Toptienen

Binnenkort gaan de Britten democratisch uitzoeken wat het mooiste schilderij ter wereld is, of in ieder geval wat in het Verenigd Koninkrijk als zodanig zal worden gekwalificeerd. Ze hebben al bepaald wie de grootste Brit aller tijden is. Die verkiezingen hebben we hier ook achter de rug; onomstotelijk vastgesteld wie de GNAT is. Op initiatief van de National Gallery en de BBC radio hebben ze daar nu de toptien van de schilderkunst gekozen. Uit de tweede ronde komt dan nummer één tevoorschijn. Het lijkt me onvermijdelijk dat binnen niet al te lange tijd wij Nederlanders daar ook aan moeten geloven. De drang tot het vaststellen van een toptien is onweerstaanbaar.

Is er iets tegen? In het boekenbedrijf bestaat de toptien sinds praktisch mensenheugenis. Maar dat is commercieel. Het gaat over de exemplaren die binnen een week het meest verkocht worden, ongeacht hun literaire, historische of andere waarde. En geef toe: dat wil je graag weten. Deze keer is het een boek dat te onbenullig is voor woorden, door de kritiek neergesabeld, maar dat op een of andere manier toch de nieuwsgierigheid van de massa heeft geraakt.

De andere keer is het een meesterwerk, maar dat gebeurt alleen degene van wie de hele wereld al weet dat hij alleen meesterwerken schrijft. Nu Salman Rushdie. `Reeds tweede druk' meldt na een week een advertentie op de voorpagina. Voor het eerste meesterwerk, De duivelsverzen, beroemd werd, moest de auteur eerst door een fatwa worden getroffen. En een ander voorbeeld: Also sprach Zarathustra konden ze in het begin aan de straatstenen niet kwijt, terwijl Nietzsche toen toch al een naam had.

Het best kan een schrijver speculeren op de zucht naar een schandaal, de behoefte aan de bevestiging van bewondering of liever van haat. En week na week vliegt het de winkel uit. Een actueel voorbeeld is The Truth about Hillary van Edward Klein, volgens veel critici een boek dat stijf staat van de insinuaties, maar ook al zeven weken in de lijst van de bestsellers. Een goed schandaal brengt een schrijver hoger in de toptien, al zegt het niets over de houdbaarheid van zijn argumentatie en zijn zinsbouw. Boeken over vermageren, ondergang van de wereld, het eeuwig zielenheil zijn mutatis mutandis van hetzelfde laken een pak.

Dan heb je de muziek. Sinds Veronica zijn intrede deed, hebben we ook hier de toptien van de pop. Later is de klassieke wereld erdoor aangestoken. Binnenkort komt de AVRO weer met `De dag van de luisteraar', waarop de mensen die in de tijd van Willem Vogt de luistervinken heetten, zelf kunnen bepalen wat voor klassieks ze willen horen. Wat niet altijd wil zeggen dat ze op andere dagen naar muziek moeten luisteren die ze juist niet willen horen.

Al die toptienen zijn interessant, maar wat de National Gallery en de BBC radio bedoelen is toch iets anders. Daar wordt een gooi naar de definitieve beslissing gedaan. Dit schilderij, zo heeft het volk besloten, is het mooist. Discussie gesloten. Dat legt, dunkt mij, een grotere verantwoordelijkheid op de deelnemers. En ook al doe je er niet aan mee, je gaat je verdiepen.

Op de korte lijst, die in het Nederlands short list wordt genoemd, staan wel Van Goghs Zonnebloemen maar niets van Rembrandt. De hele opsomming vindt u in deze krant van woensdag op pagina 9. En dat is het aardige van zo'n toptien: bij ieder schilderij stel je je twee vragen: hoort het tot de tien mooiste aller tijden, en: zou je het zelf aan de muur willen hebben? Dat zijn twee verschillende problemen. Van wat de Britten hebben uitgekozen, zou ik er onmiddellijk één willen hebben: The Fighting Temeraire van J.M.W. Turner (1775-1851). Het is de voorstelling van een oud houten linieschip dat bij zonsondergang in een kalme riviermonding door een klein zwart sleepbootje naar de sloop wordt getrokken. Mooi is het, objectief, door de manier waarop Turner schilderde, en het is ook ontroerend: daar gaat de oude vechtersbaas. Maar of ik het in de tien mooiste ooit zou opnemen? Daar zou ik nog eens goed over moeten denken.

Dat is het aardige van zulke toptienen. Je gaat weer eens na wat je er zelf van weet, maakt vergelijkingen, komt misschien tot nieuwe waarderingen. En aan de andere kant doet het mij denken aan een reclame voor Sunlight-zeep uit de jaren dertig. 40.000 huisvrouwen kunnen geen ongelijk hebben! Dat vond ik als kind een even raadselachtige als dictatoriale spreuk. Hetzelfde heb ik nu met de toptienen.

Iets heel anders. Koningin Beatrix heeft de historicus Cees Fasseur toegang gegeven tot de archiefstukken over `de zaak Greet Hofmans'. Ik dring er bij Hare Majesteit op aan dit voorrecht uit te breiden tot Fasseurs collega Lambert Giebels, die een prachtige biografie over L.J.M. Beel heeft geschreven, en tot wiens liefste wensen het hoort nu ook tot het geheime archief te worden toegelaten. Door dit besluit te nemen, steunt ons staatshoofd de wetenschap.

    • H.J.A. Hofland