Je leven is nu voorbij

De Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy wordt bejubeld om zijn bijna bijbelse, duistere romans over het Westen. Na zeven jaar komt hij nu met een eigentijds misdaadverhaal vol geweld en halfvol nostalgie.

Cormac McCarthy geldt als een van de markantste schrijvers in Amerika, ook al werd maar één van zijn romans een bestseller en is hij de status van met lof overladen cult-auteur niet echt ontgroeid. McCarthy wordt geprezen om zijn archaïsche stijl, om het donkere existentialisme dat uit zijn boeken spreekt, en werd vermoedelijk ook om die redenen door een groot publiek gemeden. Voor veel critici is McCarthy een held, een opvolger van Faulkner, anderen vinden hem vooral bombastisch of theatraal.

Aan zijn keus van plaats en onderwerp zal het niet liggen. Zijn bekendste romans spelen zich af in het Amerikaanse Westen, een terrein dat door collega Larry McMurtry is afgepaald om er bussen met Lonesome Dove-toeristen te ontvangen, maar dat toch groot genoeg moet zijn voor hen beiden. Belangrijker is ongetwijfeld de kille en gewelddadige boodschap van zijn boeken – en de barokke en mythologische zinnen waarin die is verpakt.

Om een indruk te geven van die zinnen, eerst een fragment van de beroemde scène uit Blood Meridian (1985), waarin een bende Comanches zich op een kolonne nietsvermoedende soldaten stort. Die staan plotseling oog in oog met `een legioen van afgrijselijken, honderden in getal, halfnaakt of gekleed in klassieke of bijbelse dracht of uitgedost als wezens uit een koortsdroom in dierenhuiden en zijden opschik en stukken van uniformen nog bevlekt met het bloed van vorige eigenaars, cavaleriejasjes met galon en tressen, iemand met een hoge hoed, een ander met een paraplu [..], eensgezind huilend in een barbaarse taal en op hen aanstormend als een horde uit een hel verschrikkelijker dan het land van vuur en zwavel waar de christenen in geloven, krijsend en jammerend en gehuld in rook als die vluchtige wezens aan gene zijde van het kennen, waar het oog dwaalt en de lip trekt en kwijlt. Godallemachtig, zei de sergeant.' (Meridiaan van bloed, vertaald door Ko Kooman, De Arbeiderspers, 1998).

Dat angstaanjagende boek werd door één criticus gekwalificeerd als `een abattoir', door een ander, Harold Bloom, geprezen als een esthetisch mirakel en `een universele tragedie van bloed'. McCarthy transformeerde de ware geschiedenis van de scalpenjagers James Kirker en John Glanton (rond 1840 door de Mexicaanse staten Sonora en Chihuahua betaald om Apaches te vermoorden) tot een welhaast homerisch epos. Maar heel anders dan bij Homeros, ontbraken hier de helden, en regeerde de pure barbarij. Voor zijn latere Border-trilogie, drie romans over moderne cowboys, koos McCarthy aanvankelijk een veel soberder toon, maar de thematiek bleef verontrustend duister. Het eerste deel, All the Pretty Horses (1992), waarin cowboy John Grady door een onbegrijpelijk en troosteloos Mexico zwerft, werd bekroond en verfilmd.

Na zeven jaar stilte is er nu No country for old men, een korte roman waarmee McCarthy wie weet een groter publiek bereikt, maar die de liefhebbers van zijn werk mogelijk ook zal doen twijfelen aan de spankracht en inzet van dit excentrieke schrijverschap. Het nieuwe boek is in elk geval niet een `grote roman' als All the Pretty Horses. Evenmin is het een mythisch relaas zoals Blood Meridian. In plaats daarvan heeft McCarthy een makkelijk te volgen road novel annex hard boiled thriller geschreven, die zich in het heden afspeelt en waarvan de plot draait om het achterhalen van drugsgeld. Tegen dat simpele decor speelt zich een geweldsorgie af waarin McCarthy's inktzwarte kijk op de moderne wereld zich weer – overduidelijk – laat gelden.

