Blijmoedig variétéartiest

Variétéartiest Abraham (Appie) Bueno de Mesquita, die vannacht op 87-jarige leeftijd in zijn woonplaats Lelystad overleed, behoorde tot de eerste generatie Nederlandse tv-sterren. De blijmoedige komiek met de donkere snor vormde lange tijd een duo met Rita Corita en trad op in de shows van Rudi Carrell. Als zanger-gitarist maakte hij deel uit van het bloeiende naoorlogse variétécircuit dat tot in de jaren zestig feestavonden in het hele land bediende.

In de Tweede Wereldoorlog was de joodse voormalige bontwerker naar België gevlucht, waar hij in een doorgangskamp te Mechelen belandde. Zijn komisch talent behoedde hem voor transport naar vernietigingskamp Auschwitz. De SS-commandant zocht muzikanten en Appie kon zelfs spelen op een cello met één snaar. Dit feit leverde de titel voor zijn latere autobiografie Cello met een snaar. Toen hij terugkeerde, maakte hij bij de grens meteen kennis met de Nederlandse houding jegens terugkerende joden: ,,De dienstdoende militairen vragen me op het onbeschofte af waarom ik leef, waarom zij me niet in de gaskamer hebben gestopt.''

Thuis in Amsterdam, zo blijkt uit Henk van Gelders standaardwerk De schnabbeltoer, vond hij emplooi in een café aan de Amstel, waar de klanten meer oog hadden voor de aanwezige dames dan voor zijn vlotte en pikante liedjes. Als leider van het quintet Los Buenos Vegas introduceerde hij de bandparodie: playbacken op een komische geluidsmontage. Hiermee kon hij in de jaren vijftig de overstap maken naar de televisie, het nieuwe medium dat niet veel later het hele variétécircuit zou wegvagen. De zanger ging steeds minder zingen en steeds meer grappen vertellen. Ook bleken zijn visuele invallen ideaal te zijn voor de nieuwe programma's op tv. Hij had eigen tv-shows als Buurten bij Bueno, Mesquitaria, Twaalf ambachten, dertien Bueno`s. Hij was in drie films te zien: Spuit elf (1964), De radiodroom (1976), en Liebesgrüsse aus der Lederhose III (1976)

Vanaf 1968 speelde hij dertien seizoenen lang in de populaire Duitse tv-shows van Rudi Carrell. De Duitsers konden zijn naam niet uitspreken en noemden hem ,,der Kleine mit dem Schnurrbart''. Hij kreeg ook de Duitse kijkers aan het lachen en beschouwde dat, na zijn kampverleden, een beetje als revanche.

    • Wilfred Takken