the twain shall meet. Het genre krijgt – vaak terecht – het verwijt een toonbeeld te zijn van occidentalisme en oriëntalisme, dat wil zeggen het homogeniseren van het Oosten of het Westen tot één platte identiteit met vaste kenmerken. Cultuurwetenschappers verzetten zich doorgaans tegen het herhalen van dergelijke clichés, omdat ze er vanuit gaan dat beelden niet alleen de werkelijkheid weerspiegelen, maar haar ook vormgeven en beïnvloeden. Wie geen beelden of verhalen van gelukkige gemengde relaties te zien of te lezen krijgt, raakt ervan overtuigd dat het niet mogelijk is.

In fictie zijn die positieve beelden er tegenwoordig steeds meer; te denken valt aan films als `Jalla! Jalla!', `Ae Fond Kiss' of aan het zojuist verfilmde boek Het Schnitzelparadijs, waarin gemengde stellen in de slotscène samen hand in hand een nieuwe toekomst tegemoet rennen. Het `westerse' liefdescompromis dat ze daarbij sluiten is dat ze in al deze films de familie letterlijk achter zich laten. Hoop en vrees vechten in de beeldvorming om voorrang: fictie drukt een ideaal uit, non-fictie verwoordt de zorgen.

Het frappante verschil tussen fictie en non-fictie werpt een interessante vraag op. Schetst de sombere non-fictie een `realistischer' beeld? Niet noodzakelijk. Daarvoor is de non-fictie meestal te formulematig. Maar waar in het non-fictie-genre ligt dan precies de grens tussen oriëntalisme en cultuurverschil, cliché en realiteit? Anders geformuleerd: waar begint een cliché en houdt het realisme op?

`De' moslim bestaat niet, evenmin als de `Afrikaan', `de' vrouw of `de' man bestaat, maar dat er sekse-, religie-, cultuur- en klassenverschillen zijn door de andere normen- en waardenpatronen die met de opvoeding worden meegegeven, valt niet te ontkennen. Het sombere beeld van de bestendigheid van gemengde relaties dat naar voren komt uit deze boeken stemt overeen met de officiële statistieken: veertig procent van de huwelijken tussen een oosterse man en een westerse vrouw strandt binnen vier jaar.

Dienke Hondius heeft in haar diepgravende historisch-sociologische onderzoek Gemengde huwelijken, gemengde gevoelens. Aanvaarding en ontwijking van etnisch en religieus verschil sinds 1945 (1999) laten zien dat bepaalde cultuurverschillen tussen Oost en West voor conflicten kunnen zorgen. Behalve de grote rol van de oosterse familie die botst met de waarde van autonomie en onafhankelijkheid in het westerse liefdesideaal, lopen relaties tussen mediterrane en oosterse mannen en westerse, geëmancipeerde vrouwen vaak stuk omdat hij keuken en kroost als het domein van de vrouw beschouwt, terwijl de westerse vrouw zowel het publieke als het privé-domein liever wil (ver)delen. Nu kan een dergelijk conflict over de verdeling van de huishoudelijke taken uiteraard in élke relatie opduiken, en liggen de echtscheidingscijfers bij intraculturele stellen niet veel lager, maar bij interculturele relaties is men sneller geneigd de problemen cultureel te verklaren en als oorzaak van een breuk aan te wijzen.

Sommige auteurs proberen het in hun ogen oriëntalistische cliché aan te pakken en een positief beeld neer te zetten van een gemengde relatie. In From the Steeple to the Minaret: Living Under the Shadow of Two Cultures voert de Canadese Hughette Eyuboglu Not Without My Daughter (1986) van Betty Mahmoody op als primaire motivatie tot het schrijven van een autobiografisch boek over haar interculturele huwelijk. Dit oerboek van Mahmoody, over een Amerikaanse vrouw die met haar dochter uit Iran vlucht, duikt steevast op als referentiekader voor het interculturele non-fictie liefdesdrama. Niet alle oosterse mannen sluiten hun vrouw op na een huwelijk, eisen dat ze een hoofddoek dragen of gaan haar slaan, schrijft Eyuboglu. Haar gelukkige huwelijk met een Turkse man bewijst het tegendeel. Eyuboglu vertelt hoe ze als jonge, twintigjarige vrouw vanuit Canada naar Turkije kwam en daar haar bestaan opbouwde. Ook Wiljo Oosterom schrijft in Kleur Bekennen (dat om onduidelijke redenen `roman' heet op het omslag, maar in toon, stijl en inzet niet verschilt van de non-fictie – of het moeten de happy ending en de verjonging van de hoofdpersoon zijn die de kwalificatie `fictie' opleveren) over het succesvolle besluit van een Nederlandse vrouw om haar leven in het immer `natte, koude, grijze' Nederland definitief te verruilen voor een leven in zonnig Afrika met een Afrikaanse man.

