Slim dienstmeisje als maîtresse

Sándor Márai, geboren in het jaar 1900, had alles mee om tot een groot schrijver uit te groeien. Hij was een telg uit een Saksische burgerfamilie die in het toen nog Habsburgse, veeltalige en multi-etnische Kassa – tegenwoordig Košice in Slowakije – de weg koos van de Hongaarse burgerlijke vooruitgang. Márais verlangen naar zelfontplooiing had niet alleen een stevige materiële basis, die hem in staat stelde om jaren in Wenen, Parijs en Berlijn door te brengen, maar was ook ingebed in een vruchtbare historische gesteldheid. Zo kun je tenminste met enig cynisme de oorlogsverwoesting op een tot dan toe ongekende schaal noemen, die werd gevolgd door het verlies van twee derde van het Hongaarse grondgebied bij het verdrag van Trianon en een kortstondige, maar bloedige bolsjewistische commune. Maatschappelijke aardverschuivingen, land- en volksverhuizingen, genoeg stof voor een schrijver om over na te denken en inspiratie op te doen.

De burgerlijk-liberaal geëngageerde schrijvers verenigden zich in de eerste helft van de twintigste eeuw voornamelijk rond het tijdschrift Nyugat, opgericht in 1908 door onder anderen Dezso Kosztolányi. Voor zijn tijdgenoten en alle volgende generaties was Kosztolányi een belangrijke zo niet de belangrijkste inspiratiebron en dit gold ook voor Márai. Márai had er geen moeite mee om in Kosztolányi de meester te erkennen die hij was, zoals ook te lezen is in zijn autobiografische Land, land! maar in zijn ijdelheid wilde hij Kosztolányi op zijn minst evenaren en nog liever overtreffen.

Márai publiceerde één keer in Nyugat en daarna wilde hij een tegenbeweging met een eigen tijdschrift opzetten. De verschillen met de beweging rond Nyugat lagen op het persoonlijke vlak. Het is eigenlijk Márais tragedie dat zijn populariteit in Hongarije juist in de jaren veertig, tijdens de oorlog, een hoogtepunt bereikte, terwijl de schrijvers van Nyugat ofwel al verboden waren ofwel uit zichzelf ophielden met publiceren.

Hongaarse literatuurcritici staan voor een raadsel waarom Márais in deze periode geschreven romans, zoals Gloed, die door hen als lectuur worden gezien, in het Westen erkenning krijgen als hoogstaande literatuur. Want de pijnlijke en haast zelf-mutilerende eerlijkheid en rebellie tegen de burgerlijke bekrompenheid, die Márai in zijn romans uit de jaren dertig, Opstandigen en Bekentenissen van een burger liet zien, had toen plaatsgemaakt voor uiterlijk vertoon. Een herkenbare en vaak gekunstelde stijl waarmee hij het leven van de burgerij als behoeder van de universele menselijke waarden en primaire drager van de cultuur beschreef. Met veel gevoel voor dramatiek identificeerde hij zich met deze klasse en deelde even theatraal in de ondergang daarvan, door in 1948 vanwege het communistische bewind te emigreren. De balling Márai, in eigen land verboden en verzwegen, bleef doorwerken aan zijn oeuvre en werd symbool van een klasse die eigenlijk nooit veel meer is geweest dan een fantasie.

Kentering van een huwelijk is een goed voorbeeld van Márais ijver, jaloezie en naoorlogse verbittering. Anders dan de datering in de Nederlandse vertaling doet geloven (Posillipo, 1949–Salerno, 1978), is de kern van het verhaal onder de titel Az igazi (De ware) oorspronkelijk verschenen in 1941. Destijds werd de roman op de flaptekst van de eerste druk als volgt aangeprezen: `Márai is het hoogstaande niveau voorbij, waarbij de schrijver vanuit kunstzinnig standpunt gezien foutloos werk voortbrengt [...] Het is het verhaal van een huwelijk, de eeuwige, erfelijke en majestueuze tragedie van de menselijke liefde.'

Het thema van Kentering van een huwelijk, de oorzaken van een scheiding, is op de Márai-manier uitgewerkt. In deel 1 vertelt de vrouw bij een kopje thee in een elegant theehuis haar verhaal aan een niet verder aangeduide vriendin wier reacties alleen op indirecte wijze worden vermeld. Deel 2 is het relaas van de man, enkele jaren later, aan een vriend, die ook alleen maar als een hulppersonage dienst doet. Waarom het echtpaar gescheiden is? Om een dienstmeisje.

In de figuur van Judit Áldozó – net als Kosztolányi's Anna Édes (`Lieve, Zoete Anna') is ook deze naam pregnant want `áldozó' betekent `offerend' – is de perfecte huishoudster van het echtpaar Vizy uit Anna te herkennen. Met dat verschil dat dit dienstmeisje haar bazen niet vermoordt, maar met de heer des huizes gaat trouwen. De gevoelige standsverschillen binnen de burgerij zelf en de onwaarschijnljke rigiditeit van de maatschappij, zoals ook het burgerlijke ethos en het naderende onheil, worden vooral in het tweede deel met gevoel en nuances beschreven, waardoor dit werkelijk ongelooflijke verhaal gaandeweg toch geloofwaardig wordt – tot deel drie althans.

Dat deel is een zelfstandige roman, oorspronkelijk verschenen onder de titel Judit, die op Az igazi voortbordurend het verhaal van het dienstmeisje eraan toevoegt. Van haar wist de lezer al dat ze afkomstig is uit een arm boerengezin en als beeldschoon zestienjarig meisje haar intrede doet bij de bourgeois-familie van de man. Daar krijgt ze `ontwikkeling' (op dezelfde manier als in Anna, door de familie `na te apen') en wordt ze in vertrouwen genomen door de moeder van Péter, de man. Haar ongenaakbaarheid drijft Péter bijna tot wanhoop. En als ze naar Engeland gaat, omdat de niet eens bestaande affaire door zijn vrouw is ontdekt, wordt hij er werkelijk ziek van.

In dit toegevoegde deel wordt uit de doeken gedaan dat Judit alleen maar geïnteresseerd is in `genoegdoening'. Met de rijkdom die ze aan het huwelijk overhoudt, vertrekt ze na de oorlog uiteindelijk naar Italië, waar ze als oude vrouw haar levensverhaal aan haar jonge minnaar vertelt. Maar hier ontspoort het verhaal, want de gretige, jaloerse, omhooggevallen en half-ontwikkelde Judit, die via haar pooier Péters familiejuwelen één voor één verkwanselt, blijkt tegelijkertijd een diep inzicht te hebben in psychologische, maatschappelijke en politieke processen, die toevallig nogal overeenkomen met Márais eigen inzichten.

Eigenlijk gebeurt in deel 3 hetzelfde als in Land, land! Márais verbittering over de aanhoudende wurgkracht van de communistische dictatuur en zijn te lange ballingschap, die hij zonder gezichtsverlies niet kan opgeven, kleuren zijn eerder opgetekende observaties met terugwerkende kracht. Az igazi was een interessante poging om een idee van Kosztolányi te herscheppen. Door er bijna veertig jaar later Judit aan toe te voegen wordt het onvermijdelijk dat het verhaal in eerlijkheid en geloofwaardigheid inboet.

Sándor Márai: Kentering van een huwelijk. Uit het Hongaars vertaald door Henry Kammer. Wereldbibliotheek, 416 blz. €19,90

    • Györgyi Dandoy