10 misverstanden in de beeldende kunst

De volgorde van de tien misverstanden over hedendaagse beeldende kunst in het stuk van Sandra Smallenburg uit het afgelopen Cultureel Supplement is nogal willekeurig. Hoe groot zijn deze misverstanden eigenlijk en bij wie komen ze voor? Allerminst in de kunstwereld, zoals in de inleiding wordt beweerd, maar wel in meer of mindere mate bij het publiek. Kunst is voor veel mensen iets waarmee ze alleen in hun vrije tijd bezig zijn. Slechts een deel van die mensen interesseert zich voor hedendaagse beeldende kunst. Het publiek lijkt echt niet wakker te liggen van de vraag of de Nederlandse kunst in een crisis verkeert of niet. Dat is een constatering, geen verwijt.

Als we de tien uitspraken ordenen naar de mate waarin ze voorkomen, een ordening naar de grootte van het misverstand dus, dan staat op nummer een in deze top tien al jarenlang het merkwaardig misverstand dat hedendaagse beeldende kunst onbegrijpelijk zou zijn. Merkwaardig, want hogere wiskunde is ook onbegrijpelijk, maar in dat verband is `onbegrijpelijk' altijd een positieve kwalificatie. Het is juist knap dat er nog mensen zijn die er wat van begrijpen. Bij beeldende kunst vindt men dat iedereen het moet kunnen begrijpen. Die opvatting dat kunst te begrijpen moet zijn is terecht, laat dat gezegd zijn, maar het moet ook duidelijk zijn dat je er wat voor moet doen. Dat kan iedereen, want hedendaagse beeldende kunst is helemaal niet zo moeilijk, of liever gezegd: het is zo moeilijk als je het zelf wilt maken. Iedere schooldag vanaf negen uur zien we kinderen in ons museum reageren op hedendaagse kunst. Door `hardop' te kijken leggen ze op een associatieve manier een verband tussen zichzelf en het kunstwerk. Als we deze kinderen zo fris van de lever zien omgaan met kunst, dan wordt duidelijk dat wij als volwassenen heel wat kwijt zijn geraakt van dat vermogen. Beeldende kunst begint met kijken en kijken kun je leren, net zoals lezen en schrijven. Geoefende kijkers zien meer.

Op dit moment is in het Van Abbemuseum een installatie te zien van de Poolse kunstenaar Robert Kusmirowski. Hij heeft een soort werkplaats gemaakt met daarachter dezelfde werkplaats, maar dan nagemaakt en met alle voorwerpen in spiegelbeeld. Deze tweede ruimte is te zien door een centrale spiegel boven een wasbak. Geen echte spiegel, zoals geoefende kijkers snel ontdekken, omdat je jezelf er niet in kunt zien. Je kijkt er doorheen. Veel mensen zien echter niet dat deze spiegel geen spiegel is. Ze worden er door onze gastheren en gastvrouwen dan vriendelijk op gewezen. Daarna blijven ze vaak nog tien minuten in verwondering door het raam turen. Het zien is het begin van interesse en van begrip.

Het grote misverstand van Sandra Smallenburg is dat beeldende kunst begrijpelijker wordt als ze figuratief is. Er zijn in de beeldende kunst uit heden en verleden vele voorbeelden van figuratieve voorstellingen die moeilijker te doorgronden zijn dan het eerste het beste abstracte schilderij. De figuratieve kunst leidt naar nummer twee in de top tien: hedendaagse beeldende kunst is slecht gemaakt. Inderdaad lijkt met het verdwijnen van de nauwgezette figuratie ook het criterium voor het vakmanschap te zijn verdwenen. Met enige regelmaat verschijnen er berichten in de krant over kunstwerken die door de schoonmaakster of de vuilnisman zijn meegenomen. Zo'n bericht wordt door velen opgevat als bevestiging van hun vooroordeel: het is gewoon rotzooi. Wie zegt dat zijn kleine broertje/neefje/dochtertje dat ook kan, heeft zich nooit afgevraagd waarom zijn kleine broertje/neefje/dochtertje dat dan nog nooit gedaan heeft. Bij de genoemde installatie van Robert Kusmirowski keert die ouderwetse bewondering voor vakmanschap op een nieuwe manier terug.

Op een gedeelde derde plaats staan de misverstanden dat hedendaagse beeldende kunst elitair zou zijn en dat ze het contact met het publiek verloren is. Deze misverstanden hebben met elkaar te maken. Het vermeende elitarisme lijkt meer te maken te hebben met het al gesignaleerde kleine publieksbereik dan met de kunst zelf. Maar het publiek is in de afgelopen vijfentwintig jaar alleen maar toegenomen.

Op nummer vier een al veel minder voorkomend misverstand over de betaalbaarheid van hedendaagse beeldende kunst en op nummer vijf het idee dat moderne en hedendaagse kunst hetzelfde zouden zijn. Nog minder mensen zijn behept met de gedachte dat de schilderkunst dood is en dat er teveel en saaie videokunst zou zijn. Als je dat denkt heb je al heel wat beeldende kunst tot je genomen. Op een gedeelde zevende plaats tenslotte komen de vermeende crisis in de Nederlandse kunst en de opvatting dat curatoren belangrijker zijn dan kunstenaars. Als je die laatste twee meningen bent toegedaan, dan maak je al bijna deel uit van de professionele kunstwereld en die is heel klein. Het lijstje met tien misverstanden over hedendaagse beeldende kunst is moeiteloos aan te vullen. Je komt overigens steeds weer dezelfde misverstanden tegen, of het nu een groepje rumoerige VMBO leerlingen betreft of een deftig gezelschap sponsoren.