Toegegeven, hoe integer From the steeple to the minaret en Kleur Bekennen ook moge zijn als opgewekt tegenwicht van boeken als Not Without My Daughter, Monddood of De blanke Masai, ze kabbelen, mede door een vlakke schrijfstijl, saai voort. Geen ruzietje, geen cultureel conflict, geen huwelijkse problemen, niks, nul. `Misery sells' en de ellende van een relatie met een overjaloerse en agressieve man en de westerse vrouw die dat lot vrijwillig opzoekt fascineert oneindig meer dan pagina's lang geluk – zeker als de schrijfster enigszins een vaardige pen heeft, zoals geldt voor De bruid van Benin. En hoewel Eyuboglu weliswaar poogt tegen het `pas-op-voor-de-oosterse-man'-beeld in te schrijven, bevestigt ze onverhoopt een ander stereotype. Als Eyuboglu haar recept voor een voorspoedige interculturele relatie geeft, blijkt `liefde' het magische woord. Die liefde moet niet alleen voor je man gelden, maar ook voor zijn cultuur en zijn land: de mensen, het geloof, hun gedrag, de taal, muziek, literatuur, geschiedenis, het eten – alles. Misschien verklaart dat het conflictloze relationele bestaan van zowel de hoofdperoon uit Kleur Bekennen als uit Eyuboglu's boek: elke beweging is van haar naar hem. De man en zijn aanpassingsproces blijven volledig buiten beeld.

Dat het ook genuanceerder kan, bewijst Tales from the Expat Harem: Foreign Women in Modern Turkey. Daarin vertellen buitenlandse vrouwen uit veertien verschillende landen over hun belevenissen in Turkije als echtgenote, werknemer of langdurig gestrande toerist. Het boek bevat achtendertig autobiografische verhalen, verdeeld over hoofdstukken met titels als `Hamam' (over het Turkse stoombad), `Henna'd Hands' (over huwelijken), `Peddler in the Bazaar' (over winkelen), `Kin, Cauldron and Kismet' (over familie) en `Homespun Hospitality' (over gastvrijheid)

Het verschil met de andere non-fictieboeken is dat in deze bundel de worsteling met oriëntalistische en occidentalistische clichés versus reële cultuurverschillen een bespiegelend onderdeel zijn geworden van het boek zelf. Bovendien zoeken de vrouwen naar de juiste woorden en de juiste manier om hun gevoelens zo genuanceerd mogelijk uit te drukken over hun meervoudige identiteit: als vrouw, westerling, christen, maar ook als stadsmens of plattelands-moeder of echtgenote. Een identiteit die door een nieuw thuisland wel degelijk door een cultuurschok beproefd wordt.

Zodoende wordt culturalisme, het reduceren van een persoon tot zijn of haar culturele afkomst, vermeden; er zijn meer assen (sekse, religie, leeftijd, klasse, opleiding, persoonlijkheid) waarop mensen van elkaar verschillen of juist aansluiting vinden. Bijna alle bijdragen zijn in dit opzicht zorgvuldig, openhartig, interessant en intiem. Een schrijfster vertelt op komische wijze over haar tocht naar een Turkse apotheek waar zij uit handen van een man en onder de belangstelling van een nieuwsgierige menigte een medicijn tegen een `jeukend kruis' ontvangt, een andere vrouw krijgt van de vrouwelijke leden van haar schoonfamilie in de hamam een scheermes in haar handen geduwd om zichzelf te ontdoen van haar schaamhaar en zich `schoon' te maken. In `Forever after, for Now' van Tanal OsaYande volgen we een rondetafelgesprek tussen drie Afro-Amerikaanse vriendinnen die hun ervaringen uitwisselen over daten met Turkse mannen.

