Rol rijk voor geldzending migranten

De Nederlandse overheid moet bevorderen dat migranten met hun geld een grotere rol spelen bij de ontwikkeling van hun moederland. Dat schrijft de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een advies dat vandaag is gepubliceerd.

De Adviesraad heeft het rapport geschreven op verzoek van minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking).

Met het overmaken van gelden door migranten aan het moederland zijn grote sommen geld gemoeid. Volgens het Internationaal Monetair Fonds wordt wereldwijd jaarlijks zo'n 100 miljard euro overgemaakt door migranten aan hun familie. Dat is fors meer dan de totale ontwikkelingshulp. In Nederland zijn de transacties door buitenlandse werknemers naar het moederland de afgelopen tien jaar verdubbeld naar 600 miljoen euro per jaar. Dat komt vooral omdat de migrantengemeenschap is verdubbeld naar 1,7 miljoen niet-westerse buitenlanders.

Uiteraard gaat het om privé-gelden die migranten naar familieleden sturen, stelt de Adviesraad. De besteding is in principe niet een zaak van overheidsbeleid. Niettemin kan beleid van het land van herkomst, van het land van vestiging en van internationale organisaties wel invloed hebben op deze gelden. Daarmee kunnen de effecten voor de ontwikkeling van die landen volgens de Adviesraad worden vergroot. Den Haag kan bij voorbeeld stimuleren dat geldzendingen van migranten gerichter kunnen worden ingezet, zodat een bijdrage geleverd wordt aan versterking van de economische structuur van het moederland.

De geldzendingen worden meestal in harde valuta overgemaakt, maar in lokale valuta opgenomen, zodat het ontvangende land allereerst het voordeel heeft deviezenreserves op te bouwen zonder de buitenlandse schuld te vergroten. De geldzendingen belopen soms een aanzienlijk deel van het nationale inkomen: in Lesotho 38 procent, in Jordanië 20 procent, in Kaapverdië 17 procent, in de Filippijnen 8,9 procent.

De geldzendingen worden op verschillende manieren aangewend, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Leuven, waar de Adviesraad naar verwijst. De gelden worden sociaal ingezet (consumptie, aflossing van schulden, onderwijs en gezondheidszorg). Ze worden gebruikt als economische investeringen en voor verbetering van de infrastructuur zoals wegen. De Adviesraad vindt dat de Nederlandse overheid een taak heeft om te bevorderen, dat met gerichte maatregelen deze gelden effectiever worden ingezet zodat ze de ontwikkeling van de thuislanden versterken.

Ook moet Nederland zich inzetten voor het wegnemen van belemmeringen, die migranten ondervinden als ze geld naar hun thuisland willen overmaken. Het gaat hierbij om hoge transferkosten, te lange tijdperiodes en gebrek aan toegang tot bancaire systemen. Volgens de Adviesraad is verder onderzoek op Europese schaal wenselijk.