Rijks deed met Mondriaan een puike aankoop

In deze krant van 18 augustus nemen de conservator moderne kunst van het Gemeentemuseum Den Haag Hans Jansen en de directeur van dit museum, Wim van Krimpen, een wel heel wonderlijke stelling in over de aankoop door het Rijksmuseum van een vroeg meesterwerk van Piet Mondriaan.

Waarom vinden ze deze aankoop `een raadsel'? Omdat het Rijks geen Mondriaan in bruikleen wil hebben van een 65 kilometer verderop gelegen collega, maar een van zichzelf? Vrijheid blijheid, toch? Ik vaar op Loosdrecht in een oude `Vrijheid', een gewone, ouderwetse houten zeilboot van mezelf, en dat vaart voor mij ánders dan een luxe boot van polyester – te leen van een ander.

Maar echt fout in het stuk van Jansen en Van Krimpen is dat de historie van het schilderij verkeerd wordt beschreven, met incorrecte prijzen. Er was in 2000 wis en waarachtig veel belangstelling voor het doek in Kopenhagen. Het was een prijsexplosie. Wij boden samen met een collega het viervoudige van de onderste richtprijs – zo'n 800.000 gulden all in – en nóg visten we achter het net. Even later had ik al spijt niet te hebben doorgeboden. De Scandinavische verzamelaar die de Mondriaan kocht, overleed na een paar jaar en het schilderij kwam in 2004 weer op dezelfde plaats in de verkoop. Ik wist het in rustiger vaarwater te bemachtigen. En níét, zoals wordt gesteld, tegen een hogere prijs dan eerst geboden was, maar tegen een lagere. Lariekoek wat geschreven wordt over belangstelling en prijzen. Dat de Mondriaan voor drie keer de kostprijs door het Rijks is gekocht, is ook volstrekt onjuist. De marge was veel kleiner.

Dat heeft alles te maken met hoge bemiddelingscommissie en het zogenaamde `volgrecht', een soort auteursrecht voor de erfgenamen van de kunstenaar, dat in Denemarken al langer wordt geheven. Voor de goede orde: de prijs die wij de laatste keer in het uiterste geval van concurrentie als maximum bod wilden bieden was 500.000 euro all in, inclusief commissie en volgrecht.

Verder loochenen Jansen en Van Krimpen de werking van het marktmechanisme. Je kunt niet bij Amerikanen bewerkstelligen de Haagse School even hoog te waarderen als wij Hollanders in de 21ste eeuw. Wie weet ontdekken over 50 jaar de Chinezen deze periode wel en vertrekken veel schilderijen nog verder naar het Oosten.

En dan over het schilderij zelf. Over smaak valt niet te twisten. Ook niet bij deskundigen. De maan schijnt vol, met een wolkensliert er voor. Maar het zonlicht – onder de horizon – doet indirect zijn werk. En dat weet ook iedere natuurliefhebber. Er hangt een mystieke sfeer in dit werk, één van Mondriaans eerste nocturnes.

Het stuk voorgrond met de rietstengels doet mij onwillekeurig denken aan de verticale dominantie van lijnen in enkele kubistische (zee)stukken uit 1914/'15. Het Haagse impressionisme heeft Mondriaan in dit werk ver achter zich gelaten. Het perspectief heeft een expressionistische vervorming die ik bij geen Hollandse schilder in 1902/1903 zag. Wel bij Bergense en Groninger expressionisten, maar dan 10 tot 30 jaar later. Deze Mondriaan is misschien wel hét sleutelwerk in de Nederlandse landschapschilderkunst van rond de eeuwwisseling.

Frank Buunk is kunsthandelaar in Ede. Hij verkocht Mondriaans schilderij de `Oostzijdse Molen' aan het Rijksmuseum.

    • Frank Buunk