Al deze vrouwen reflecteren op hun eigen vrouwelijkheid door hun ontmoeting met Turkse mannen. Anders dan ze gewend zijn, kennen de mannen geen enkele terughoudendheid om hun bezitterige liefde te betuigen; ze lijken te beantwoorden aan het oosterse romantische cliché, of toch niet? Meer dan over die vermeende man, gaat het stuk echter over het effect op de vrouwen, die zich in een tweespalt bevinden: het doet enerzijds hun vrouwelijkheid goed, vertellen ze, omdat ze, gepokt en gemazeld in het feminisme, weer ruimte vinden voor een meer aanhankelijke, romantische kant in de liefde zonder daarbij hun zelfstandigheid te verliezen. Tegelijkertijd worstelen ze met hun ideeën over vrouwelijke onafhankelijkheid en het losse Amerikaanse vocabulaire dat hun ter beschikking staat om over ervaringen van beginnende liefde te praten (`seeing someone', `dating casually', `going out').

Een ander verschil is de geëngageerde toon. Nog lang vóór verschijning is Expat Harem met een enorm publiciteitsoffensief, in onder meer Newsweek, in de markt gezet als `het Turkse antwoord aan Europa'. Des te opmerkelijker is het aantal Amerikaanse bijdragen. Van de 32 schrijvers komen er 24 uit de Verenigde Staten, wat mogelijk wordt verklaard door de achtergrond van de samenstelsters van de bundel, Anastasia M. Ashman en Jennifer Eaton Gökmen, beiden van Amerikaanse afkomst en met een Turk getrouwd.

Twee (van de zeven) Europese bijdragen zijn van Nederlandse vrouwen: Jessica Lutz, Turkologe en journaliste, schrijft over de ongekende gastvrijheid tijdens haar gevaarlijke reis naar het Koerdische gedeelte van Noordoost-Turkije. Eveline Zoutendijk, hoteleigenaresse in Istanbul, schreef een interessant verhaal over haar dilemma met een mannelijke medewerker in haar hotel, die eist dat ze een schilderijtje met daarop een in zijn ogen `onkuise' vrouw, weghaalt. Als zij daaraan toegeeft, vreest ze haar positie als leidinggevende schade te doen; anderzijds wil ze rekening houden met culturele en religieuze gewoonten in haar nieuwe thuisland en de capabele werknemer niet verliezen.

Het positieve `pro'-engagement is ironisch genoeg ook precies datgene wat de nuance weer enigszins in gevaar brengt. In vele stukken lezen we steeds dat westerlingen iets van Turkije kunnen leren, op het gebied van hartelijkheid, gastvrijheid, warmte en levendigheid met name. Na verloop van tijd worden de stemmen van de vrouwen eentonig. Alsof ze allemaal dezelfde geestige, beleefde en wat onhandige vrouw zijn die in het culturele aanpassingsproces een paar blunders begaat en wijzer en rijker uit de ervaring tevoorschijn komt – maar geen kritiek op Turkije durft te leveren. Door haar ontmoeting met de ander gaat ze bij zichzelf te rade over haar eigen tweespaltige verlangen naar zowel romantiek als autonomie.

Een aangename frisse vreemde eend in de bijt is in dat opzicht de bijdrage van Trici Venola, een Amerikaanse kunstenares. Haar bijdrage, over een losbandige kunstenares op leeftijd die in de ban raakt van een alcoholistische Turk en door zijn toedoen bijna in de gevangenis belandt, stijgt niet alleen uit boven de autobiografische anekdotiek en getuigt niet alleen van literair schrijftalent, maar schetst te midden van de andere vrouwen in de bundel ook een atypisch beeld van de westerse vrouw die naar het Oosten gaat: ze is egocentrisch, eigenzinnig en brutaal, op zoek naar een minnaar en niet die ene ware liefde. Daarmee beantwoordt ze aan het beeld van de bohémien, met oog voor `misfits' in de Turkse samenleving.

Na zoveel bewogen vrouwenlevens, vraagt men zich af of er geen mannelijke pendant van het genre is. Boeken met titels als `Mijn Filippijnse bruid en ik' of `Ik trouwde een nomadenmeisje' komt men niet tegen. Toch schrijven westerse mannen wel degelijk op persoonlijke wijze over hun liefdesavonturen, maar de presentatie, toon en de receptie van deze boeken is anders. Ton van der Lee beleeft in zijn mooie boek Het zandkasteel, een liefde met een besneden Afrikaanse vrouw met wie hij niet kan communiceren; de Amerikaanse Tom Brosnahan laat in Turkey. Bright Sun, Strong Tea (2004) regelmatig zijn hart op hol brengen door vrouwelijk Turks schoon. En Joris Luyendijk steekt in Een goede man slaat soms zijn vrouw (1998) al in het eerste hoofdstuk voor het eerst in zijn leven `zijn tong in een Egyptische mond'. Hubert Smeets schreef een intrigerend boek over de bureaucratische wegen die de toegang van zijn Russische geliefde naar Nederland bemoeilijkten in Welkom in het Koninkrijk, maar ook hier lijkt de liefde ondergeschikt aan het politieke thema.

