De geitenman keert altijd terug

Lezers van Jonathan Lethems oeuvre, dat recente hoogtepunten kent in Motherless Brooklyn maar vooral in zijn wonderlijke en gedurfde laatste roman The Fortress of Solitude (beide boeken zijn ook in het Nederlands verschenen), weten dat zij in een essaybundel van hem niet een rondgang door de canon van de Amerikaanse cultuur à la Harold Bloom hoeven te verwachten. Geen Frost, Bellow of Faulkner hier, maar John Ford, Edward Dahlberg, Star Wars, Marvel Comics, Philip K. Dick en Judith en Richard Lethem, de ouders van de auteur. Kleine uitstapjes naar Chuck Berry, de Talking Heads, filmer John Cassavetes brengen sommige lezers misschien al op vertrouwder terrein. Ze kunnen, op basis van zijn fictie, ook verwachten dat hij in de essays er niet in eerste instantie op uit is de lezer wat vertrouwder te maken met deze onderwerpen, maar dat hij hoofdzakelijk zijn eigen positie er tegenover wil bepalen, niet zelden alsof het mentale worstelingen betreft welke die lezer ook in vergelijkbare mate heeft ondergaan.

Dat leidt in de essaybundel The Disappointment Artist soms tot beschouwingen die op het eerste gezicht aan het hilarische grenzen. Zijn verdediging van Fords film The Searchers is niet zomaar een verdediging, maar een chronologische beschouwing van alle keren dat hij zich in de loop der decennia gedwongen voelde tegen naamloze critici ervan in het geweer te komen. Een ander hoofdstuk begint met de bekentenis dat hij in de zomer van 1977 de film Star Wars eenentwintig keer zag. Na een uitvoerige beschrijving van de omstandigheden waaronder zijn appreciatie van de film plaatsvond, besluit hij: `Nu, een kwart eeuw later, ben ik klaar voor mijn close-up. Ongeveer.'

Zijn uiterst associatieve behandeling van het werk van Jack Kirby, een van de tekenaars van Marvel Comics, en van sciencefictionschrijver Philip K. Dick zijn eigenlijk alleen maar echt te begrijpen door lezers met een meer dan gemiddelde kennis van de respectievelijke oeuvres. Lethem schrijft deze beschouwingen hoofdzakelijk in de vorm van discussies, hetzij met zichzelf in eerdere fases van zijn leven, hetzij met vrienden en mede-fans. Iedereen met een zekere belangstelling voor popcultuur heeft dit soort discussies, over zaken als voetbal, popmuziek en andere belangrijke bijzaken des levens eindeloos meegemaakt, en weet dat ze doorgaans nooit een boekpublicatie rechtvaardigen. Maar wat Lethems beschouwingen het niveau van fanzines doet ontstijgen is, zijn soms duizelingwekkend speelse vaardigheid in het leggen van dwarsverbanden met andere uitingen van popcultuur, en vooral zijn momenten van zelfrelativering. Op het moment bijvoorbeeld dat hij, na een blijkbaar essentiële vraag te hebben geformuleerd als `Was het Onzichtbare Meisje de belangrijkste superheld uit de Zilveren Periode van stripverhalen?' zichzelf onderbreekt met de constatering `I'm breaking down here'.

Verreweg de interessantste essays uit deze bundel zijn die over Lethems persoonlijke geschiedenis, niet als ontdekker van strips en sciencefiction en popmuziek, maar als de zoon van artistieke ouders in Brooklyn – de achtergrond die in Fortress of Solitude zo'n belangrijke rol speelt. Lives of the bohemians kan als een interessant parallel-essay samen met dat boek worden gelezen. Niet zozeer omdat het liefdevol de biografische werkelijkheid beschrijft van wat in de roman is verdicht (zijn moeder, die in die roman verdween en via ansichtkaarten bleef corresponderen, blijkt in werkelijkheid op 36-jarige leeftijd aan kanker te zijn overleden) maar vooral omdat het extra diepgang geeft aan dit deel van Lethems oeuvre, zijn eigen Werdegang beschrijft, verklaringen biedt voor zijn milde verzet tegen de `bedreigende aspecten van mijn vaders kunst en de wereld van mijn ouders'. Zijn voorkeur als teenager voor een filmer als Kubrick en een schrijver als Arthur C. Clarke bijvoorbeeld ontstond omdat zij beelden boden die gevrijwaard waren van de `paint-drippy, hippie-drippy, Bob Dylan-raspy-voiced, imperfection-embracing chaos surrounding me everywhere'.

Kort voor deze essaybundel verscheen de verhalenbundel Men and Cartoons die ons weliswaar een Lethem laat zien die doet waarin hij het beste is, namelijk het laten uitwaaieren van zijn wilde fantasie, maar toch als geheel minder bevredigend is. Veel van de verhalen (die overigens niet allemaal onder de noemer van de titel te vatten zijn) zijn niet echt memorabel en soms zelfs een beetje flauw, opgehangen aan een klein ideetje als een `One Way Permeable Barrier' die een stad in tweeën deelt die in feite één grote onoplosbare verkeersopstopping is. Een hoogtepunt is het verhaal `Super Goat Man', over een wat zielige stripheld met twee vleeshoorntjes op zijn voorhoofd, die in het latere leven van de schrijver opduikt als lid van de commune die door zijn ouders is gesticht, en nog weer later als zonderlinge docent aan een college in New Hampshire waar hij `Marginal Heroics in American Life 1955-1975' doceert. Hij blijkt daar zelf ook nog tot één heroïsche daad in staat, hij is immers nog steeds `Super Goat Man'. Hierin is Lethem op zijn best, wanneer hij pulp-strips en de universitaire wereld, realiteit en super-realiteit naadloos (en ik zou bijna zeggen geloofwaardig) verweeft.

Ik ben een beetje bang dat ik, met deze regels over Lethems twee tussendoortjes, hem voor de serieuzere literatuurbeschouwer min of meer heb gediskwalificeerd (ik bedoel, hoevelen van u zijn er werkelijk benieuwd naar of het Onzichtbare Meisje de belangrijkste Superheld was uit de Zilveren Periode?). Maar toch zou dat jammer zijn. Hij is een van de jongere Amerikaanse auteurs die, met zijn al indrukwekkend oeuvre telkens blijft verrassen en aantoont dat het weekblad Newsweek niet eens zo'n vreemde gok nam door hem als een van de weinige schrijvers tot `een van de 100 mensen van de nieuwe eeuw' uit te roepen.

Toch zou het, denk ik, goed zijn als hij definitief afstand nam, in creatief opzicht, van een universum waarin docenten een verleden hebben als stripheld en waarin geheimzinnige spuitbussen dingen zichtbaar of juist onzichtbaar kunnen maken. Het kost elke jongen tijd en misschien zelfs inspanning afscheid te nemen van de pulp-wereld van zijn jeugd. Maar een schrijver moet zich op zeker moment realiseren dat een wereld waarin mannen, met behulp van een mysterieuze ring, ineens blijken te kunnen vliegen in volwassen fictie gewoon niet meer bevredigt.

Jonathan Lethem: Men and Cartoons. Faber & Faber, 160 blz. €16,30

Jonathan Lethem: The Disappointment Artist. Doubleday, 149 blz. €18,99