Met Rob de Nijs in de zeecontainer

Hoe vullen tieners de vele vrije weken in de zomervakantie? Hangen in een jeugdhonk. Deel zeven van een serie.

Aan het parkeerterrein van de plaatselijke voetbalclub, met uitzicht op de slaperige achtertuintjes van de huizen aan de Badhuisweg, staat een blauwe zeecontainer. Deze doet dienst als jeugdhonk van Damwoude, gemeente Dantumadeel. Het hok is voorzien van een barretje, luie zitbanken en een tv met videorecorder. Aan de muur hangt de playmate van juli 2005.

Bij de voordeur van de container hangen enkele jongens op hun brommers. Ze dragen klompen. Ze noemen zichzelf `De Hoeke', naar de rotonde in het centrum van Damwoude. Daar hingen ze altijd rond. Volgens groepslid Wietze Heine Turkstra (18) maakten ze wel eens wat herrie of troep. ,,We zijn wel tien keer weggestuurd door de politie'', zegt de leerling-timmerman. ,,Ze zijn wel eens met vijf of zes auto's gekomen.''

Meestal kwam de groep na een half uur gewoon weer terug, zegt Wietze Heine. Soms was hij het wel eens met de conclusie dat ze overlast veroorzaakten, soms niet. Uiteindelijk stelde de burgemeester een samenscholingsverbod in.

De afdeling Jeugd- en Jongerenwerk van de Stichting Welzijn Dantumadeel kwam met een oplossing voor de overlast. Jongerenwerker Merijn Bouma (30): ,,We hadden ervaring met een container in Veenwouden, een dorp verderop. Hoewel dat niet zo goed ging.''

Wietze Heine: ,,Drugs.''

Bouma: ,,Maar voor deze jongeren leek het een ideale oplossing.'' Dat blijkt. De jongeren, die de container in anderhalve week eigenhandig bewoonbaar hebben gemaakt, veroorzaken geen klachten meer. Ze staan onder toezicht van een begeleidingscommissie en houden zich aan enkele regels.

Doordeweeks mogen ze er geen alcohol drinken en gaat het jeugdhonk om tien uur dicht. In het weekend halen de jongeren de schade wel in, getuige de elf lege kratten bier in het hoekje onder het dartbord. Maar sterke drank is verboden. Samen betalen de jongeren 75 euro per maand huur aan de gemeente. De eerste die op een dag in de container arriveert, ruimt op. Zo blijft het jeugdhonk schoon.

Onderling praten de jongeren, die tussen de vijftien en negentien jaar zijn, uitsluitend Fries. Ze werken, of volgen een leerwerktraject. Een enkeling zit op het mbo. In Damwoude heb je volgens Hans Lijzenga (16) ,,ook hiphoppers en gabbers'', maar zelf zijn ze ,,gewoon, de harde kern''. Ze gebruiken geen drugs. Jurjen van der Wal (16): ,,Ben je gek? Ik wil daar niet aan.''

De jongeren hebben de spreekwoordelijke Friese stugheid vastgelegd in hun lijfspreuk: `Sa rûch âs tou'. Zo ruw als touw. Het staat foutief in grote letters boven het barretje in de container geschilderd.

In Damwoude valt ,,geen fuck'' te beleven, zegt Hans, die een roze polo draagt met de tekst `Fuck Barbie' op de rug. ,,Eens in het jaar is er in het zalencomplex een soort van disco. Dan is het thuis gezelliger.'' Maar Hans (,,Ik draag nu geen klompen, dat staat niet goed bij m'n kleren'') is geboren en getogen in Damwâld, zoals het dorp in het Fries heet, en gaat er niet weg. ,,Het ligt lekker centraal, ik kan overal heen.''

De zeecontainer vangt het gebrek aan belevenissen volgens Hans prima op. Vooral nu hij, in de vakantie, de hele dag van het jeugdhonk gebruik kan maken. Door het jaar heen zitten de jongeren er ook, maar dan `s avonds.

Hier luisteren ze naar hun favoriete Nederlandstalige klassiekers, Rob de Nijs, Frans Bauer, Bonnie St. Claire. Hier praten en hangen ze wat, ze verzamelen er om ,,dikke snoeken'' te gaan vangen of om een ijsje te halen in Dokkum, ,,de enige stad in de buurt''. Soms gaan ze autocrossen of sprinten op de scooter.

De Hoeke is een hechte groep. De leden komen voor elkaar op. Tijdens het uitgaan in Dokkum, zegt Wietze Heine, wordt er wel eens ,,een tik'' uitgedeeld als de groep de hiphoppers of de gabbers tegenkomt. Hans: ,,En als wij in Zwaagwesteinde komen, even verderop, dan is het altijd mot. Maar dat is in het weekend, dan is er drank in het spel.''

De jongeren van de zeecontainer zijn naar eigen zeggen geen ruziezoekers. Dat er wel eens een klap valt, verklaren ze door de dorpsrivaliteit. ,,Zo gaat dat nu eenmaal'', zegt Hans.

Janneke Dijkstra (17) is het enige meisje in de container. Ze is de vriendin van Wietze Heine en volwaardig lid van De Hoeke. Ook Hans' vriendin Roshani (,,Ze is donker, maar ze spreekt beter Fries dan de rest'') bezoekt geregeld het jeugdhonk, maar veel meer meisjes komen er niet. Volgens Janneke is het niet de playmate aan de muur die meisjes afschrikt. Zelf vindt ze de naakte vrouw ook ,,geen probleem''.

Geregeld maken de jongeren grappen in het Fries. Merijn Bouma doet vrolijk mee. De jongerenwerker heeft speciaal voor zijn werk Fries geleerd. Dat is onontbeerlijk in de communicatie met de jongeren. ,,Mijn Fries is nog niet optimaal, maar het is best genôch''. Bouma en zijn collega Otto Veenstra komen ,,één of twee keer per week'' naar de zeecontainer, overdag en 's avonds. ,,Soms zit ik er 's avonds en heb ik al drie keer aangekondigd dat ik wegga'', zegt Bouma, ,,maar dan blijf ik toch weer zitten.'' Wietze Heine: ,,We zijn maten met jongerenwerk''. Bouma, grijnzend: ,,Mooi volk hier.''