De troost van sentimentele zoetigheid

Ruim een jaar stond het op de bestsellerlijsten in Frankrijk, vlak onder de Da Vinci Code van Dan Brown: Samen ben je minder alleen van de jonge, gevierde schrijfster Anna Gavalda. Nog steeds kun je in Frankrijk niet in de metro zitten of aan het strand liggen zonder mensen aan te treffen die in het boek verdiept zijn. De aantrekkelijke, speelse cover – schoolkrijtjes in vele pasteltinten – is op meters afstand te herkennen. Het is één en al geruststelling en nostalgische romantiek en dat zoiets aanslaat is vast geen toeval in een land dat met de regelmaat van de klok wordt platgelegd door maatschappelijke onvrede. De alarmbel luidt als ouderen bij zomerse hitte aan hun lot worden overgelaten, wanneer jongeren geen werk of geen huis kunnen vinden, bij discriminatie van immigranten en de leegloop van het platteland.

Gelukkig brengt Anna Gavalda troost. Haar personages komen allemaal uit de hoek waar de klappen vallen: oma Paulette redt het niet meer alleen in haar idyllische plattelandshuis en moet, na een val, het verpleegtehuis in. Kleinzoon Franck, die dag en nacht werkt als kok in een restaurant, heeft geen tijd om zich te bekommeren om de oude vrouw die hem opvoedde. Camille, wier uitzonderlijke tekentalent gefnuikt is door een problematische relatie met haar gefrustreerde moeder, maakt, in het gezelschap van de Afrikaanse Mamadou met de schommelende heupen, kantoren schoon en sterft bijna van de kou op haar onverwarmde dienstmeisjeskamertje. De artistieke Philibert tenslotte bewoont in zijn eentje een kast van een huis, maar zijn aristocratische familie maakt hem het leven dermate zuur dat hij alleen nog stotterend uit zijn woorden komt.

Met geroutineerde hand brengt Gavalda haar viertal tot leven. Dat ze goed is in het snel schetsen van portretten bewees ze al eerder in de lichtvoetige, vaardig geschreven verhalenbundel Ik wilde dat ergens iemand op me wachtte. Haar roman Ik hield van hem, ik hield van haar blonk uit door korte, levensechte dialogen en een hedendaags, vlot verteld, autobiografisch verhaal dat het midden hield tussen tragedie en komedie.

Al die elementen zijn ook terug te vinden in haar nieuwe roman. Je gelooft in haar personages, in hun gestuntel, hun gestruikel en in hun onbeholpen zoektocht naar geborgenheid en vriendschap. Je ziet Paulette kwijnen in haar verpleegtehuis en je sympathiseert met haar onverzettelijke houding zoals je Franck ziet zweten boven zijn pannen in de keuken. Dat de kunstzinnige piekeraar Camille en de motorfanaat Franck, ogenschijnlijk mijlenver van elkaar verwijderd, voor elkaar zijn voorbestemd begrijp je al vanaf de eerste bladzijden. En dat dat grote huis van de rebellerende aristocratenzoon best wat meer inwoners zou kunnen herbergen, ligt ook voor de hand.

Gavalda heeft het haar lezers ditmaal gemakkelijk willen maken – te gemakkelijk. Hoe flitsend haar dialogen ook zijn, hoe menselijk haar personages, de sentimentele zoetigheid die ze over haar verhaal uitstrooit, bederft de kracht van het verhaal. Rechttoe-rechtaan en met vaste hand stevent de schrijfster af op een onverbiddelijke happy ending. De hongerigen zetten zich aan feestmalen, de daklozen eindigen in een paleisje, de ongecultiveerden zullen poëzie citeren en de naar liefde smachtenden vinden het ware geluk. Dat is te veel van het goede – en zoiets valt een zo getalenteerde schrijfster zelfs kwalijk te nemen.

Anna Gavalda: Samen ben je minder alleen. Uit het Frans vertaald door Judith Wesselingh. Prometheus, 464 blz. Prijs €19,95

    • Margot Dijkgraaf