Pharma moet de kennis in Nederland houden

Het topinstituut Pharma, waarvoor minister Hoogervorst pleit, zou het vijfde Nederlandse topinstituut worden. Toch investeert Nederland nog weinig in onderzoek en ontwikkeling.

Nederland versterkt zijn positie als kennisland door de oprichting van een topinstituut voor farmaceutisch onderzoek, waarin industrie, universiteiten en overheid de komende vier jaar 260 miljoen euro stoppen. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid (VVD) zei dit gisteren in een vraaggesprek met deze krant. Het kabinet moet er nog goedkeuring aan geven.

Het is geen nieuw fenomeen. In Nederland bestaan er al vier van dergelijke Technologische Topinstituten (TTI's). Ze richten zich op voeding, metaal, telematica en kunststoffen. En de oprichting van topinstituten op het gebied van bijvoorbeeld zaadveredeling en waterzuivering is vergevorderd.

De technologische topinstituten zijn in 1997 in het leven geroepen door de toenmalige minister van Economische Zaken, Hans Wijers, nu bestuursvoorzitter van chemieconcern Akzo Nobel. De oprichting ervan was een reactie op de ingrijpende reorganisaties bij grote bedrijven als Shell, Philips en Akzo Nobel. Die waren bezig het fundamentele, langetermijnonderzoek, af te stoten omdat het te weinig opleverde. De bedrijven kwamen erachter dat fundamentele kennis ook via losse samenwerkingsverbanden met universiteiten te verkrijgen is, en via kennisinstellingen.

Het inkopen van kennis werd daardoor zoiets als het doen van boodschappen. Je haalt het daar waar je behoefte ligt. Door het steeds internationalere karakter van de grote Nederlandse bedrijven, gingen ze hun kennis steeds vaker in het buitenland inkopen. Dat schaadde de kennispositie van Nederland. De trend kwam bovendien in een ongustige tijd. Veel westerse landen zijn bezig de omslag te maken van een industriële economie (gericht op steeds grootschaliger en efficiëntere productie) naar een kenniseconomie (gericht op de ontwikkeling en verkoop van kennis, en de productie van veel nieuwe, innovatieve goederen en diensten).

De technologische topinstituten vormen daarop een antwoord. Ze moeten de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen in Nederland versterken.

Het onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen bijvoorbeeld is in Nederland momenteel versnipperd, zegt Hans van den Berg, hoofd researchcoördinatie farma bij Organon (onderdeel van Akzo). Hij is een van de initiatiefnemers voor de oprichting van het Topinstituut Pharma, zoals het vooralsnog zal gaan heten. Het instituut moet het geneesmiddelenonderzoek beter regisseren. ,,Zoals je tegenwoordig voor ieder ziektebeeld een specialist hebt, zo zie je die fragmentatie ook terug in de formulering van onderzoeksaanvragen'', zegt Van den Berg. Het topinstituut moet er voor gaan zorgen dat universiteiten en industrie intensiever samenwerken. Academisch onderzoek zou onvoldoende aansluiten bij wat farmaceutische bedrijven nodig hebben. Onderzoeksresultaten zouden daardoor onvoldoende worden benut voor commerciële producten.

Om te voorkomen dat een overheidsinvestering verkapte subsidie zal zijn voor de farmaceutische industrie, zal het uitsluitend gaan om onderzoek in de `precompetitieve fase', dus nog voor het daadwerkelijk op de eindproducten aankomt. Onderzoek bijvoorbeeld, naar een manier om de bijwerking van een geneesmiddel sneller te testen. Gemiddeld duurt het 15 jaar voor een nieuw geneesmiddel op de markt komt. Doel is die periode te verkorten.

Vorig jaar oktober bezocht een werkgroep onder leiding van Van den Berg verschillende farmaceutische bedrijven om te verkennen wat voor hen belangrijke onderzoeksgebieden waren en of ze actief deel wilden nemen in zo'n instituut. Toen bleken de onderzoeksgebieden van de farmaceutische en biotechnologische bedrijven sterk overeen te komen: hart- en vaatziekten, hersenaandoeningen, infectieziekten, oncologie en (auto)immuunziekten. Het zijn ziektebeelden waarvoor bestaande therapieën vaak ontoereikend zijn en waar vanuit de medische wereld, vanwege de vergrijzing, grote vraag naar is.

Deze gebieden kwamen in grote lijnen ook overeen met onderzoeksgebieden waarvan de overheid vond dat er prioriteit aan moest worden gegeven. Uit de aardgasbaten zal volgens Hoogervorst jaarlijks ruim 30 miljoen euro naar het technologisch topinstituut Pharma gaan. Sinds 1997 ontvangen de huidige vier instituten jaarlijks in totaal 46 miljoen euro. Bij alle instituten wordt de helft betaald door de overheid, de andere helft door bedrijven en universiteiten.

In 2007 wordt de financiering van de topinstituten opnieuw beoordeeld. Vast staat dat het budget voor het topinstituut `voeding' zal worden verdubbeld. De focus van het instituut zal zich sterker richten op gezonde voeding.

De opzet van de technologische topinstituten slaat internationaal aan. Voormalig eurocommissaris Busquin (onderzoek en innovatie) heeft zich bij de inrichting van een Europees onderzoeksnetwerk mede gebaseerd op de formule van de Nederlandse TTI's.

Toch scoort Nederland nog slecht op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. Van het bruto nationaal product gaat 1,8 procent naar onderzoek en ontwikkeling. Daarmee zit Nederland onder het Europese gemiddelde van 1,9 en nog lager dan Amerika en Japan die tussen de 2,5 en 3 procent zitten. Om die reden is in Nederland het Innovatieplatform opgericht, dat wordt voorgezeten door premier Balkenende. Het beoogt de innovatie te bevorderen, onder meer door een betere samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen. Niet alleen de grote bedrijven, maar juist ook het omvangrijke midden- en kleinbedrijf.

    • Esther Rosenberg
    • Marcel aan de Brugh