In contact met de geest van onze dierbaren

Onze correspondenten gaan deze zomer op de nostalgische tour. In Osore-zan, in Japan, leggen sjamanen contacten met de geestenwereld.

Het borrelt stoom en heet water aan de poort van de onderwereld op de berg Osore-zan: `berg van angst'. Geel van zwavel is het kale rotslandschap, dat stinkt naar rotte eieren. Hier wonen de doden. Ontoegankelijk voor ons, maar niet voor de lokale sjamanen. Voor zo'n 25 euro per overledene brengen deze sjamanen de bezoeker in contact met de geesten van onze dierbaren.

Osore-zan ligt op het Shimokita schiereiland, het uiterste noordpunt van het Japanse hoofdeiland, Honshu. Het is een oude vulkaan waarvan de krater is gevuld met kristalhelder water. Het `hellelandschap' ligt aan de oever. Langs de waterkant staan felgekleurde windmolentjes in een rij, speelgoed voor overleden kinderen of geaborteerde foetussen. Ook snoepgoed, frisdrank, kleding en sandalen hebben hier een plek gevonden. Alles voor hen die een rustplaats hebben gevonden in de hemel aan de overzijde van het meer.

Op kale, stenen heuveltoppen staan her en der beelden van boeddha's die de zielen der overledenen naar de overzij moeten begeleiden. Ook kwade geesten dolen hier rond. Om hun een loer te draaien leggen bezoekers knopen in de uiteinden van plukjes lange grassprieten zodat een lus ontstaat. Mocht een kwade geest een bezoeker willen achtervolgen dan zal hij er geheid met zijn voet blijven inhaken en struikelen.

In een rij van negen tenten zitten de dames waar het de meeste bezoekers om gaat: de itako, ofwel sjamanen die contact kunnen leggen met de geesten aan gene oever. Het zijn oude vrouwen uit de omgeving die hun kennis van generatie op generatie overdragen. Sjamanisme is de oude volksreligie in Noordoost-Azië, een cultuur waarvan de oorspronkelijke bevolking in dit gebied, de Ainu, deel uitmaken. Deze Ainu zijn door de Japanners in de loop der eeuwen steeds verder naar het noorden verdreven. Hun gebruiken zijn echter deels opgenomen in de dominante Japanse cultuur, die zich onderscheidt als een amalgaam van lokale gebruiken en import als het boeddhisme. Zo leeft sjamanisme hier voort.

Om kwart over één 's middags sluit ik me aan in de rij voor een van de tenten. Het zijn eigenlijk niet meer dan afdakjes, waaronder de vrouwen goed zichtbaar zijn. De wachtenden kunnen probleemloos meeluisteren met de lopende sessie. De keuze voor één van de oude vrouwen is makkelijk: de kortste rij wachtenden. De sjamaan, Riyo Sasaki, blijkt echter de tijd te nemen voor haar klanten. Ongeveer een half uur per sessie.

Om kwart voor vier is de laatste klant voor me aan de beurt, maar dan neemt mevrouw Sasaki opeens tijd voor een etenspauze. Al dit wachten geeft tijd voor uitwisseling van verwachtingen. De 42-jarige vrouw voor me blijkt weduwe en is nu met haar 14-jarige zoon gekomen om advies van haar man te krijgen over diens toekomst. Hij moet binnenkort een keuze maken over zijn vervolgopleiding. Ze heeft een autorit van vier uur achter de rug om hier te komen. Maar al wachtend heeft ze minder fiducie in de hele affaire gekregen: ,,Ik hoorde in het gesprek met de vrouwen voor me dat ze vooral antwoordt op basis van informatie die ze eerst via vragen heeft verkregen.'' Als onze sjamaan terugkeert, blijkt haar zoon vooral aanmoedigingen te krijgen om zijn best te doen op school en in de samenleving. Ongeïnteresseerd luistert de zoon naar het verhaal.

Achter me zit een ogenschijnlijk zorgeloze gepensioneerde boer met een houten kruk en een strooien hoed op een zelf meegebracht klapstoeltje. Hij komt uit de regio en besteedt zijn tijd aan bloemen kweken voor de gemeenschap, vertelt zijn vrouw. Hij is vaker hier geweest, maar heeft nooit eerder een sjamaan aangesproken. Hij wil nu contact krijgen met een vriend die enige tijd geleden overleden is. ,,Maar het is half voor de grap'', zegt hij lachend.

Eindelijk mag ik om kwart voor vijf op m'n knieën op een kussentje plaatsnemen voor mevrouw Sasaki op de houten vlonder in de tent. Het enige dat ons scheidt is een rieten mand met een collectie aaneengeregen dierentanden en kaken, glimmend van jarenlang betasten met vette vingers. Ze is slechtziend, dus leg ik voor de zekerheid uit dat ik uit het buitenland kom. Zij spreekt zwaar dialect, ik standaard Japans. Na enige tijd begrijpen we elkaar zo ongeveer, soms met hulp van de boer achter me. ,,Hoe lang is het vliegen naar Nederland? Hoeveel kost dat?'', vraagt ze, alsof de geest van mijn moeder per vliegtuig moet overkomen.

Ze begint de sessie met monotoon gezang terwijl ze ratelt met een kralenketting. Vervolgens verwelkomt ze me namens mijn moeder, in het Japans natuurlijk. Moeder blijkt van mij vooral veel kinderen en kleinkinderen te verwachten, tot dusver geheel afwezig. De sjamaan zelf wil weten wie er tegenwoordig voor het ouderlijk huis en het voorouderlijk altaar zorgt. Beide bestaan helaas niet, waarop de sjamaan in geweeklaag vervalt. De sessie komt snel ten einde. Ze lacht enigszins besmuikt en lijkt teleurgesteld in dit internationale experiment.

Later loop ik op de parkeerplaats weer tegen de gepensioneerde boer met houten kruk aan. Zijn vrouw staat grappen te maken met een taxichauffeur terwijl ze naar een cassettebandje luistert. ,,Hier, luister eens'', zegt ze, terwijl ze mij het opnameapparaat overhandigt. Ze blijkt mijn sessie met de sjamaan te hebben opgenomen terwijl ze vlak achter me op de vlonder zat. ,,Het stelde niet veel voor'', zegt de boer over zijn eigen wedervaren. ,,Die vriend zei: bedankt voor je komst. Veel meer kwam er niet uit. Ik had eigenlijk nog naar de geest van een ander willen vragen, maar ik heb het maar laten zitten.''

Eeuwen geleden heeft een boeddhistische priester geprobeerd het sjamanen-territoir te annexeren door een tempel op het terrein te plaatsen. Gevraagd naar de connectie met de sjamanen zegt een priester nu: ,,Ze hebben niets met de tempel te maken. Het zijn onafhankelijke ondernemers.'' De priesters blijken echter ook `ondernemers'. Om de sjamanen te bereiken moeten bezoekers het tempelcomplex op, hetgeen de tempel 3,50 euro per bezoeker oplevert.

In vroeger tijden kwam alleen de lokale bevolking naar dit complex. Lopend beklom men de berg, waar hete bronbaden met zwavelrijk water wachtten. ,,Voor troost'', zegt een priester. De oude baden zijn nu leeg. `Klanten' worden aangevoerd per touringcar door grote reisbureaus. Zelfs buitenlanders komen de sjamanen nu lastig vallen. Onmiddellijke vervulling van zoveel wensen op bestelling is de sjamanen niet gegeven.

Eerdere delen zijn te lezen op www.nrc.nl/nostalgie