Het verhaal is bondig, en McCarthy vertelt het in een ademloos tempo. Tijdens een jachtpartij in het onherbergzame grensgebied van Texas met Mexico stuit Llewelyn Moss op een aantal lijken en doorzeefde auto's, resten van een ontspoorde drugsdeal. Moss vindt er een koffertje met 2,4 miljoen dollar, neemt het mee en haalt zich zo de wraak van de drugsbende op de hals. Spil in het verhaal wordt de moordenaar Anton Chigurh, die Moss op de hielen zit maar onderweg iedereen die hem voor de voeten komt afmaakt. Chigurh is een angstaanjagende maar ook karikaturale killer die zijn hang naar metafysica uitleeft in tekst en uitleg aan zijn aanstaande slachtoffers. Als deugdzaam contrapunt dient de bijna gepensioneerde sheriff Bell, een veteraan van de old days die weet dat zijn tijd voorbij is (vandaar de titel).

Met deze stereotiepe cast en een plot die we kennen uit vele jaargangen Miami Vice, is dit McCarthy's publieksvriendelijkste boek in vele jaren. Als je die term tenminste met enig fatsoen kunt gebruiken voor een roman waarin mensen worden gedwongen een muntje te werpen voor hun leven, en dan worden afgemaakt met een pneumatisch pistool, het soort dat wordt gebruikt voor koeien in een slachthuis. Sommige Amerikaanse recensenten hebben al geklaagd dat No country for old men eerder een filmscript is dan een echte roman (en ja, de rechten zijn inmiddels verkocht aan Ridley Scott, regisseur van de scifi-horrorreeks Alien). McCarthy zou het boek bovendien volgens geruchten in grote haast hebben geschreven (zes maanden), dan wel het manuscript zou door de uitgever drastisch zijn bekort (van zeshonderd pagina's).

Deze roman heeft inderdaad het ritme, de elementen (drugsdeal, achtervolging) en de snelle wendingen van een thriller. Toch is het `filmscript-verwijt' niet terecht. De donkere atmosfeer in het boek is onvervalst die van McCarthy's eerdere, ambitieuzere werk, en zijn even droge als indringende taalgebruik is nog steeds effectief. De meer dan sobere dialogen hebben ook in dit boek een beklemmend en verontrustend effect, en dat effect is met de snelheid van het verhaal een van de redenen dat je dit boek maar moeilijk kunt wegleggen.

Soms zijn die dialogen, ook nog eens zonder aanhalingstekens, weer vertrouwde voorbeelden van laconiek western-machismo, zoals de onderkoelde gedachtewisseling die zich ontspint tussen sheriff Bell en een van zijn adjudanten op het slagveld van lijken en autowrakken:

It's a mess, aint it Sheriff?

If it aint it'll do till a mess gets here.

Of:

I thought you was dead, she said

Well I aint so dont go to slobberin

Maar veel vaker is de dialoog van een vreemde wezenloosheid, niet mythomaan zoals in Blood Meridian, maar ook niet nuchter zoals de levenswijsheden van John Grady. Dan gaat het regels lang zo:

Llewelyn?

Yeah.

Wat doe je?

Ik kleed me aan.

Waar ga je heen dan?

Uit

Et cetera.

Uit al die lege dialogen en oneliners doemt een kale wereld op, een wasteland waar moraal zijn betekenis heeft verloren en het kwaad regeert. McCarthy is daarin soms pompeus en potsierlijk, maar niettemin huiveringwekkend, zoals in de dialoog tussen Chigurh en de 19-jarige echtgenote van Moss, vlak voordat hij haar executeert. Carla Jean (een zeldzame echte vrouw in een roman van McCarthy) smeekt hem om haar te sparen. Jouw leven was voorbij toen je mij tegenkwam, antwoordt Chigurh. `Het had een begin, een midden, en een einde. Dit is het einde.' Er volgt een uiteenzetting over de zinloosheid van het idee dat je leven anders had kunnen lopen – voor hij de trekker overhaalt.

