Hij voelt je pijn

Was Jezus verlosser of voorbeeld? Twee boeken over de prominente protestant Dietrich Bonhoeffer kiezen elk een andere weg.

Het protestantisme kent geen heiligen, maar de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer zou in die categorie zeker tot de toptien behoren. Hij spreekt nog altijd tot de verbeelding, niet het minst wegens zijn dood door de hand van het nazi's. Op 9 april 1945 werd hij, samen met andere politieke opposanten, in opdracht van Hitler zelf door ophanging om het leven gebracht. Het ontroerende lied dat Bonhoeffer in de Gestapo-gevangenis in Berlijn schreef ter gelegenheid van oudjaar 1944 (Door goede machten stil en trouw omgeven) wordt nog altijd van links tot rechts in de christelijke kerken met overtuiging gezongen.

Dietrich Bonhoeffer werd in 1906 geboren in een liberale, aristocratische familie. Zijn vader was een vooraanstaand psychiater, zijn muzische moeder verzorgde jarenlang zelf de opleiding van haar kinderen. Hoewel hij niet direct uit een kerks gezin kwam, ging Dietrich in 1924 theologie studeren. Na zijn studie werkte hij enige tijd als hulpprediker bij de Duitse gemeenschap in Barcelona. Aan het begin van de jaren dertig studeerde hij enige tijd in de Verenigde Staten en in 1933 werd hij als predikant voor het werk onder de Duitsers in Londen benoemd.

Vanaf het begin was hij nauw betrokken bij de strijd tegen het nazisme. Ook vanuit Londen ging hij daarmee door. Vrijwel dagelijks had hij telefonisch contact met het thuisfront. Hij hekelde de opstelling van de Duitse kerken die het met Hitler op een akkoordje gooiden. Vooral het antisemitisme bestreed hij met alle kracht. `Wie het niet uitschreeuwt voor de joden, kan maar beter ophouden gregoriaans te zingen,' schreef hij.

Eind 1935 keerde Bonhoeffer naar Duitsland terug om de leiding op zich te nemen van een van de theologische seminaries die waren opgezet door de Belijdende Kerk, die zich een jaar eerder had afgesplitst van de Hitler-getrouwe Rijkskerk. In deze periode schreef Bonhoeffer zijn boek Navolging. Geloven betekent Jezus Christus gehoorzamen. Luther mocht dan alle nadruk hebben gelegd op de goddelijke genade voor de zondige mens, dat sloot voor Bonhoeffer de noodzaak tot levensheiliging in. De consequentie van die houding doen wat Jezus had voorgeschreven zou hem uiteindelijk het leven kosten.

Bonhoeffers vriend en mede-theoloog Eberhard Bethge heeft na de oorlog een groot deel van zijn leven besteed aan het uitgeven van Bonhoeffers werk en het verbreiden van zijn gedachtegoed. Ook schreef hij een biografie over hem, die eigenlijk te uitgebreid en te breedsprakig is voor de theologisch gemiddeld geïnteresseerde lezer. Na vijfhonderd dichtbedrukte bladzijden bekruipt je een gevoel van enorme vermoeidheid en dan ben je nog maar halverwege het boek en midden jaren dertig.

De Bloemendaalse predikant T.G. van der Linden heeft een handzame inleiding geschreven op Bonhoeffers leven (een kleine vijftig pagina's) en denken (dertig). De laatste negentig pagina's zijn gevuld met vertalingen van spraakmakende gedeelten uit Bonhoeffers preken, meditaties, dagboeken en brieven. Wie die passages leest, onderkent onmiddellijk hoezeer diens teksten, ook zestig jaar na zijn dood, het denken nog steeds op scherp stellen. Zo noemt hij domheid een gevaarlijker vijand van het goede dan slechtheid. Tegen slechtheid kun je je immers verzetten, tegen domheid zijn we weerloos. Hij hekelt het gevaar van de massamedia: terug naar het boek. Hij vraagt zich de betekenis af van eredienst en gebed in een a-religieus geworden wereld. Zijn stellingen en zijn betogen hebben vaak iets paradoxaals, alsof ze nog niet helemaal uit-ontwikkeld zijn. Ze lijken vaak ook op de situatie van het moment geschreven. Maar prikkelend zijn ze nog altijd.

Opvallend is dat een groot aantal passages die Van der Linden aanhaalt, terugkeert in De vitale vragen van Bonhoeffer van Herman Wiersinga, oud-studentenpredikant. Daardoor lijken de twee boeken elkaar op het eerste gezicht te overlappen. Nadere beschouwing maakt echter duidelijk dat ze aanzienlijk van elkaar verschillen. Van der Linden concentreert zich vooral op het doorgeven van Bonhoeffers leefwereld en gedachtegoed, Wiersinga gaat er als het ware met Bonhoeffer vandoor en geeft aan hoe die hem geholpen heeft zich geleidelijk los te maken uit het gereformeerde theologische erfgoed. Bonhoeffer stelt vitale vragen aan de orde en het gaat Wiersinga vooral om die vragen, minder om de antwoorden. Herhaaldelijk trekt hij consequenties uit Bonhoeffers teksten, die hij nadrukkelijk voor eigen rekening neemt, maar waarvan hij tenminste suggereert dat ze logisch voortvloeien uit de weg die Bonhoeffer met zijn denken insloeg.

Het afscheid van alle metafysica en transcendentie maakt volgens Wiersinga een einde aan de voorstelling van Christus als redder en bevrijder van deze wereld, hij wordt een voorbeeld ter navolging, zoals er vele voorbeelden zijn. Voor Bonhoeffer is God aards, God huist in deze wereld en lijdt daar met de mensen mee. Die lijn doortrekkend is geborgenheid voor Wiersinga het laatste woord voor de mens. Geborgenheid bij elkaar, wel te verstaan. Het ware menszijn schuilt in het gericht-zijn op de ander.

Dat de manier waarop Wiersinga met Bonhoeffer omgaat niet de enige is, wordt duidelijk door het overzicht dat Van der Lindens boek geeft van de receptie van Bonhoeffer. Wie dat overzicht leest, ontkomt niet aan de conclusie dat je met hem vele kanten uit kunt. Hij stimuleerde het werk van de Wereldraad van Kerken, als inspiratiebron voor de Latijns-Amerikaanse revolutietheologie en de anti-apartheidstheologie in Zuid-Afrika. Reformatorische en evangelische kringen ontdekten Bonhoeffer als `kerkvader'. Het postmodernisme vond bij hem aanknopingspunten. Zijn werk roept zoveel vragen op en bevat nog zoveel open einden dat het denken erover vooralsnog niet is afgelopen.

T.G. van der Linden: Dietrich Bonhoeffer. Kok, 185 blz. €12,50 Herman Wiersinga: De vitale vragen van Bonhoeffer. Meinema, 171 blz. €15,90

    • Herman Amelink