Toch worden de liefdesavonturen van deze mannen, in tegenstelling tot de `vrouwelijke' boeken, gezien als een bijzaak; hun boeken zijn weidser, denkt men, ze `gaan over' West-Afrika, Turkije, Egypte.

Misschien beantwoordt de liefde tussen een blanke man en een zwarte of oosterse vrouw zelfs te veel aan het beeld van klassieke slavenverhoudingen om romantische leesstof te kunnen vormen. Er is ook een andere `realistische' reden. Dienke Hondius heeft in Gemengde huwelijken, gemengde gevoelens laten zien dat de westerse blanke vrouw, zowel in werkelijkheid als in de stereotype beeldvorming, de bemiddelende liefdesrol tussen twee culturen, oost en west, makkelijker op zich kan nemen; de `eer' van een oosterse vrouw wordt `strenger' bewaakt door haar familie en zij zal minder snel op plekken kunnen komen waar ze westerse mannen ontmoet.

Luyendijk geeft een soortgelijke verklaring waarom er voor hem niet meer in zit dan betaalde liefde op het interculturele liefdesvlak. Zijn Egyptische meisje is ingehuurd: een verrassing van zijn Egyptische vrienden. Tegen alle verwachtingen in, ervaart hij dat als alleraardigst. Het is voor hem als westerse man niet gemakkelijk om contact te krijgen met de vrouwelijke helft van de bevolking: vriendschappelijke omgang tussen mannen en vrouwen is in Egypte problematisch, laat staan een intiemere omgang tussen een westerse man en een Egyptische vrouw, schrijft hij. Als zij met hem gezien wordt, is ze niet alleen het gesprek van de dag, maar kan haar eer voorgoed aangetast raken. De betaalde interculturele kus daarentegen is onbelast – die vrouw heeft haar eer allang verloren.

Cultuur is hardnekkig. Mogelijk is de ongelukkige typering, door uitgevers danwel recensenten, van `vrouwenboeken' nog altijd debet aan het in stand houden van een bepaalde, eenzijdige lezing van een boek. Expat Harem vertelt anekdotes uit de dagelijkse levens van vrouwen, maar is ook, en dat hebben de samenstelsters goed gezien, een boek dat politiek serieus genomen dient te worden. De verhalen bieden via het microniveau – indachtig de leuze `het persoonlijke is politiek' – buitengewoon veel inzicht in de voor- en nadelen, de botsingen en verrijkingen van toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Tegelijkertijd zijn de `politieke' boeken van mannen ook `persoonlijk' – en smaken de prille ontboezemingen en reflecties van verliefde westerse en oosterse mannen naar méér. Weg, kortom, met de misleidende categorie `bewogen vrouwenlevens'! Op naar bewogen levens waarin recht wordt gedaan aan de meervoudige identiteit.

Jennifer Eaton Gökmen en Anastasia M. Ashman: Tales from the Expat Harem: Stories of Foreign Women in Modern Turkey. Dogan Kitap (Turkse en Engelse editie),300 blz. €15,95

Meer verre liefdes

Wiljo Oosterom: Kleur Bekennen. Wereldbibliotheek, 255 blz. €14,50

Hughette Eyuboglu: From the Steeple to the Minaret, Under the Shadow of Two Cultures. Citlembik Publications, 305 blz. €16,61

Tom Brosnahan: Bright Sun, Strong Tea. On the Road with a Travel Writer. Homer, 304 blz. €16,08

Corine Naranji: Bittere thee. De liefde tussen een Nederlandse en een Iraniër. Archipel, 378 blz. €17,95

Ton van der Lee: Het Zandkasteel. Prometheus, 271 blz. €12,50

In de serie `bewogen vrouwenlevens' verschenen bij uitgeverij Arena:

Corinne Hofmann: De Blanke Masai, 344 blz. €8,-

Choga Regina Egbeme: Veertig Moeders, 272 blz. €10,-

Annette Bokpe: De bruid van Benin. 320 blz. €19,50

Koningin Noor: Een leven in het teken van vrede. 416 blz. €12,50

Binnenkort in de Duitse bioscopen de verfilming `Die Weisse Massai'.

    • Stine Jensen