Van belbedrijf naar tekentafel

De Indiase IT-industrie is de opstartfase voorbij. Westerse bedrijven gebruiken het land niet alleen meer voor callcenters maar zij putten ook uit de vijver Indiase ingenieurs.

Forbes Magazine koos hem in 2003 als gezicht van het jaar: Kiran Karnik. Hij wist als president van de National Association of Software and Service Companies (Nasscom) immers het fenomeen off shoring (het verplaatsen van goedbetaalde banen in westerse landen naar lagelonenlanden als India) met succes te verkopen in het buitenland.

Waar dat toe kan leiden, bleek recentelijk. In juni werd bekend dat computergigant IBM 14.000 werknemers in India gaat aanstellen, nadat het eerder in Europa en de Verenigde Staten 13.000 banen had geschrapt. Tegenwoordig hebben 400 ondernemingen van de Fortune 500 kantoren in India of werk uitbesteed aan Indiase IT-bedrijven.

De Indiër Karnik is nog altijd de hoogste man van Nasscom, maar heeft het tegenwoordig vooral druk in eigen land met de overheden van de verschillende deelstaten. ,,Onze industrie groeit zo hard, dat de infrastructuur in ons land het soms niet meer aankan. Vroeger was je vanaf het vliegveld in een paar minuten in het centrum van Bangalore, nu doe je daar al snel een half uur over. De congestie is een serieus probleem. We zijn nu aan het kijken of we andere steden kunnen ontwikkelen tot zakencentra.''

De Indiase informatietechnologie-industrie is de opstartfase al lang voorbij, zegt Karnik. In het boekjaar 2004/2005 bedroegen de totale baten, als gevolg van export, van India's IT-industrie bijna 18 miljard dollar (14,6 miljard euro); in 1999 was dat nog maar 4 miljard dollar. Binnen vijf jaar zullen de exportbaten naar verwachting oplopen tot 50 miljard dollar. De sector zorgt voor 4 procent van het bruto binnenlands product van India. In 2008 ligt dat percentage naar verwachting rond de 7 procent.

Met de harde groei is ook het gewicht van Nasscom als gesprekspartner voor de overheid toegenomen. Als Karnik zich roert (,,het niveau van onderwijs moet omhoog in India''), dan is dat de volgende dag overal te zien en te lezen. ,,Het onderwijs loopt gevaar. Tegenwoordig wil men liever in de IT werken dan docent worden, terwijl het aantal studenten in India juist aan het groeien is. Een leraar wordt slecht betaald hier'', legt hij uit.

Zijn bezorgdheid is logisch. Multinationals kwamen aanvankelijk naar India om het kostenvoordeel. Het begon met callcenters, de telefooncentrales, voor eenvoudig werk, maar tegenwoordig landen ook steeds meer internationale bedrijven in India voor r&d (research & development). ,,General Electric heeft een onderzoekscentrum in Bangalore, waar zo'n 1.600 mensen werken en daarvan heeft 75 procent een universitaire graad. Zo'n bedrijf komt naar India omdat hier makkelijk een groot aantal mensen met de juiste kwalificaties te vinden is. Het gebeurt nu op kleine schaal, maar het zal alleen maar toenemen.''

Hij noemt nog een paar voorbeelden. Bosch laat in India zogeheten embedded software voor auto's (software die ingebed in een auto zit) ontwikkelen. Het ontwerp van de nieuwe generatie chip van Intel laat het Amerikaanse concern deels hier doen. Bedrijven als Boeing en General Motors besteden tegenwoordig het tekenen en ontwerpen uit aan Indiase ingenieurs. ,,Je kan op de computer natuurlijk eenvoudig een nieuw ontwerp vliegtuig simuleren, en dat gebeurt hier ook'', zegt Karnik.

Indiase IT-bedrijven werden eigenlijk in de periode voor het jaar 2000 ontdekt, toen er in het westen een grote behoefte was aan IT-ingenieurs voor het herschrijven van software ter voorkoming van het zogenoemde millenniumprobleem. ,,Veel Indiërs zijn toen uitgewaaierd naar het buitenland, en ook weer teruggekomen. Nadien is men hier gaan denken: dat werk kunnen we hier ook doen, daarvoor hoeven we helemaal niet de grenzen over. Zo is het begonnen.''

Aanvankelijk besteedden westerse bedrijven onderdeeltjes van softwareprogramma's die moesten worden herschreven (of opgewaardeerd), uit aan Indiase bedrijven. Maar nu zijn de Indiase ondernemers verder, ze bieden zelf aan om complete programma's te ontwikkelen voor hun cliënten. Voor het eerst worden er ook producten gemaakt waarvoor auteursrechten worden aangevraagd.

De Indiase IT-industrie moet niettemin op zoek blijven naar meer toegevoegde waarde. Lage kosten zijn een voordeel, maar de concurrentie komt eraan, zegt Karnik. Oost-Europa en Rusland zijn van die landen die op den duur een bedreiging kunnen vormen voor India. Zelf hebben Indiase ondernemers al kantoren geopend in Oost-Europa, in Tsjechië en Hongarije in het bijzonder. Omdat daar eveneens goedkoop en gekwalificeerd personeel te vinden is en sommige westerse bedrijven liever dichter bij huis werk uitbesteden.

Natuurlijk is Karnik ook op zijn hoede voor het grote buurland China. ,,In China zie je nog niets, maar voordat je het weet staan ze ineens voor je neus. We moeten hard blijven werken.''

    • Philip de Wit