Zoiets klinkt misschien nog als Tarantino, maar is het niet: elk spoor van ironie ontbreekt. McCarthy walst hier in simpele termen hetzelfde nihilisme uit dat zijn vorige boeken kleurt. Zie de kalmte van Chigurh, de thinking man's moordenaar, die tenminste nog `principes' heeft. Maar zie ook de kalmte van de schrijver, het geduld waarmee McCarthy de moordenaar neerzet als een fatalistische vakman, en het secuur beschreven wapentuig (onder meer `een automatische Remington', `een stainless steel .357 revolver').

No country for old men heeft die fascinatie met fysiek geweld gemeen met Blood Meridian, net als het sombere fatalisme en de overtuiging dat `oorlog koning is', en dat vlak onder de oppervlakte een Nietzscheaanse chaos kolkt. Maar terwijl de volumeknop in Blood Meridian meestal op twaalf stond, met soms hysterische scènes tot gevolg, is hij nu omlaaggedraaid naar twee.

Tegenover de geweldslyriek steken de slome good guys een beetje flets af. Llewelyn Moss wordt al snel een bijfiguur, die bovendien zijn noodlot niet ontloopt. Meer potentieel heeft de oude sheriff Bell, maar McCarthy zet diens mijmeringen over het verval van Amerika te zwaar aan. Zijn cursief afgedrukte innerlijke monologen over de morele verloedering van Amerika (`Je weet dat het misgaat zodra je geen ,,meneer'' en ,,mevrouw'' meer hoort', of `als je de Duivel was en iets moest verzinnen om de mensheid op de knieën te krijgen, zou je waarschijnlijk met zoiets als drugs op de proppen komen'), zijn getimmerd uit het grofste hout. Ook Bells donkere geheim (hij is lid van de `grootste generatie', een gedecoreerde oorlogsheld uit de Tweede Wereldoorlog, die zichzelf eigenlijk een lafaard vindt), mist de zeggingskracht om het boek een morele ommekeer of zelfs apotheose te geven. Maar goed, wie hoopt op zoiets als verlossing is bij McCarthy toch al aan het verkeerde adres.

Wat wil McCarthy nu met deze cartooneske sheriff, met die gortdroge dialogen en met een quasi-theologische moordenaar die zozeer voorbij goed en kwaad is, dat hij nauwelijks nog kan dienen als romanfiguur?

No country for old men, waarin McCarthy rakelings langs de grens van pulp en action scheert, roept de vraag op of hij (inmiddels ook zelf een oude man) net als Bell afscheid neemt van een verloederd Amerika vol punkers met paars haar, drugs, en mensen die geen `meneer' en `mevrouw' meer tegen je zeggen. Dat is moeilijk voor te stellen, zeker voor een schrijver die als geen ander weet dat ook het verleden een bloedbad was, onder alle nostalgische mythes. Wat McCarthy kennelijk ergert in het huidige Amerika – als we hem ten minste mogen vereenzelvigen met de mijmerende Bell – is dat wij moderne mensen, die geen paard rijden en geen roestvrij stalen revolvers op zak hebben, juist dát zijn vergeten, en die hardheid van het bestaan niet meer recht in de ogen zien. De enige die dat nog kan, is de eigentijdse psychopaat in dit boek.

Maar dan nemen we dit boek weer té serieus. Misschien had McCarthy gewoon zin om de archaïsche ballast die hij zijn personages in ambitieuzere boeken op de schouders legt, af te schudden en een publiek dat is opgegroeid met digitale explosies en action te laten zien dat hij heel goed kan meekomen met die moderne tijden. Met No country for old men hebben we Nietzsche voor beginners, in een sports utility vehicle langs de Rio Grande.

Cormac McCarthy: No country for old men. Knopf, 309 blz. €25,99. Een Nederlandse vertaling verschijnt begin volgend jaar bij De Arbeiderspers